De Mand

Georgina Verbaan

Het zou aardiger zijn om te zeggen dat het zich in mijn kleedkamer, op het aanrecht, een verlaten strand in een tropische setting, of in een steegje in de Marais te Parijs afspeelt en dat er een fles Chassagne Montrachet, een boomlang heerschap en een rijtje dansende katten met wandelstokjes en hoedjes op aan te pas komen, maar het hoogtepunt van mijn dag vindt iets na 17.00 uur plaats als de snoepmand eindelijk op de set wordt neergezet. Vanaf een uur of vier raak ik wat rusteloos met de komst van De Mand in het vooruitzicht. Iedere minuut na vijven waarop De Mand nog niet gearriveerd is, is een minuut vol stroop en niet vooruitkomen, en zou zich qua tijdsbeleving prima lenen voor een master fiscaal recht.

De Mand is altijd laat. Tussen opnames door houd ik mijn ogen strak op de ingang van de studio gericht. Na een opname informeer ik als een geheimagent bij Jac van het geluid: „Mand?” Jac schudt dan mismoedig zijn hoofd. „Hij is laat, Jac.”

„Absoluut”, valt hij dan bij. „Erg laat.”

Soms komt er vanuit het donker een gestalte aan. Draagt hij De Mand? Nee, een lamp. Jammer. Vorige week was De Mand eens 33 minuten te laat. Ja, ik maak wat mee, hoor. Ik zou willen dat de wallen en kringen onder mijn ogen, die een soort vleesbril met zwaar montuur en onderwenkbrauwen vormen, veroorzaakt waren door de avond die ik mojito’s drinkend met een tandeloze flamencozanger en zijn doofstomme broer doorbracht. Maar dat is niet zo. Daar is die avond te lang geleden voor.

Ik zou het niet hinderlijk vinden om te verdwalen in een wildvreemde stad. Om beneveld te raken en in een plantsoen een beenprothese te vinden, daar luchtgitaar op te spelen en met het been als gigantische duim een lift te scoren van een slecht verstaanbare boer die het levensverhaal van zijn blinde hond Herman in rijm achter elkaar heeft gezet op de muziek van Boney M’s ‘By The Rivers of Babylon’, een lamentatie die dan plots vanaf de achterbank meegezongen blijkt te worden door de moeder van de boer: een onooglijk gedrocht met drie tanden en één been dat – eenmaal uitgezongen – giechelend de auto uit en een akker op kruipt met de te lange prothese aan haar stomp.

Maar helaas.

Het is een rieten broodmandje met daarin salmiak pastilles, trekdrop, brokken chocola, suikerbananen, snoeptanden, schuimblokken en zure matten in regenboogkleuren dat mij het gevoel geeft dat ik leef. Of nou, als ik eerlijk ben, zijn het vooral de zure matten.