Column

Nieuw: wie piept mag het zelf oplossen

Het was Ariel Sharon, de gevreesde Israëlische generaal, de ‘slager’ van de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila, die als premier de Sinaï teruggaf aan Egypte en joodse nederzettingen in Gaza ontruimde. Als die houwdegen het doet, dachten veel Israëli’s, zal het wel oké zijn.

Om dezelfde reden hebben sociale hervormingen soms meer kans van slagen als socialisten ervoor verantwoordelijk zijn. Jean-Claude Juncker, de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, probeert deze logica nu toe te passen op financiële regulering en toezicht in Europa: hij heeft deze week een Brit aan het hoofd gesteld. Immers, het zijn juist de Britten die altijd piepen dat regulering de belangen van de City in gevaar brengt.

Junckers voorganger, José Manuel Barroso, deed vijf jaar geleden precies het omgekeerde. Hij probeerde toezicht en regelgeving voor de financiële sector juist bij de Britten weg te houden. Dat leidde tot knallende ruzies tussen hoofdsteden. Iedereen wil altijd de beste portefeuilles, maar eind 2009 was het extra erg. Meerdere compromissen passeerden de revue. Er leek zelfs even sprake van dat Neelie Kroes deze post zou krijgen. Uiteindelijk werd het de Fransman Michel Barnier. Als troostprijs mocht Londen een Brit aanwijzen als allerhoogste ambtenaar onder Barnier – iemand die de eurocommissaris enigszins kon, eh, ‘adviseren’.

Dus kreeg de zittende directeur-generaal, een capabele Zweed, midden in de nacht een telefoontje van Barroso dat hij helaas moest vertrekken. Hij werd een jaar naar Harvard gestuurd. Zijn adjunct was toevallig een Brit. Iedereen droeg hem op handen – intelligent, kundig en sympathiek. Maar Londen vond hem ‘te Europees’. Dus ook hij moest weg. Hij ging een jaar lesgeven in Oxford. Tenslotte werd de Britse directeur-generaal Justitie, Jonathan Faull, die loyaal genoeg werd bevonden aan de City, benoemd tot Barniers hoogste ambtenaar.

Velen in de Commissie waren gechoqueerd. Aan ‘landjepik’ rond Eurocommissarissen waren ze wel gewend. Want natuurlijk maakte het op hoger niveau altijd uit welke nationaliteit een ambtenaar heeft. Maar zo venijnig was het zelden gespeeld.

De Britten hebben Barnier, die niets wist van de haute finance, nooit vertrouwd. Alles wat hij zei, deed of wilde, werd in Londen als aanval opgevat. Het gaat te ver te zeggen dat de Britse verwijdering van de EU door Barnier is veroorzaakt, maar meegespeeld heeft het zeker.

Juncker, die een Brexit wil voorkomen, draait de rollen nu om. Jonathan Hill wordt eurocommissaris financiële dienstverlening; zijn hoogste ambtenaar is een Fransman. Dit stelt Londen gerust: Als er toch gereguleerd moet worden, doen we het liever zelf, is de redenering. Hill wordt ook verantwoordelijk voor de bankenunie waar bijna alle EU-landen aan meedoen, maar de Britten niet. Zo spelen ze daar toch een rol en worden ze niet buitengesloten – hun grote angst, tot dusver. Misschien is het zelfs beter als die bankenunie gerund wordt door een onpartijdige outsider.

Toch kan Hill niet zomaar doen wat Londen wil: boven hem staan twee machtige supercommissarissen, een Fin en een Let. Die kunnen hem zonodig bij de les houden.

De eurocommissaris uit Frankrijk, dat de begroting maar niet kloppend krijgt, wordt verantwoordelijk voor begrotingsdiscipline. Regulering gaat naar iemand uit Nederland, het land dat het hardst roept om deregulering. De Griek krijgt Migratie. Critici roepen: hoe verzin je het? Maar denk aan generaal Sharon. Toen puntje bij paaltje kwam en bezet gebied moest worden ontruimd, maakten ze de man minister. Hij sleepte de kolonisten er aan hun haren uit.