Je kiest enkel voor een betere start

Volgens Renate Lindeman (NRC, 6 september) komt het afbreken van een zwangerschap na de diagnose van het syndroom van Down neer op een diskwalificatie van het bestaansrecht van kinderen met Down.

Dat is een misvatting, en doet bovendien geen recht aan de ouders die ooit deze moeilijke keuze hebben gemaakt.

Deze ouders vroegen zich toen niet af of kinderen met Down inferieure wezens zonder bestaansrecht zijn, maar of ze hun kind door het met Down geboren te laten worden wel de juiste start zouden geven in het leven dat ze voor een kind wensen. Dat een huidig leven met Down het waard is geleefd te worden, betekent niet dat ieder leven met Down dan ook maar begonnen moet worden. Alle kinderen die geboren worden, hebben recht op een goed en vervuld leven. Als de vooruitzichten daarop laag zijn, dan doe je een kind geen recht door het toch geboren te laten worden.

Lindeman spreekt van jongeren met downsyndroom die afstuderen, zelfstandig wonen, relaties en een vaste baan hebben. Die blik lijkt gekleurd. De jongeren met Down die Helma van Gameren voor haar promotieonderzoek volgde, bleken in grote mate afhankelijk en veel moeite te hebben goed te functioneren. Zo kon minder dan één op de tien complexere taken uitvoeren zoals een maaltijd koken of betalen in een winkel.

In het licht van die bevindingen is het daarom moreel goed te verdedigen een leven met Down niet te laten beginnen. Daarmee ‘schrijf je niet een hele groep af’, maar kies je voor een betere start in het leven van een kind.

, filosoof, schrijft een boek over de ethische dilemma’s rondom prenataal testen