Een moslim wordt toch niet gehoord

Moeten moslims zich tegen jihadgangers uitspreken? Individuele migranten uiten zich niet, en hun organisaties vinden geen gehoor.

De boodschap van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb was helder: het is tijd dat de vele moslims die de jihad afkeuren, de megafoon in de hand nemen. Goedbedoeld, maar Ahmed Charifi voelde zich niet aangesproken. Sterker, de voorzitter van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) kreeg tientallen geïrriteerde reacties uit zijn achterban. Strekking: waarom moeten wij ons verdedigen voor iets waar we niets mee te maken hebben?

Charifi vraagt zich af wie Aboutaleb eigenlijk bedoelt. „Toch niet de Marokkaanse Nederlanders die om 6 uur opstaan, hun kinderen naar de crèche brengen en dan een dag hard werken? Zij zijn daar echt niet mee bezig.”

De inbreng van migranten en moslims in het publieke debat is beperkt, na een zomer van Haagse Gaza-demonstraties, naar Syrië vertrekkende gezinnen en politieke maatregelen tegen potentiële jihadstrijders. De stilte steekt schril af tegen de veel aanweziger joodse groeperingen, die steeds de weg naar politiek en media vinden om antisemitisme te bestrijden.

Het verschil in aandacht is niets nieuws, zegt Rasit Bal, voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). „Wij verwijten de overheid al sinds de jaren tachtig dat ze over ons praat in plaats van met ons.”

Bal zag verwonderd hoe joodse collega’s vlot op het Catshuis werden ontvangen voor een gesprek met premier Mark Rutte over antisemitisme. „Dan denk ik: waarom krijgen wij dat niet voor elkaar? Ik wil juist bevraagd worden en me verantwoorden voor een klein deel van onze achterban.”

Verkeerd beeld

Niet elke gezichtsbepalende migrant denkt zo. „Waarom zouden wij ons moeten verantwoorden voor de acties van een paar gekken?”, zegt een Marokkaanse Nederlander. Hij werkt in de top van de publieke sector, is invloedrijk en wil niet met zijn naam in de krant. Zo is het ook met enkele bestuurders van migrantenorganisaties.

„Als je je niet mengt in het debat, ontstaat een verkeerd beeld”, zegt socioloog Han Entzinger, hoogleraar integratie- en migratiestudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Dan denkt de buitenwereld dat alle moslims in Nederland radicaal zijn, wat absoluut niet zo is.”

Moslims zeggen bang te zijn dat ze worden versleten voor extremist. „De nieuwe generatie heeft een duidelijke mening, maar komt daar niet mee naar buiten”, zegt Bal. „Niemand wil omstreden of verdacht zijn.” Charifi: „Je wilt wel in traditionele kleding naar de moskee kunnen, zonder dat de buren meteen de kliklijn bellen.”

Kabaalmakers

Entzinger vertelt dat Marokkaanse Nederlanders met bijvoorbeeld een goede loopbaan in het bedrijfsleven niet op de barricade willen uit angst voor stigmatisering. Dan zijn ze opeens vooral Marokkaan, en niet een aardig mens of succesvol zakenman.

„In deze tijd van islam-bashing kleven meer risico’s aan het verdedigen van de Palestijnse belangen dan van de Israëlische”, zegt ook Arco Timmermans, bijzonder hoogleraar public affairs in Leiden. Hij onderzoekt de rol en betekenis van belangenbehartiging in Nederland. „Wie niet voor Israël kiest, moet zich tegelijk verdedigen voor kabaalmakers in de Schilderswijk. En wie zich moet verdedigen, staat bijna altijd op achterstand.”

Ook hun versplinterde belangenbehartiging komt allochtonen niet ten goede. Timmermans: „Anders dan in de joodse gemeenschap is het onder migranten een kakofonie. De discussie over sommige thema’s is niet uitgekristalliseerd. En versnippering betekent dat je minder snel samen handelt en spreekt. Goede lobby vereist proactief optreden en een heldere lijn.”

Ook de migrantenorganisaties weten dat hun achterban verdeeld is. Charifi: „Wij zijn een kruiwagen vol kikkers. Iedereen vindt er het zijne van. De gemeenschap heeft natuurlijk ook meer problemen dan de radicalisering van een kleine groep: jeugdwerkloosheid, armoede, ouderenzorg.”

Voor migranten die zich uitspreken, dreigt kritiek uit eigen kring, zegt socioloog Entzinger. „In een gemeenschap die zo verdeeld is, kun je verwachten dat mensen een mening hebben over jouw handelen.” Zeker omdat op social media alles onder een vergrootglas ligt en tegenstanders elkaar online hard aanpakken. Charifi: „Als je je te duidelijk afzet, krijg je van de andere kant wat naar je hoofd.”

Veel migrantenorganisaties hebben moeite interne meningsverschillen bij te leggen, weet Entzinger. „Steeds minder mensen willen zich dan ook bij die clubs voegen.” Bal erkent dat migrantenorganisaties interne spanningen kennen – ook ‘zijn’ CMO. „De migrantenorganisaties zijn onvoldoende geworteld in de samenleving. Het is lastig met een eenduidig verhaal naar voren te komen, al zijn we de laatste tijd bijzonder stabiel.”

Subsidiestop

Ook geld is een probleem. Zo verdwijnt onder meer de multiculturele denktank Forum wegens stopzetting van de subsidie. Het intrekken van de Wet overleg minderhedenbeleid leidt ertoe dat de organisaties uit het Landelijk Overleg Minderheden per 2015 eveneens hun overheidsbijdrage kwijtraken. Dat treft onder meer het SMN. Voorzitter Charifi: „Het kabinet wil helaas niet meer met groepen apart om de tafel. Maar wij zullen doorgaan. Ons bestuur bestaat toch al uit vrijwilligers.”

Andere belangenverenigingen voor moslims of allochtonen zijn al nauwelijks bereikbaar, of hebben geen woordvoerder. Entzinger: „Ze kunnen nauwelijks actief zijn – laat staan pro-actief. Dan ontbreekt een systematisch en krachtig geluid.”

Bij de bestuurders heerst vooral het gevoel dat ze niet worden gehoord. „Wij hebben minder contacten met politieke sleutelfiguren”, zegt Bal. „Afspraken via informele kanalen voorbereiden lukt ons niet. Joodse collega’s hebben daarin een langere historie.”

Vaak genoeg geven migrantenorganisaties hun mening via persberichten of forums, zegt Charifi, maar media nemen de verklaringen niet op.

De meeste zorgen maakt hij zich over onderscheid bij het veroordelen van discriminatie. „Het lijkt alsof je alles mag roepen over moslims, onder het mom van vrijheid van meningsuiting. Wij willen onze achterban graag een spiegel voorhouden en kritisch zijn. Maar ik zou ook tegen onze politici willen zeggen: spreek je uit tegen onderscheid en ga nu het nodig is achter deze groep staan.”