Toronto 2014: debuut van Franse rapper Abd Al Malik

Foto Toronto International Film Festival

May Allah Bless France! Als je dan toch moet provoceren, dan maar beter met zo’n titel. Het was ook de naam die rapper Abd Al Malik in 2004 aan zijn autobiografische romandebuut gaf, en nu heeft hij er dan een film van gemaakt. Die is vergelijkbaar met wat de Nederlandse film Wolf van Jim Taihuttu vorig jaar deed: een keihard inkijkje geven in het milieu van migranten en misdaad. En net als Taihuttu koos ook Al Malik voor contrastrijk zwart-wit.

May Allah Bless France! speelt zich af in Strasbourg, in de beruchte Neuhof-wijk, waar in de jaren zestig goedkope woningen uit de grond werden gestampt voor immigranten en lagere inkomensgroepen en waar drugs en criminaliteit inmiddels de enige overlevingsstrategie zijn. Daar leidt Malik een driedubbelleven: overdag de briljante student op school, ’s middags met zijn vrienden van de New African Poets rappend en ’s avonds in de weer met zakkenrollen, straatroof en drugshandel.

Als de een na de ander slachtoffer wordt van bendeoorlogen en drugs zoekt hij zijn toevlucht tot de islam. Totdat het steeds moeilijker wordt om muziek te blijven maken (immers niet ‘halal’, zuiver, in de strenge leer) en hij zich richt tot het soefisme, een vorm van mystieke islam die het Westerse denken niet afwijst maar wil integreren. En bovendien is voor soefi’s muziek juist het middel om tot spirituele groei te komen.

Het is nogal een levensverhaal, en als het door een Amerikaanse scenarioschrijver zou zijn bedacht dan zou je denken dat het zonder omwegen op een happy end af dendert: Malik van de straat en beroemd, oude filosofielerares spreekt wijze woorden, en op naar de volgende etappe van de reis die leven heet.

Maar Abd Al Malik is niet zo’n filmmaker. Net als rapteksten soms niet rijmen maar alleen allitereren, of een refrein hebben wat op het vorige varieert, zo bonkt en ‘loopt’ ook zijn film. Het is een opgefokt herinneringenlandschap, een hiphopvariant op de aloude stream of consciousness. Het is een film waarbij de beelden de beat zijn voor zijn woorden.

May Allah Bless France! is een contemporaine film wat betreft ‘look and feel’. De keuze voor zwart-wit speelt met het idee dat we wereld zo vaak zwart-wit wordt bekeken, maar dat het veel moeilijker is om in de grijstinten te leven.

Maar zwart-wit is ook onvermijdelijk de kleur van het verleden.

“Ik kan me het verleden niet anders voorstellen dan in zwart-wit”, zei de Estse filmmaker Martti Helde. Zijn debuutfilm In the Crosswind draaide ook op TIFF. De film is gebaseerd op de brieven van een Estse vrouw die in de Tweede Wereldoorlog naar Siberië werd gedeporteerd, als onderdeel van Stalins politiek van etnische zuiveringen.

Waar Al Maliks film dreunt en beukt, alsof de tijd met elke beat versplinterd wordt, zo is in Helde’s film de tijd stilgezet. Hij creëerde gigantische sets en tableaus, waar de personages bevroren in staan en de camera als een geest om- en doorheen zweeft. Het is bijna een video-installatie en je zou er eigenlijk een hologram van moeten kunnen maken. Zodat je als toeschouwer niet meer de ogen van de camera nodig hebt, maar zelf die geest kunt worden.

In A Little Chaos (met Alan Rickman als Lodewijk XIV, Matthias Schoenaerts als zijn tuinarchitect en Kate Winslett als zijn assistent), die vanavond het 39ste TIFF afsluit, is het verleden gewoon weer in kleur. Natuurlijk komen de kostuums dan beter uit, en de tuinen van Versailles waar het in de film allemaal om draait. Ergens op de composthopen van die film is de vraag achtergebleven of en in hoeverre we de natuur aan de menselijke wil kunnen onderwerpen. Maar alle bloemenkleuren in de wereld kunnen die vraag niet zo pregnant herformuleren als May Allah Bless France! en In the Crosswind: kan de mens zijn natuur aan zijn wil onderwerpen? Of aan die van een ander?

Dana Linssen is filmredacteur en voor NRC in Toronto.