Havenbaron die iets terug wilde doen voor zijn stad

Ooit was Jacques Schoufour van plan bosbouwkundig ingenieur te worden. In zijn jonge jaren sneed hij zelf figuurtjes uit hout. Later ontstond zijn belangstelling voor antieke houten beelden, nadat zijn vrouw Ingeborg Martin hem in 1977 een houten heiligenbeeldje cadeau gegeven had. Ze gingen samen verzamelen. Emailles, porselein, aquarellen, maar vooral middeleeuwse houten beelden.

Na het overlijden van zijn vrouw in 2001 bleef Schoufour door collectioneren, in weemoed. Samen nog hadden ze besloten hun collectie te schenken aan Museum Boijmans Van Beuningen, dat onlangs de beelden heeft opgehaald. Eind vorige maand overleed Schoufour, havenbaron en mecenas, op 86-jarige leeftijd.

Bosbouwkundig ingenieur is hij nooit geworden. In 1945 ging Schoufour als 18-jarige aan de slag in het Rotterdamse stuwadoorsbedrijf van zijn vader. Dat had geleden onder de oorlog maar de wederopbouw zou de Rotterdamse havenindustrie doen opbloeien. Tien jaar later was Schoufour directeur van een overslagbedrijf voor kolen en erts. Hij werd mede-oprichter van EMO, een van ’s werelds grootste overslagbedrijven. Delen van zijn bedrijf verkocht hij later aan de Thyssen-Bornemisza Group, waar hij veel contact had met kunstverzamelaar Heinrich Thyssen-Bornemisza. Boijmans-conservator Friso Lammertse: „Dit voorbeeld van een ondernemer annex mecenas, zoals ook Van der Vorm en Van Beuningen in Rotterdam, inspireerde Schoufour, die iets terug wilde doen voor zijn stad.”

Als paardenliefhebber werd Schoufour in 1948 hinderniswacht bij het Rotterdamse concours hippique CHIO. Later werd hij voorzitter en hielp hij het concours met zijn goede vriend Daan Dura aan internationale allure en sponsoren. Diergaarde Blijdorp hielp hij aan financiële basis toen dat in de jaren tachtig bijna failliet was, vertelt directeur Marc Damen: „Hij was doelgericht, nuchter, niet bang voor discussies. Met die heel Rotterdamse aanpak hielp hij een masterplan doorvoeren, en kreeg hij de gemeente en bedrijfsleven mee.”

Een charmante man, Rotterdammer in hart en nieren. Toch vertrok hij uit Rotterdam naar Brasschaat, waar hij op een landgoed een eigen collectie exotische dieren hield. Diergaarde Blijdorp helpt nu bij het zoeken naar nieuw onderdak. Boijmans toont zijn andere nalatenschap, de kunst. Er is een kleine herinneringstentoonstelling ingericht, een voorbode van een grote tentoonstelling die het museum binnen een paar jaar wil organiseren als eerbetoon aan een hartstochtelijk verzamelaar.