Ik ben geen gematigde moslim, maar een fundamentalist

Ik heb met veel weerzin en kromme tenen het ‘jihad-debat’ dat de afgelopen dagen is opgelaaid, gevolgd. Al vele jaren word ik, net als andere moslims, geconfronteerd met een verscheidenheid aan termen die worden gebruikt voor oliedomme mensen die in de naam van islam de wereld proberen te vernietigen. Het rijtje bestaat uit fundamentalist, extremist, terrorist en nu jihadist. Daartegenover worden normale, in mijn ogen echte, moslims weggezet als gematigde moslims. Dit gaat zover dat deze termen ook worden gebruikt in de beleidsnota’s van meneer Rutte en co. Alsof je gematigd moet zijn in je geloof om in de Nederlandse samenleving te kunnen passen. Gezien de definitie van het woord islam, de gedragsregels van de profeet Mohammed en de leerstellingen in de Koran, kan ik niets anders dan concluderen dat ik tot de groep fundamentalisten, extremisten en jihadisten behoor. Fundamentalist omdat ik (probeer) de fundamenten van de islam (de vijf zuilen) te volgen; geloofsbelijdenis, het gebed, het geven van aalmoezen, het vasten tijdens ramadan, en de bedevaart naar Mekka. Extremist omdat ik probeer onder alle omstandigheden hieraan vast te houden. En jihadist omdat ik constant streef naar verbetering van mijzelf als mens en met mijzelf in ‘strijd’ ben verwikkeld. Ik voel me ook een beetje jihadist omdat ik probeer de islam te verdedigen met de ‘jihad van de pen’, en hiermee invulling geef aan het gezegde van de profeet Mohammed: „De inkt van een geleerde is heiliger dan het bloed van de martelaar.” Laten we met zijn allen het grote probleem waar we samen voor staan, proberen op te lossen. Maar laten we het beestje noemen bij de naam die het verdient, namelijk gewoonweg vuile criminelen en terroristen. En laten we alstublieft de moslims gewoonweg moslims noemen.

, voorzitter Moslimschrijversgilde Nederland

Islam

Appels en peren vergelijken

In NRC van 6 september stond de ingezonden brief Alleen kritiek op de islam is oneerlijk van Anton Mullink.

Met de titel kan ik het snel eens zijn, maar niet met de redenering in de brief. Het begint met een aanval op Wilders, die naar aanleiding van radicalisering van sommige moslims weer stellige uitspraken heeft gedaan.

Deze beschouw ik als onrechtvaardig, want ze zijn grievend voor veel mensen die geen blaam treft.

Maar dan gaat Mullink over tot kritiek op de westerse cultuur en het relativeren van het uit de islam afkomstige geweld. Hij moet de kruistochten er bij halen om religieus geweld uit westerse richting te illustreren en komt ook met harde uitspraken uit de Bijbel. Helemaal ver gaat hij als hij schrijft „De islam wil een kalifaat, de christenen een rijk Gods, en het uitverkoren joodse volk een eigen heilig land”. Hij moet toch wel weten dat hij daarmee appels met peren vergelijkt? Het christelijke ‘rijk Gods’ gaat over het leven na de dood, het Joodse heilige land over een verbondenheid met de bronnen van de eigen cultuur (‘heilig land’ is wat anders dan ‘Joodse staat’) en het islamitische kalifaat om een daadwerkelijke staat, compleet met leger en overheidsapparaat.

Hoe relativerend Mullink ook is, het religieuze geweld komt tegenwoordig voor een groot deel van moslims, ook al houdt de overgrote meerderheid van moslims zich daar verre van. Maar als in Irak Soennitische IS-aanhangers hun Yehzidi-buren vermoorden, dan kunnen we dat niet verklaren door te zeggen „de christelijke cultuur had de kruistochten”. Dan moeten we de vraag stellen: wat is er onder moslims aan de hand?

Joop Remmé