Europa kan onze boeien losmaken

De weg naar autonomie loopt via de EU, menen regio’s in Spanje en Italië. Eerst ons provincialisme afschudden, zegt Venetië.

Wat de uitslag van het Schotse afscheidingsreferendum ook wordt; Catalonië wint altijd, zegt Carme Forcadell. „Als ‘ja’ wint, zal dat een precedent scheppen. Een weg die ook wij kunnen inslaan. En als het ‘nee’ wordt, geeft het rust. Het toont dat een centrale staat best zo’n referendum kan uitschrijven zonder dat de wereld vergaat.”

In andere eigengereide regio’s wordt precies zo gedacht. Catalanen, Basken, Vlamingen en Venetiërs doen plechtig een beroep op hun ‘recht op zelfbeschikking’ of ‘eigen volkssoevereiniteit’. Ook al is er geen duidelijke volkenrechtelijke basis voor: ze leven niet in gekoloniseerd of bezet gebied en worden niet onderdrukt. Maar de heersende macht – politiek en economisch – houdt vast aan de status quo.

Europa, hopen ze, kan die knellende boeien openbreken. Wat de Schotten doen is uniek: het gebeurt niet aan de andere kant van de oceaan (Québec) of op de Balkan (Kosovo), maar binnen de Europese Unie.

Forcadell, voorvrouw van de nationalistische burgerbeweging Asamblea Nacional Catalana (ANC), volgt het Schotse referendum met „gezonde jaloezie”. Donderdag wist de ANC voor het derde jaar op rij honderdduizenden Catalanen te mobiliseren tijdens de nationale feestdag Diada.

In het Catalaanse regioparlement bestaat een ruime meerderheid voor een niet-bindende ‘consulta’. Op 9 november zouden Catalanen de dubbele vraag moeten beantwoorden of ze vinden dat hun relatief rijke regio van 7,5 miljoen inwoners een ‘eigen staat’ verdient. En zo ja, of deze ‘onafhankelijk’ moet zijn. De datum is bewust gekozen: een kwart eeuw na de Val van de Muur. „Toen andere Europeanen ook hun vrijheid verwierven.”

Buitenlandse sympathie geldt als onmisbaar, omdat hoogst onzeker is of ‘9 november’ wel doorgaat. Anders dan Londen, dat eenzelfde verzoek van Schotland wél inwilligde, weigert Madrid dit pertinent. De rechtse regering-Rajoy beroept zich op de grondwet, die Spanje een ‘onbreekbare eenheid’ noemt. En op het Constitutionele Hof, dat loyaal is aan Madrid. Regiopresident Artur Mas zegt een veto van het Hof te zullen respecteren. Al zal dat de maatschappelijk roep om een referendum niet verminderen.

Grove steken

Ook regionationalisten in Italië, met anderhalve eeuw een relatief jonge eenheidsstaat, roeren zich. Zuid-Tirol, Venetië en Sardinië werden met vrij grove steken aan het land gelapt. En een deel van de bevolking hoopt zich er ooit weer van los te kunnen scheuren.

Ook zij beginnen Europa langzaam te ontdekken. In mei sloot de Lega Nord zich bij de Europese verkiezingen nog aan bij de anti-Europese, rechts-nationalistische alliantie van Le Pen en Wilders. Maar tegelijkertijd hielden Venetiaanse nationalisten een webplebisciet over afscheiding van Italië. De extensie van hun internetpagina was opvallend genoeg ‘.eu’. En een van de vragen was of de nieuwe republiek EU-lid moest zijn. Een meerderheid vond van wel. Zelfs de euro wilden ze houden.

De webpeiling werd in Italië amper serieus genomen. De nationalisten riepen evengoed eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Giovanni Dalla Valle, nu namens de nieuwe ‘republiek’ ambassadeur in Londen: „Ik denk dat we de onafhankelijkheidsstrijd moeten ontdoen van zijn provinciale, benepen trekken. Ik ben zelf een linkse jongen en zie nu in Schotland hoe [de nationalistische partij] SNP daar met haar linkse inslag veel voor elkaar krijgt. ”

In Noord-Italië is het regionationalisme van oudsher rechts georiënteerd. Het is relatief rijk en geïndustrialiseerd. Die welvaart trekt migranten aan: eerst uit het armere zuiden, recenter ook uit andere landen. De streektaal en eigen identiteit worden hierdoor bedreigd. Ook klaagt men dat er te veel wordt afgedragen aan de nationale schatkist. Lega-politici kunnen fel uithalen naar buitenlanders en zuiderlingen.

Nerveuze hoofdsteden

Contact met regionationalisten in andere lidstaten verloopt stroef. Het tekent hoe ze elkaar in de weg zitten. Hun onafhankelijkheidstrijd maakt immers ook andere lidstaten met opstandige regio’s nerveus. Dit bemoeilijkt hun Europese lobby. Spanje zou een Schots EU-lidmaatschap kunnen blokkeren. Italië dat van Catalonië. België dat van Veneto, etcetera. Dat kan jaren duren. Zo erkent Spanje tot op de dag van vandaag Kosovo (geboortejaar: 2008) niet.

Maar nu een Schots ‘ja’ in de lucht hangt, neemt in Spanje de nervositeit toe. En klinkt kritiek op de ‘roekeloze’ Britse premier David Cameron. „De grootste onverantwoordelijkheid die een westerse politieke leider heeft begaan sinds de Tweede Wereldoorlog”, zei grondwetsdeskundige Javier Tajadura deze maand in de Baskische krant El Correo.

De Catalanen importeren ondertussen al gretig termen uit het Britse discours. Zo worden voorstanders van het bijeenhouden van Spanje steeds vaker denigrerend ‘unionistas’ genoemd, naar degenen die de Schots-Engelse Unie bijeen willen houden. Cameron wordt in Catalonië juist geroemd als dappere democraat.

„Een eeuw geleden kende de wereld zestig staten, inmiddels zijn dit er bijna tweehonderd”, zegt Muriel Casals van het Catalaanse cultuurinstituut Ònmium. „Die komen niet uit het niets. De internationale politiek is pragmatisch. Men geeft vaker een politieke uitleg aan juridische verdragen teneinde de realiteit te laten functioneren. Maar die realiteit moeten we wel zelf eerst afdwingen.”

De onwrikbare houding in Madrid of Rome zal het regionationalisme dan ook niet wegnemen. Integendeel. Net als in Veneto en Zuid-Tirol organiseerden nationalisten in Catalonië de afgelopen jaren eigenhandig ‘volkspeilingen’, op gemeenteniveau. De uitslag liet mede door de boycot van het nee-kamp steeds een zeer afgetekend ‘ja’ zien. Deze ‘sociale meerderheid’ worden nu aangevoerd om een echt referendum te eisen. Dat dit vervolgens – geheel voorspelbaar – wordt afgewezen en de toon van het debat nog schriller maakt, wakkert het ressentiment jegens de ‘ondemocratische’ centrale staat slechts verder aan.