De beschonken zeemeermin

Joyce Roodnat

Over: Anton Corbijn en A Most Wanted Man; Marlene Dumas; Francis Alÿs.

En ik had zo’n zin in die film. A Most Wanted Man. Want: naar een roman van John Le Carré, held van mijn bioscoop. De schrijver die aan de basis stond van Tinker Tailor Soldier Spy, en van The Spy Who Came in from the Cold, met Richard Burton in de hoofdrol die sindsdien de maatstaf is voor elke Le Carré-spion, voddig en verloren.

Plus: de laatste grote rol van Philip Seymour Hoffman. Prachtig acteur, nog maar pas tragisch aan zijn eind gekomen.

Bovendien: gemaakt door Anton Corbijn. Met zijn camera ontmantelde hij de grote popsterren. En dan hebben we het over Miles Davis, Bono, Keith Richards. Maar ook over de natuurkundige Stephen Hawking. Hem ‘mantelde’ Corbijn met zijn portret juist weer tot de popster die de wereld in hem wil zien.

Kortom, ik zat klaar om zijn film te bewonderen. En kwam bedrogen uit.

A Most Wanted Man is de eerste Le Carré-verfilming die ik moeiteloos van a tot z snapte en dat is geen goed teken. Hij is spannend noch tragisch. Hij loopt wanhopig af, dat hoort bij Le Carré. Maar het maakt niet uit, want er staat niks op het spel. En Philip Seymour Hoffman? Die loopt te tasten naar wat de bedoeling is. Ook een goeie acteur behoeft regie en die kreeg hij zo te zien maar weinig.

Ik kreeg zo’n zin in Corbijns film door de interviews. Ik herlees er een aantal, ik zie hoe graag zij, en ik dus ook, zien dat een Nederlander naar de sterren reikt. Ik besef hoe vertroebelend dat is. En pas in tweede instantie valt me Corbijns mantra op: hij wil geen fotograaf-filmer zijn.

Maar waarom niet? Het is wat hem uniek maakt. En hij is het tóch. Zoals Steve McQueen een beeldend kunstenaar-filmer is – zie de performance video-aanpak waarmee hij in zijn film 12 Years a Slave de mishandelingsscènes ontdeed van het sm-pornografische karakter dat zulke scènes in speelfilms bijna automatisch aankleeft.

Corbijns film raakt me zodra ik toch even de fotograaf aan het werk zie. Zodra hij filmt met fotokaders, waarmee hij de nacht en neon van de seksindustrie aanwendt om me mee te laten voelen met de personages, vooral met de Tsjetsjeense moslim onder zijn vuile capuchon.

Met nog veel grotere verwachtingen ga ik naar het Stedelijk Museum voor de overzichtstentoonstelling van Marlene Dumas. Er is gejuicht bij het leven, dit keer ben ik op mijn hoede. Maar ik val als een blok en dat komt juist door deze expositie. Ik ken Dumas’ werk maar hier zie ik het bij elkaar en doorzie ik pas wat ze doet. Ze duidt de lichaamstaal. En ze onthult dat ook een dood lichaam die taal spreekt.

Ze bedient zich van film en foto’s en daarin is ze de enige niet. Het is zo’n beetje hét kenmerk van de moderne schilderkunst, ook Luc Tuymans en Gerhard Richter doen het. Wat moeten die schilders met die foto’s? Ze zetten een logische stap in de geschiedenis van de schilderkunst. Die streeft naar een unieke blik op de werkelijkheid. Welnu, foto’s en film zijn deel van die werkelijkheid, tegenwoordig nemen ze er zelfs de plaats van in. Ook op deze tentoonstelling nemen de mensen veel foto’s met hun mobieltjes: iets telt pas als je er een foto van maakt.

Foto’s tonen iets dat het blote oog mist. Een moment, een fractie van een seconde, voorbij voor je het weet. De schilder denkt: kip, ik heb je. Die ontfutselt de foto met zijn penselen kennis, inzicht, verborgen wijsheid.

Dumas vervangt de jacht op het tijdelijke van de fotograaf door haar eigen jacht op het eeuwige. In het gezicht van een Italiaanse actrice ontdekt ze de stilte van de wanhoop, in het doodsportret van Ulrike Meinhof vindt ze onbedaarlijk geweld.

Verdriet en dood zijn haar onderwerpen, maar ze zijn zichzelf niet, onder haar penselen. Dumas schildert met haar tranen. Tranen van ontroering, van drift, van rouw. Ze nemen het niet, die tranen, Dumas mikt op het leven, altijd. Vooral als ze de dood vastlegt.

Ze kan ook lachen door die tranen heen, ik ontdek het op een klein schilderij, 25 bij 30 centimeter: ‘Drunken Mermaid’. Grijs figuurtje, laveloos voorover op een rots. Weerloos. Aanstonds duikt ze die golven in, voel ik.

In de Mexicaanse woestijn rende kunstenaar Francis Alÿs tornado’s in, jarenlang, filmend met de camera op zijn helm. Zijn video Tornado 2000-2010 is te zien in het Amsterdamse Arti et Amicitiae. Het is angstaanjagend. Het is geweldig. Alÿs verbeeldt wat kunstenaars doen: ze zoeken naar de stilte, maar middenin de storm.