Een gezicht is een blank canvas

Met glamour heeft haar make-up niets te maken. Visagist Inge Grognard (56) maakt gedurfde, extreme statements. Een grove rode veeg over het gezicht, een patroon van krassen boven het oog, streepjes zilverfolie, een enkel opgemaakt oog, of een heel masker van latex of stof. Een gezicht is voor haar een blank canvas, en dat liefst zo letterlijk mogelijk. Zware wenkbrauwen zitten haar in de weg, en een donkere huid vindt ze moeilijk – die is vaak zo mooi, daar heeft ze te weinig aan toe te voegen. Wat ze doet, zegt ze, is een stempel zetten op iemand. Haar stempel. Waarbij ze de huid de ruimte geeft. Een mooie huid blijft voor haar het allerbelangrijkste.

In het boek dat in 2010 verscheen over Inge Grognard en haar man, de fotograaf Ronald Stoops, staan quotes van Walter Van Beirendonck en Dirk Van Saene, voor wie zij altijd de make-up heeft verzorgd. Van Saene roemt haar energie, haar punkesthetiek en haar eerlijkheid, maar noemt ook de „explosieve discussies” die hij met haar heeft. Een gevecht, vindt Van Beirendonck werken met haar. „Maar een gevecht met een geweldig einde.”

Ze heeft spanning nodig, zegt Grognard zelf. Als alles prettig en rustig is, wordt zij niet gestimuleerd. Pas als het knijpt en wringt, dan wordt ze wakker. De meest getormenteerde periodes uit haar leven zijn de vruchtbaarste geweest. Als er geen spanning is, dan zoekt ze die op. Ze gaat geen confrontatie uit de weg.

Haar ouders zagen haar het liefst naar de universiteit gaan, maar Grognard wist al heel jong dat ze de mode in wilde. Omdat ze geen kleren wilde maken, koos ze voor make-up, al was dat een beroep dat in de jaren zeventig nog nauwelijks bestond; modellen deden hun make-up meestal zelf.

Modeontwerper Martin Margiela was haar ingang naar de mode. Ze raakte op de middelbare school in Genk bevriend met zijn nicht, en gedrieën praatten ze uren over kleding en make-up. Toen Margiela in 1976 naar Antwerpen verhuisde voor een studie mode, volgde ze hem, en al snel was ze er één van wat ze ‘de bende van Antwerpen’ noemt: jonge ambitieuze modeontwerpers als Margiela, Van Saene, Van Beirendonck, Dries Van Noten en Ann Demeulemeester. Bij hun eerste Parijse shows was zij verantwoordelijk voor de make-up.

Met name bij Margiela heeft ze zich kunnen uitleven; hij gaf haar vrijheid, vertrouwen en inspiratie. Voor zijn Parijse debuutshow, in 1988, bedekte ze de ogen van de modellen met zwart pigment dat er meteen weer afliep; assistenten waren de hele tijd bezig de wangen van de modellen schoon te vegen.

Visagist kan tegenwoordig een lucratief beroep zijn. Voormalige assistenten van haar werden creatief directeur van de make-uplijnen van beroemde modehuizen. Dat soort banen is aan haar deur voorbijgegaan. Zij is niet geschikt voor de grotegeldjobs. De punkbeweging heeft haar gevormd, en ze is de punkmentaliteit nooit kwijtgeraakt. Met vips en bobo’s wil ze niets te maken hebben, het politieke spel bij de grote huizen wil en kan ze niet spelen.