Doelgroep bedienen en risico’s ontlopen – dat doet het Kamerlid

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: verlangen naar een nieuwe Bolkestein.

Ofwel: modegevoeligheid en groepsdwang in het IS-debat.

Tekst Tom-Jan Meeus, Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het was zo’n week waarin je dacht: een nieuwe Bolkestein zou geen gek idee zijn. Ik kwam erop tijdens dat Kamerdebat over IS, woensdagavond, uren voordat Obama ’s nachts ontvouwde hoe hij de extremisten uit Irak en Syrië wil verjagen.

Eind vorige week was daarvoor op de NAVO-top een coalition of the willing gesmeed. Tien landen – exclusief Nederland. Je zag dat die Kamer de schok nog aan het verwerken was. Niet serieus genomen in de echte wereld. Gewoon gepasseerd. Kón natuurlijk niet.

Dus daar gingen we: alle fracties, op SP en PVV na, waren gráág bereid militair aan de coalition of the willing bij te dragen. De steun werd al toegezegd nog voordat woensdagnacht duidelijk werd wat Obama eigenlijk van plan was.

Gekrenkte trots en groepsdwang als grondslag voor internationalisme: we wilden zo gretig meespelen in de wereld, we hadden zoveel haast serieus genomen te worden, dat het nadenken daarna wel zou komen.

Terwijl onthaasten meer voor de hand lag. Ga maar na. Ondanks de miljardenoperatie van de NAVO tegen de moslimextremistische Talibaan, nu dertien jaar gaande, is de Talibaan niet verslagen – en blijft Afghanistan een fragiele democratie. De westerse invasie van Irak en afzetting van Saddam, in 2003, brachten daar vooral dood, chaos en schijndemocratie – wat de opkomst van IS vereenvoudigde. En de afzetting door het Westen van Gaddafi, in 2011, stortte ook dat land in oorlog en anarchie – zodat nu het reële gevaar bestaat dat in Libië een kalifaat wordt uitgeroepen.

Drie westerse militaire operaties tegen verafschuwde tirannen in tien jaar: alle drie peperduur, alle drie voornamelijk mislukt. Dus om nu zonder voorkennis vanuit Den Haag te bedelen om deelname aan de vierde operatie – het leek me rijkelijk vlot.

En het bijzondere was: de Kamer had het amper over dit verleden. Bijna de hele Kamer wilde vooral uiting geven aan haar morele weerzin tegen IS. Hoe belangrijk het is dat deze barbaren, met hun slachtpartijen onder vrouwen, kinderen, christenen, westerse journalisten en – niet te vergeten – moslims, worden aangepakt. Prima. Klein nadeel: weerzin, zeker in combinatie met ongeduld en goede bedoelingen, is nog zelden een garantie voor militair succes gebleken.

Je had nog iets waar amper aandacht voor was. Een operatie tegen IS heeft als probleem, zoals neocon David Frum in The Atlantic schetste, dat het de regimes van Syrië en Iran onvermijdelijk versterkt. Het bracht de Republikein Frum, oud-speechschrijver van Bush, tot een even opmerkelijke als prikkelende analyse: de nadelen van militair optreden tegen IS wegen niet op tegen de voordelen.

En je had een ander thema dat in de Kamer alleen zijdelings passeerde: het Nederlands belang. Uit publicaties van Amerikaanse en Noorse inlichtingenspecialisten blijkt dat IS, in elk geval tot nu toe, geen ambities heeft aanslagen in het Westen te plegen. Zo zei Will McCants, adviseur van minister van Buitenlandse Hillary Clinton (2009-2013) inzake extremisme, vorige maand dat IS, anders dan Al-Qaeda, primair uit is op gebiedsuitbreiding in het Midden-Oosten. En dus dat „de kans op terreuraanvallen op het Westen pas toeneemt wanneer we IS gaan bombarderen”.

Ergo: hoewel het kabinet het AIVD-budget met tientallen miljoenen ophoogde om te beletten dat moslims vanuit Nederland naar het IS-gebied verhuizen (en als terrorist terugkeren), zou vooral Nederlandse steun aan de militaire strijd tegen IS de kans op binnenlandse terreuraanslagen vergroten.

Allemaal aspecten waarvan je dacht: het zou goed zijn als de politiek hier even bij stilstond, met zichzelf en met de burger, want meevechten tegen IS kan onvermijdelijk zijn – maar dan moet de burger ook weten dat het om meer draait dan bommen gooien. Helaas. De behoefte om zich tegen IS te keren won het ruim van een grondige (zelf)analyse.

Eigenlijk was Van Bommel, van de SP, de enige die de meeste van deze dilemma’s wel benoemde. Maar hij ondermijnde zijn geloofwaardigheid door een militair ingrijpen op voorhand af te wijzen uit weerzin tegen de „Amerikaanse agenda”. Amerikaanse agenda? Alsof er in de VS nog één politicus te vinden zou zijn die denkt dat Amerika in Irak voordeel te halen heeft: sinds 1990 hebben alle (alle!) presidenten opdracht gegeven Irak te bombarderen. Het enige dat ervan kwam: steeds grotere ellende.

En zo kregen we een Kamerdebat waarin de risico’s van militair deelnemen onbesproken bleven: we hoorden alleen bekende bezwaren tegen IS en clichébezwaren tegen een veronderstelde Amerikaanse agenda.

Vandaar die heimwee naar Bolkestein. En vooral: naar het gemis, in de huidige politiek, aan diens vermogen dit type dilemma’s wél in al hun gelaagdheid onder de aandacht te brengen.

Een bekend voorbeeld, en uiterst actueel, was de discussie in 1995-1997 over uitbreiding van de NAVO met de voormalige landen van het Warschaupact, inclusief Oekraïne. Ook toen werd Den Haag primair gedreven door de behoefte ‘het goede’ te doen. En dat goede was ook toen vrijwel onomstreden: de landen van het voormalige Warschaupact moesten, verlost van Sovjet-Russische repressie, toegelaten worden tot de NAVO.

Maar Bolkestein, dat was het fascinerende, ging juist niet mee met de modegevoeligheid en groepsdwang die je ook toen al in Den Haag had, inclusief zijn eigen partij. In dit geval benadrukte hij dat de goede bedoelingen een machtspolitiek nadeel hadden: een Oost-Europese expansie van de NAVO zou, voorspelde hij, het Russische veiligheidsgevoel verzwakken. „Een redelijke verstandhouding met Rusland is van belang”, schreef hij in 1995 in NRC Handelsblad. „Uitbreiding van de NAVO schaadt die verstandhouding.”

En twee jaar later, in de Volkskrant, wees hij erop dat „Rusland de NAVO ziet als een geïntegreerde vechtmachine”. Toen al signaleerde hij dat Russische leiders zinspeelden op manieren om ‘het nabije buitenland’ weer onder controle te krijgen. „Uitbreiding van de NAVO zal die neiging versterken. Verwacht mag worden dat Moskou vooral de druk op Oekraïne zal opvoeren.”

Wat zich nu voltrekt, voorzag Bolkestein dus zeventien jaar terug al. Maar de Kamer hoonde hem weg: in het debat moest hij het stellen met steun van alleen GroenLinks. Dat maakte hem zo sterk: Bolkestein was het soort onafhankelijke geest dat debatten op scherp zette omdat hij iedere ongemakkelijke uitkomst aandurfde.

Precies het type waaraan het deze week in dat IS-debat ontbrak. Praten voor de eigen doelgroep, geen intellectueel avontuur, elk risico ontlopen – dat is hoe Kamerleden nu opereren.

Nu heeft Nederland, klein land, nooit veel oog voor het belang van onafhankelijkheid gehad. Ook institutioneel niet – met alle moderne risico’s van dien. Je zag het deze week nog: niemand die in herinnering riep dat Tjibbe Joustra, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, in 2012 nog in de commissie zat die het VVD-verkiezingsprogramma schreef (Niet doorschuiven maar aanpakken), waarmee lijsttrekker Rutte destijds de boer opging. Maar wacht maar tot de Russen het in de archieven terugvinden: ze zullen er de geloofwaardigheid van Joustra’s eindrapport over MH17 al op attaqueren nog voordat hij met typen begint.

Ik heb me laten vertellen dat het kabinet volgende week, Prinsjesdag en Algemene Beschouwingen, zal proberen de natie mee te nemen in een nieuw gevoel van gemeenschappelijkheid. Internationale crises hebben voor een regering als potentieel voordeel dat de burger zijn belangstelling voor de politieke conflictjes van alledag verliest. Misschien werkt het zelfs in de Kamer (vermoedelijk niet). Het zou in elk geval een slimme manier zijn om het IS-debat tijdens de Algemene Beschouwingen, waarvoor Wilders natuurlijk enorme belangstelling heeft, klein te houden.

Maar nieuwe gemeenschappelijkheid of niet: politiek moet ook een manier blijven om de burger bij beleidsdilemma’s te betrekken. Vóór ingrijpen tegen IS pleiten is echt geen kunst. Maar de goede vragen stellen en de nogal grote gevolgen van die keuze in beeld brengen, juist om te voorkomen dat recente fouten zich herhalen: dat vergt Kamerleden, ook fractievoorzitters, die zich onafhankelijk opstellen tegenover de laatste mode en de nieuwste groepsdwang. Die, zoals Bolkestein destijds, desnoods nederlagen aandurven om het inzicht te bevorderen.