Column

Vergeet de opgewektheid over een economische lente

Een Prinsjesdag zonder nieuwe bezuinigingen en belastingverhogingen, hoe heerlijk moet dat zijn voor de politici die ons regeren. Voor het eerst in jaren kunnen ze de hoedjes opzetten zonder het vooruitzicht nieuwe pijnlijke maatregelen te moeten verdedigen. Vlak voor die Prinsjesdag kom ik u lastigvallen met een wel zeer sombere noot. Sorry.

Vergeet de economische lente waarover de afgelopen maanden verheugd werd gedaan. Onder economen en centrale bankiers heerst een breed gedragen gevoel van doem. En nee, dat komt niet door internationale crises. Het probleem zit in onszelf. Dacht u dat we het crisisbeleid nu wel zo langzamerhand konden terugschroeven, volgens die groep is juist nu meer nodig. In de woorden van Mario Draghi, hoeder van de euro en baas van de Europese Centrale Bank: de risico’s van te weinig doen, zijn veel groter dan de risico’s van te veel doen.

De economen zijn bezorgd over het hele Westen, en extra over Europa. Ze vermoeden dat onze problemen dateren van voor de financiële crisis, en dat we die niet hebben verholpen in de crisis. Het lukt het Westen al vijftien jaar niet houdbare groei te creëren, zo opperde de Amerikaanse econoom Larry Summers als eerste vorig jaar. Als we groeien, doen we dat op de rug van financiële zeepbellen. Ons krachtigste beleidsinstrument, monetair beleid, is bot, want geld is al goedkoop. De (reële) rente is laag doordat de wereld zoveel spaart. Werkgelegenheid stimuleren is moeilijk. Europa kampt inmiddels met een sterk groeiende groep structurele werklozen – mensen die misschien wel nooit meer aan een baan komen.

Herstel? We zouden wel eens aan de vooravond kunnen staan van een lange periode van economische stagnatie. Coen Teulings, hoogleraar in Cambridge en in Amsterdam, schreef er met gerenommeerde economen een boek over (Secular Stagnation, te downloaden).

Wat te doen? Het kersverse (voor de eurozone uitzonderlijke) beleid van Draghi om leningen (hypotheken bijvoorbeeld) op te kopen, is niet genoeg, vinden Draghi en de economen. De overheid moet nu echt de economie gaan stimuleren. Bijvoorbeeld door de belastingen (op arbeid) te verlagen. Of door extra overheidsinvesteringen.

Draghi, Summers en Teulings zijn niet stellig – ze zijn zoekend. Ze hebben een interessante theorie over de crisis en de manieren om er eindelijk uit te komen. Ze willen diverse inzichten van de macro-economische wetenschap heroverwegen. Ze plaatsen ook direct kanttekeningen bij hun aanbevelingen. Een zeer belangrijke: ruimhartig geldbeleid en ruimhartig begrotingsbeleid vervangen nooit de noodzaak voor landen als Frankrijk om hun economie te hervormen: zonder verhoging van de pensioenleeftijd of versoepeling van het ontslagrecht, komt die groei er niet. Als de eurozone haar begrotingsregels (max. 3 procent tekort) soepeler toepast, dan moet er een manier gevonden worden om die hervormingen toch af te dwingen. Draghi waarschuwt dat het Europese begrotingsbeleid van de afgelopen jaren nodig was om vertrouwen te herwinnen in de kredietwaardigheid van landen. Dat anker kun je niet straffeloos loslaten.

Het gevaar is nu dat we niet luisteren naar de zinnige analyse van deze mannen maar vervallen in een ZIE JE WEL IK HAD GELIJK/WELNEE JE BENT EEN GEVAARLIJKE GEK-discussie. Bij dit debat hebben veel politici en economen zich verschanst in ideologische loopgraven. Volgens mij moeten we al dat gelijk nu collectief wissen, samen aan tafel gaan zitten en opnieuw beginnen. Dat is geen zwaktebod, dat is volkomen logisch. Deze crisis en het beleid in reactie erop zijn zo uniek dat voortschrijdend inzicht essentieel is. Dit is geen moment om dogmatisch te doen.