Pechtold, de eindeloze mars langs de zijlijn

Alexander Pechtold wil van D66 een machtspartij maken. De strateeg trekt soepel aandacht, maar hij maakt weinig vrienden.

De twee vliegtuigen uit Oekraïne met de stoffelijke overschotten zouden weldra landen in Eindhoven. De commandant van de basis legde aan de genodigden uit waar ze zouden zitten. Het vak dat bij de live-uitzending in beeld zou komen was klein, het mocht op 23 juli geen VIP-parade worden. Bij het voorlezen van de namen bleek dat de fractievoorzitters niet in beeld zouden komen.

Dat nieuws leidde tot ontstemming bij Alexander Pechtold, zo viel enkele aanwezigen op. Sommigen vonden het curieus, anderen onsmakelijk. Maar wat vooral opvalt aan de verhalen over die dag, is dat het niemand verraste. Het paste precies in het beeld dat velen in Den Haag inmiddels van de D66-leider hebben: een man die obsessief bezig is met beeldvorming.

Komende week beleeft Pechtold zijn negende Prinsjesdag als oppositieleider. Hij is op zijn best achter de interruptiemicrofoon in de Tweede Kamer, wanneer hij het kabinet en andere partijen kan wijzen op gedraal, inconsequent gedrag en gebrek aan visie. Liefst met veel kwinkslagen en vileine humor. „Dát is zijn wedstrijd”, zegt een Haagse insider.

Het gaat D66 voor de wind: goede peilingen, winst bij elke verkiezing, een snel aanwassend ledenbestand en sinds dit jaar wethouders in bijna alle grote steden. En dan is er nog de comfortabele positie als gedoogpartner van Rutte II, die D66 invloed verschaft op het beleid zonder de knellende banden van coalitiepolitiek.

Dit succes is grotendeels de verdienste van Pechtold. Bij zijn aantreden als leider in 2006 trof hij een verscheurde partij aan met een bleek profiel en nul zetels in de peilingen. Hij zette zich met veel energie aan vernieuwing. De politieke koers werd verlegd: de ‘kroonjuwelen’ (democratisering en bestuurlijke vernieuwing) verdwenen uit de etalage en maakten plaats voor onderwijs en hervorming van de verzorgingsstaat. Aan die twee thema’s heeft Pechtold het afgelopen decennium consistent vastgehouden.

In Den Haag worden ze wel eens moe van zijn gehamer op ‘hervormingen’ en ‘visie’. En heel onderscheidend wordt die agenda niet meer gevonden, sinds Rutte II ingrijpend is gaan sleutelen aan pensioenen, arbeidsmarkt en woningmarkt. Maar D66 was de eerste die erover begon.

Pechtold wil van D66 een machtspartij maken. Geen ‘bijwagen’ meer, maar een zelfstandige politieke kracht. De overwinningen bij de lokale en Europese verkiezingen dit voorjaar sterkten hem in zijn overtuiging dat dit project kan slagen. „Decennialang had je drie partijen die alles bepaalden: CDA, PvdA, VVD”, zei hij eerder dit jaar in deze krant. „De emancipatie van de kiezer heeft ertoe geleid dat D66 dat niet meer voor lief neemt.”

Maar bij sommige partijen groeit de ergernis over zijn politieke stijl. Alles draait om publiciteit, zeggen ze, hij wil voortdurend scoren. En hij speelt op de man. „Een zonnekoning”, noemt een Binnenhofstrateeg hem. „Hij maakt het beschadigen van anderen tot zijn politieke stijl.”

Een jaar geleden was Pechtold de held van het herfstakkoord: dankzij zijn steun kon Rutte II overeind blijven. Maar deze Prinsjesdag is zijn positie anders. D66 is gebonden aan de begroting en kan het kabinet dus niet meer voortdurend de maat nemen. Sterker, Pechtold is kwetsbaar voor kritiek dat hij zijn invloed als gedoger onvoldoende heeft laten gelden. Bijvoorbeeld bij de herziening van het belastingstelsel, een ambitie van het kabinet die deze zomer naar verluidt sneefde. „Pechtold gaat daar volgende week ongetwijfeld helemaal los op”, zegt een bron bij de niet-constructieve oppositie. „Maar waarom heeft hij die herziening niet afgedwongen? Híj heeft het breekijzer in handen.”