‘Ik ben Thessa én vrouw, en dáárom doe ik het goed’

Topvrouw van het Jaar

Haar „ongeduldige ik” vindt dat het aantal topvrouwen „afschuwelijk traag” toeneemt. Ja, het beweegt wel, maar veel te langzaam, zegt Thessa Menssen (47). Menssen is financieel directeur van bouwbedrijf BAM, commissaris bij onder meer PostNL en Vitens en nog een paar weken Topvrouw van het Jaar. Eind deze maand wordt haar opvolger bekendgemaakt. Ze zit zelf in de jury.

U bent nu ook lid van de commissie die controleert of bedrijven het Nederlandse streefcijfer halen. Bent u het laatste jaar meer betrokken geraakt bij het onderwerp?

„Mijn betrokkenheid is zichtbaarder geworden, maar niet actiever. Zo heb ik al bij mijn eerste werkgever Unilever eind jaren negentig een vrouwennetwerk opgezet. Ook daar was de man-vrouwverhouding in hogere managementposities niet in evenwicht. In zo’n netwerk kunnen vrouwen elkaar steunen. Al is het maar met kleine tips: hoe doe jij dat nou, durf ik deze stap te zetten? Het is prettig om zo mensen te vinden die zeggen: je bent hartstikke goed mens, gewoon dóén.”

Het aantal vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen stijgt al jaren. Is het realistisch om te vinden dat het nog sneller moet gaan?

„Het is fijn dat het oploopt, maar in dit tempo duurt het nog heel erg lang voor dat streefcijfer van 30 procent vrouwen in beide raden wordt gehaald. De push van zo’n streefcijfer, of van zo’n topvrouwverkiezing, is nog steeds nodig. Ik meet dat af aan de reacties die ik kreeg toen ik die verkiezing won. Alleen al binnen BAM zeiden zo veel vrouwen dat het voor hen een opsteker was. Zij zien dat een vrouw dit kan bereiken. Het hielp ook dat ze zagen hoe trots het bedrijf was, dat maakt hun nervositeit kleiner. Een verkiezing als deze leidt tot vertrouwen en lef.”

Hoe merkt u dat?

„Vrouwelijke collega’s komen naar me toe, zeggen dat ze met me willen praten over hoe ik het doe. Een baan als deze in een technische mannenwereld, maar ook hoe ik werk en privé combineer. Of ze zeggen dat ze een jonge vrouw kennen die hartstikke goed is, maar die niet aan mij durft te vragen of ik eens koffie met haar wil drinken. Dan nodig ik haar uit en zeg: ‘Wil je dat nooit meer niet zelf durven vragen!’”

Zowel BAM als uw vorige werkgever Havenbedrijf Rotterdam zochten actief naar een vrouw voor de baan die u kreeg. In hoeverre heeft dat u geholpen in uw carrière?

„Dat weet ik nou echt niet. Het is een feit dat ik ervan geprofiteerd heb. Maar als je wilt weten of ik dat vervelend vind? Keihard nee. Het is goed voor het bedrijf dat de top divers is. En by the way: als ik een baan doe, dan doe ik dat zo goed mogelijk.

„Bij Havenbedrijf Rotterdam vroeg een collega ook of ik het vervelend vond dat ik die baan kreeg omdat ik vrouw ben. Een jaar later vroeg ik hem hoe hij vond dat het ging. Toen zei hij: ‘Het gaat goed, niet omdat je vrouw bent, maar omdat je Thessa bent.’ Nou, dan mis je net een punt. Ik ben Thessa én ik ben een vrouw, en dáárom doe ik die baan goed.”

Er zijn meer bedrijven die juist graag goede topvrouwen aannemen. Waarom maken niet meer vrouwen daar gebruik van?

„Dat is die benadering van vrouwen die nog niet helemaal goed gaat. Vrouwen moeten worden uitgenodigd en aangemoedigd om op een functie te solliciteren.”

De president-commissaris van BAM, Peter Elverding, zei bij uw aantreden in 2012 dat u veel nevenfuncties heeft. Als dat ging knellen, moesten het er minder worden. En?

„Ik heb er nog precies evenveel. Er is er één afgegaan, en één bijgekomen. Er zijn soms drukke periodes, zo is er dit jaar niet veel van een zomervakantie gekomen. Daarover werd thuis wel geprutteld. Ik heb het uitgelegd en begrip getoond voor het feit dat ze het niet leuk vinden. Het leidde ook tot grappige gesprekken: ‘Jij was toch iets belangrijks bij BAM? Kun je dan niet zeggen dat anderen het moeten doen?’ Nou, nee, dat kan dus precies níet. Ik leg ze uit dat ik het goede voorbeeld moet geven als er gebuffeld moet worden.”

Uit het onderzoek van de commissie Monitoring talent naar de top blijkt dat bijna eenderde van de bedrijven niet van plan is iets te doen aan een evenwichtiger man-vrouwverdeling. Moeten zij gedwongen worden?

„Ik haat quota, maar ben er wel een voorstander van. In de hoop dat we ze daarna zo snel mogelijk weer kunnen afschaffen. Dus ja: ik denk dat quota nodig zijn. Want vanzelf komt het niet goed. In ieder geval niet snel genoeg.”