Rutte, leider zonder lijm

Twee pogingen van het kabinet om een nieuwe agenda te formuleren, zijn deze zomer gestrand, zal op Prinsjesdag blijken. Wat nu, Rutte II?

Het was een goede zomer voor de politicus Mark Rutte: de premier won gezag door zijn optreden rond de ramp met de MH17. Tegelijk was het, zij het minder zichtbaar, óók een slechte zomer voor Mark Rutte: twee interne pogingen om met zijn kabinet een nieuwe agenda te ontwikkelen, strandden op een vrij fundamenteel manco: VVD en PvdA bleken geen van beide nog spankracht te hebben om nieuwe risico’s aan te gaan.

Met dit destabiliserende vooruitzicht gaat de coalitie haar derde regeringsjaar in. Het zal komende dinsdag, Prinsjesdag, als het kabinet zijn vele plannen voor 2015 presenteert niet opvallen. Maar de toekomst van Rutte II is onzeker: hoewel alle grote hervormingen door de Staten-Generaal zijn, beschikt het kabinet na Prinsjesdag niet over nieuwe initiatieven die de coalitie dwingen bij elkaar te blijven.

Zo strandde deze zomer een poging om een aanvulling op het regeerakkoord te formuleren. Een hervormingsaddendum. De Miljoenennota die minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) op Prinsjesdag presenteert, bevat nog wel een analyse met ideeën voor een nieuwe groeiagenda die ambtenaren voor die discussie ontwikkelden. Die analyse, afgelopen week ingezien door deze krant, geeft een goed inzicht in de discussies binnen de coalitie.

Het stuk laat zich lezen als een herziene reactie op het WRR-rapport Naar een lerende economie, waarop het kabinet aanvankelijk sceptisch reageerde. De arbeidsparticipatie van ouderen en migranten moet omhoog. Steden zijn de groeimotoren van de moderne economie: hun positie moet worden versterkt. Werknemers met een middelbare opleiding moeten zich voorbereiden op vaker omscholen en een snellere wisseling van baan. Wetenschappelijke analyses, zoals die van de Franse econoom Piketty, roepen de vraag op of de solidariteit tussen jongeren en ouderen houdbaar blijft.

Ook is het stuk sceptisch over de vernieuwde arbeidsmarkt. Zzp’ers zijn goed voor werkgelegenheid en productiviteit, maar ondermijnen ook de belasting- en premie-inkomsten van het rijk, staat er. Het gaat vaak om schijnzelfstandigen die zich tegen een lagere prijs op de arbeidsmarkt aanbieden. De groei van het aantal zzp’ers is dus niet automatisch goed voor de welvaart, aldus de analyse – en het kabinet blijkt onderzoek te laten doen naar de gevolgen.

De analyse, vertellen Haagse bronnen, had aanvankelijk als afzonderlijk document, een groeinota of groeibrief, naar de Kamer gemoeten. Maar in de coalitie konden ze het niet eens worden. VVD’ers vreesden te veel overheidssturing van de economie. Anderen meenden te zien dat ook Rutte zelf, met verkiezingsjaar 2015 in aantocht, geen trek had in dezelfde onrust en weerstand als in de afgelopen hervormingsjaren.

Deze mislukking staat niet op zichzelf. In genoemde analyse uit de Miljoenennota wordt eveneens uitvoerig stilgestaan bij het belang van een grootscheepse herziening van het belastingstelsel voor economische groei en werkgelegenheid. Ook dat hebben VVD en PvdA wel degelijk geprobeerd, zo valt vanuit de coalitie te vernemen. Uitvoerig zelfs. Maar alweer was de slotsom dat de twee te ver uit elkaar staan.

Dinsdag zal duidelijk worden dat het kabinet de ambitie voor een vernieuwd stelsel formeel niet heeft verlaten. In de voorstellen zal het erop neerkomen dat het kabinet steun zoekt bij alle grote partijen in de Tweede Kamer, ook oppositiepartijen, om de hervorming, zoals dat heet, van voldoende draagvlak te voorzien. Zóveel draagvlak, beamen ze in de coalitie, dat het nooit meer zal lukken.

Er blijft genoeg te doen, wordt de boodschap in de Miljoenennota. Want de voornaamste plannen zijn weliswaar door het parlement geloodst, veel daarvan moet nog worden uitgevoerd. Zoals het kabinet schrijft: zonder goede uitvoering is elke hervorming gedoemd te mislukken. Je zou zeggen: het verlangen om je politieke erfenis zeker te stellen is genoeg om deze coalitie nog even bij elkaar te houden.

Toch creëren de twee mislukkingen een mentaal gat voor Rutte II. Coalities die zich alleen bezighouden met beheer is doorgaans geen lang leven beschoren. Politici zeggen dat burgers visie verlangen, en zelf kunnen ze slecht zonder de politieke vertaling daarvan: een bindend (regeer)akkoord. Als alle gezamenlijke voornemens daaruit in wetgeving zijn omgezet, wordt de vrijkomende tijd en energie vanzelf geïnvesteerd in het gelijk van de eigen partij. Het incasseringsvermogen neemt af.

Pikant is dat de nieuwe voorzitter van VNO-NCW, Hans de Boer, binnenskamers al heeft laten merken dat hij het niet zou betreuren wanneer VVD en PvdA geen voorstellen voor belastinghervorming zouden maken. In de ogen van de werkgeverslobby – De Boer belt elke zaterdagmorgen met Rutte – is het beter te wachten op een coalitie van VVD, CDA en D66. Die partijen reageren minder gespannen op de onvermijdelijke denivellerende effecten van het schrappen van toeslagen, redeneren de werkgevers.

Intussen verhullen VVD-prominenten steeds minder hoeveel moeite de coalitie met de PvdA hun kost. Hoewel ze vasthouden aan de ambitie om de kabinetsperiode tot en met 2017 vol te maken, wijzen ze erop dat regeren met CDA en D66 zoveel eenvoudiger zou zijn. Minder inhoudelijke verschillen, maar vooral ook: een betere verstandhouding.

Rutte en de VVD hebben nog een reden een breuk minder te vrezen dan de PvdA. De electorale uitgangspositie van deze partijen was lange tijd gelijk: slecht. Maar terwijl de VVD ziet dat het kabinetsbeleid langzaam meer waardering krijgt van potentiële VVD-stemmers, wordt het kamp rond PvdA-leider Diederik Samsom wel eens overvallen door wanhoop: waarom wij niet?

Daar komt bij dat twee voorname concurrenten van de VVD – PVV, 50Plus – forse interne problemen kennen. De derde, het CDA, klimt weliswaar in de peilingen, maar de virtuele winst van de christen-democraten ontstijgt nog altijd amper het historisch zwakke resultaat van 2010. Andersom wordt de PvdA op de kiezersmarkt omsingeld door partijen die stuk voor stuk in de lift zitten: SP, GroenLinks en D66.

Toch zien ze in het kabinet ook gunstige vooruitzichten. Binnenskamers stellen bewindslieden vast dat Rutte II er door de afgesproken hervormingen voor heeft gezorgd dat Nederland er beter voorstaat dan Duitsland. Duitsland voert onder Merkel weinig hervormingen door. Het land koos daarbij voor een peperdure Energiewende en staat op het punt een federaal minimumloon in te voeren. Door dit alles steekt de groeipotentie van Nederland de komende jaren gunstig af bij die van het buurland. Het gevolg is dat ze in de coalitie verwachten dat de Nederlandse economie de komende jaren beter presteert dan de Duitse – een succes dat Rutte II kan claimen.

De internationale spanningen van deze zomer worden in de coalitie ook als kans gezien. Het kan leiden, hopen ze, tot een klimaat van minder conflict omdat de samenleving verlangt naar meer gemeenschappelijkheid, bijvoorbeeld in de verwerking van de ramp met de MH17. Dat zou voortreffelijk passen bij deze coalitie. Ook al ontbreekt het diezelfde coalitie aan een nieuw gedeeld doel.