‘Soms heeft verder behandelen geen zin’

Didi Braat

(60) is hoogleraar voortplantingsgeneeskunde. Ze pleit voor bewuster keuzes rond zwangerschap.

Foto Maurice Boyer

Levenshouding

„Ik ben de oudste van vijf uit een arbeidersgezin. Misschien dat ik daarom graag het voortouw neem. Rond mijn vijftiende wist ik dat ik dokter wilde worden. Mensen beter maken. Mijn vader vertelde ons dat je alles kunt bereiken als je maar je best doet en hard werkt. Dat is natuurlijk niet zo, maar dat gevoel heeft zich in me genesteld. Ik ben optimistisch, het glas is halfvol. Een van mijn opleiders zei altijd: ‘Eerst maar eens kijken, dan kunnen we altijd nog zien.’ Dat hou ik ook mijn studenten en arts-assistenten voor. Maak je niet druk om zaken die nog niet aan de orde zijn.”

Pleidooi

„Stel het krijgen van kinderen niet onnodig uit, die boodschap draag ik al mijn hele carrière uit. Nederlandse vrouwen krijgen hun eerste kind gemiddeld met 29,5 jaar. Dat is laat. Maatschappelijk gezien zijn er goede redenen voor uitstel, maar medisch is het niet slim. Zowel de kans dat zwanger worden niet meer lukt als het risico op problemen neemt toe. Mensen weten dat niet of denken: ivf kan altijd nog. Maar ook daar speelt leeftijd mee. Uiteindelijk moet iedereen zelf beslissen, maar denk er over na en wees bewust van de risico’s.”

Doorgeven

„In mijn tijd was zwanger worden tijdens de opleiding not done. Ik had geluk dat ik nog kinderen kreeg. Bij Emma was ik 39. Maar ik kreeg ook twee miskramen, waar ik veel verdriet van heb gehad. In het Radboud maak ik me hard voor vrouwelijke artsen in opleiding die kinderen willen. Tachtig procent werken geeft vaak net genoeg lucht. Weet wat je wil, zeg ik ook tegen mijn studentes en arts-assistenten, en spreek dat uit! Veel vrouwen denken: als ik mijn best doe, zien ze wel hoe goed ik ben en word ik gevraagd voor een mooie functie. Maar zo werkt het niet. Je moet zelf regelen dat je je ambities kunt waarmaken.”

Irritatie

„In 2005 wilde toenmalig minister Hoogervorst ivf-behandeling uit het basispakket van de ziektekostenverzekering halen. Daar heb ik me vreselijk boos over gemaakt. Ivf werd voorgesteld als luxe, maar als je om medische redenen geen kinderen kunt krijgen, noem ik dat een ziekte. Natuurlijk zijn er financiële grenzen aan de zorg, maar die kun je ook slechten door bijvoorbeeld het aantal risicovolle meerlingenzwangerschappen te verkleinen door minder embryo’s terug te plaatsen.”

Schuring

„Voor het terugplaatsen van minder embryo’s heb ik echt gestreden. Meerlingenzwangerschappen leiden vaker tot complicaties, zoals een vroeggeboorte. Ik wil graag mensen helpen, maar met zo min mogelijk risico’s. Dat is een moeilijke boodschap. Voor de beroepsgroep maar vooral ook voor patiënten, want minder embryo’s betekent minder kans op zwangerschap. Soms moet ik vertellen dat verder behandelen niet zinvol is. Dat zijn moeilijke, maar mooie gesprekken. Het is zoveel makkelijker om te handelen, dan je handen op je rug te houden.”

Rol

„Ik ben ook benaderd voor puur bestuurlijke functies. Daar heb ik goed over nagedacht en geconcludeerd dat ik het dokter zijn niet kwijt wil. Ik hou van mijn vak en het contact met patiënten. Maar ik denk ook dat ik juist door patiënten te zien goed blijf begrijpen wat er speelt in de zorg. Tijdens mijn jaren bij de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg voelde ik me een brug tussen de zorg en politiek Den Haag. Ik kon via de Raad de problemen van de dagelijkse praktijk overbrengen én tegelijk mijn mensen motiveren dat goede zorg ook financieel efficiënt moet zijn. Dat gaf me veel voldoening.”

Evenwicht

„Ik weet dat ik word gezien als rolmodel, maar het voelt een beetje gek. Ik doe wat ik graag doe. Mijn man is huisman, dat maakte het voor mij makkelijker om carrière te maken. Ik werk veel, dat is een aandachtspunt, maar het lukt steeds beter om de werk-privé balans te vinden. Zeven jaar geleden werd bij mij borstkanker geconstateerd, heel heftig was dat. Dat zette me met beide voeten op de grond: wat is er echt belangrijk in het leven? Sindsdien maak ik bewuster tijd voor mijn gezin en vriendinnen. Tegelijk maakte die periode me juist duidelijk hoe graag ik werk en hoeveel energie het me geeft.”