De Antwerpse Papoea

Walter Van Beirendonck laat zich inspireren door tribale kunst. In zijn collecties zitten maskers, hoofdtooien en naïeve printen. Is hij een tribaal kannibaal?

tekst Tijs Goldschmidt

Eens in het jaar mag het in rooms-katholieke streken, dagen en nachten lang zelfs: jezelf vermommen, een andere gedaante aannemen, een onverwachte rol spelen. Dan is het geoorloofd gemaskerd en verkleed de straat op te gaan. Uitbundig feest te vieren, naïef te zijn, tegenstrijdig en ongeremd. Dat is carnaval.

In die week kan het gebeuren dat jouw anders zo keurige vader heupwiegend het huis verlaat in zwarte netkousen en op naaldhakken, zorgvuldig opgemaakt met lippenstift en overvloedige oogschaduw. Zoiets maakt indruk op een kind. Carnaval betekent meelopen in kleurrijke optochten of ze ten minste zien langstrekken, maar zeker ook: zingen, hossen en bedwelmd raken. Tijdens carnaval, een religieus feest voorafgaand aan de vasten, een periode van onthouding, mag je jezelf verliezen. Het betekent voor zo lang het duurt lak hebben aan seksuele moraal en conventies. Wie zelfs tijdens carnaval niet zondigt, doet zichzelf tekort.

Al heeft de god van de commercie ook al lang op carnaval vat gekregen, op veel plaatsen schijnt desondanks de oorspronkelijke betekenis van het feest nog voelbaar te zijn. Aalst en Binche in België staan daarom bekend, of in eigen land Maastricht.

Walter van Beirendonck, wereldberoemd modeontwerper, komt uit een dorp bij Antwerpen. Het cyclisch terugkerende rooms-katholieke carnaval kan in zijn jeugd dus nooit ver weg zijn geweest. Mijn eerste indruk bij het zien van Van Beirendoncks werk: een grote carnavaleske verkleedpartij. En als je wat langer kijkt, doemen ook beelden op van de schilderijen van James Ensor: De intrede van Christus in Brussel. Mensen met gezichten als maskers. Ook dat is België.

Recentere invloeden op het werk van Van Beirendonck komen niet zelden van ver buiten België. Uit Oceanië, Papoea (Irian Jaya) en Papoea-Nieuw-Guinea bijvoorbeeld. Van Beirendonck observeert hoe in deze tribale culturen mensen tijdens feesten transformeren, van gedaante wisselen, zichzelf in beelden veranderen. Daarnaast heeft hij, zo blijkt uit zijn museale tentoonstellingen en de begeleidende catalogi, belangstelling voor de context waarin dat gebeurt. Hij verdiepte zich in de bijbehorende rituelen en ceremoniën die analogieën vertonen met een feest als carnaval.

Studenten aan de Antwerpse modeacademie (waar Van Beirendonck les geeft) krijgen tijdens hun opleiding de opdracht een traditioneel kostuum, tribaal masker, of dansuitrusting zo nauwgezet mogelijk na te maken. Een berenkostuum uit een midwinterfeest op de Balkan, of een dansuitrusting uit Oceanië of Nieuw-Guinea. Probeer daar zo dicht bij te komen als je kunt, vraagt de docent. Probeer iets van de concentratie te voelen, de aandacht en het geduld te beleven waarmee die dingen doorgaans zijn gemaakt. Welke eigenschappen heeft het materiaal van een geestenpak uit het jipae-feest, een herdenkingsfeest van de Asmat, dat door stoere krijgers in het diepste geheim in het mannenhuis is gebreid? Hoe construeer je een masker uit Vanuatu, de Nieuwe Hebriden? Gemaakt van eindeloos veel spinnewebben die om een houten skelet gewonden worden, bepleisterd met leem en ten slotte beschilderd.

Wie weet dringt tot de student door dat die dansuitrustingen, maskers, hoofddeksels en accessoires voor de betrokken Oceaniërs of Papoea’s van levensbelang waren. Ze dienen om religieuze rituelen te kunnen voltrekken, mythen te actualiseren en om herdenkingsfeesten te vieren ter ere van pas gestorvenen of van mythische cultuurhelden. Het zijn uitrustingen die mensen identiteit verlenen, een groep afbakenen, net als de scarificaties die voor het leven in de huid worden gebrand. Dat gaat allemaal verder, of is in elk geval van een andere orde, dan het maken of dragen van esthetisch plezierige kleding, vaak voor de duur van maar een of hoogstens enkele seizoenen. Want dan dicteert de westerse modebranche, waarin de commercie domineert, vaak alweer iets heel anders.

Maar het moet gezegd: het werk van Walter van Beirendonck is in dat opzicht nogal afwijkend doordat het tegen autonome beeldende kunst aan schuurt. Hij is tegendraads, eigenzinnig, geen louter commerciële ontwerper.

Dat westerse beeldend kunstenaars zich laten inspireren door tribale kunst, en invloeden daarvan verwerken in hun eigen kunst is niets nieuws. Die belangstelling ontstond al aan het begin van de twintigste eeuw: Picasso verzamelde beelden en maskers uit Afrika, Vanuatu en Nieuw-Caledonië (ze bevinden zich nu in het Picasso-museum in Parijs). Maurice de Vlaminck verzamelde maskers en beelden uit het Sepik-gebied van Papoea-Nieuw-Guinea en iets later verzamelde de surrealist Max Ernst kachina, geestenbeelden, van de Hopi-indianen. Kunstenaars als zij werden kennelijk getroffen door de onconventionele sculpturale en schilderkunstige vondsten in die objecten. Ze moeten opgetogen zijn geweest over manieren van abstraheren in tribale kunst van uiteenlopende herkomst. Nieuw en bevrijdend voor de westerse kunst. Vaak zullen zij vorm- of kleuroplossingen in die tribale kunst hebben herkend die ze zelf net hadden gevonden, of waarnaar ze op zoek waren. Daar was het al!

Een autonoom westers beeldend kunstenaar maakt zijn werk doorgaans niet ten behoeve van groepsceremonieën of in dienst van groepsrituelen, maar in de eerste plaats voor zichzelf. Hij schept een persoonlijke in plaats van een tribale mythologie, een eigen wereld. Van dat laatste is zeker ook bij Van Beirendonck sprake, al krijg je de indruk dat het in zijn geval nog weer een stap verder gaat. Hij creëert zijn eigen quasistam of ‘tribe’.

Zo ontwierp hij kleding en accessoires die identiteit verleenden aan een specifieke groep mannen. Daarmee met verve hun seksuele geaardheid benadrukkend, homo, maar geen androgyne jongens, integendeel. Forse kerels, vaak kaal met baard en stevige buik. Showen zij Van Beirendoncks kleding, dan doemt er een heuse berenparade op. Een manifestatie van de zogenaamde ‘berengemeenschap’. De toeschouwer krijgt een blik op een verwalterde Welt, van mannen in slip waarop een markante W is geborduurd.

De interesse van Van Beirendonck, een onstuitbare ‘Antwerpse Papoea’, is anders gericht dan die van een klassieke antropoloog. Die laatste observeerde zo objectief mogelijk, interpreteerde, noteerde en publiceerde ten slotte wetenschappelijke artikelen of boeken, voornamelijk voor vakgenoten. Van Beirendonck informeert zich ook uitgebreid, associeert, fantaseert en creëert ten slotte. Ik zou wel willen weten hoe het eruitziet in zijn hoofd. Het zou me niet verbazen als er in zijn verbeelding regelmatig Oceaniërs of Papoea’s met ufo’s landen in Antwerpen om zich daar te mengen tussen buitenaardse wezens, stripfiguren en gestileerde sm-georiënteerden.

Urbane stammen

Bij tribale invloeden op een modeontwerper kun je ook denken aan westerse ‘tribes’. Ted Polhemus beschreef ze in zijn boek Streetstyle uit 1994. Urbane stammen zoals bikers, hipsters, booze fighters (de voorlopers van Hells Angels), punks, of rappers. Want belangstelling van prestigieuze ontwerpers voor straatstijlen bestaat al langer. Kledingstijlen van marginale groepen, anti-establishment, vonden hun weg naar de catwalk van de officiële modewereld.

In bijna elke maatschappij zijn macht, succes, financiële middelen en roem belangrijke pijlers van sociale status. Leden van stadsstammen die met het oog daarop weinig te verwachten hebben, schreef Polhemus, gaan hard tegen die gevestigde orde in. Zij ontlenen hun identiteit en sociale status expliciet aan eigen kleding die niet veel kost en die meestal origineler is dan doorsnee confectie. Keer op keer voelden ontwerpers van naam zich aangetrokken door deze straatstijlen en vooral ook door de rebelse mentaliteit van de ‘no-hopers’ die daaruit sprak. Ze lieten zich erdoor inspireren voor hun eigen collecties.

Straatstijlen van het anti-establishment inlijven in de officiële mode heeft iets paradoxaals. Het holt de betekenis daarvan uit, inclusief de dreiging die er vaak vanuit gaat.

Dat geldt in nog sterkere mate voor ontleningen aan tribale culturen. Wat gebeurt er als er Papoea-invloeden of symboliek die is overgenomen van de kleding en geestenbeelden van Hopi First Nations terechtkomen op de catwalk? Wat blijft er over van hun betekenis die vaak sacraal wordt geacht? Die danskostuums, maskers, hoofdtooien en accessoires, en ook de bijbehorende lichaamsbeschilderingen ontwikkelden zich bovendien in de loop van eeuwen of mogelijk millennia in een vaak sterk isolement tot hun kenmerkende vorm. Is het niet wat mallotig om als een tribaal kannibaal cultureel zappend de wereld af te struinen op zoek naar inhoud voor het vervaardigen van een nieuw kledingstuk voor de voorjaars- of najaarscollectie?

Na het eerste contact met westerlingen werden Australische Aboriginals en Noord-Amerikaanse First Nations verdreven van hun grond, vermoord, of geïnfecteerd met nieuwe ziekten waartegen zij geen weerstand hadden. Een Papoea-groep als de Marind-anim hield zogenaamde dema -opvoeringen van grote poëtische schoonheid waarbij de dansers zichzelf transformeerden tot meer dan levensgrote geestfiguren die een totem als de zeekrab, de wallaby, of zelfs de deinende zee verbeeldden. Indrukwekkender transformaties van mensen in beelden dan de Marind wisten te bereiken zijn moeilijk voorstelbaar. De missionarissen van het Heilig Hart uit Tilburg, onder wie Petrus Vertenten, en ook de Zwitserse antropoloog en fotograaf Paul Wirz hadden die feesten – ze hadden voor Van Beirendonck een onuitputtelijke inspiratiebron kunnen zijn – nog niet beschreven of de grote meerderheid van de Marind bezweek (tussen 1910 en 1920) aan het venerisch granuloom. Het was meegebracht door Australische werklieden van Thursday Island en verspreidde zich razendsnel dankzij de promiscue seksuele gewoonten, zoals het rituele otiv-bombari – seksuele omgang van een vrouw met vele mannen. De Marind-anim hadden de werken van Van Beirendonck waaruit zijn betrokkenheid spreekt bij de aidsepidemie waarschijnlijk zeer kunnen waarderen. Denk aan de teksten: Terror Time, Blow Job, Get off my Dick die in de jaren negentig op plastic modellenkoppen in een van zijn werken opduiken.

Kopiëren

Er zijn nogal wat tribale groepen die er bezwaar tegen maken als zonder hun voorafgaande toestemming voor hen sacrale symbolen, vormen, of traditionele kennis worden gekopieerd of gebruikt. Hun lokale religie is, na een meestal verschrikkelijke recente geschiedenis waarbij veel mensen omkwamen en culture genocide plaatsvond, het enige dat ze nog hebben. En zij klampen zich juist daaraan vast. Begrijpelijk, maar geeft het slachtofferschap privileges? Vrije uitwisseling van beelden, foto’s, films, kennis is een groot goed, waarvan deze mensen zelf bovendien gretig gebruikmaken. Toen in de koloniale tijd de Britten hun nationale vlag op zoveel mogelijk plekken in Ghana lieten wapperen, reageerden Ghanezen door ook vlaggen te produceren. Tegenvlaggen, vaak met schitterende applicaties van mythologische figuren en ongekende kleurcontrasten. Zij eigenden zich het het concept ‘vlag’ toe, iets waartegen vermoedelijk geen Brit bezwaar zal hebben gemaakt. Al waren de machtsverhoudingen asymmetrisch, uitwisseling van kennis vond en vindt bijna altijd over en weer plaats. Westerse kolonialen, verzamelaars, kunstenaars en ten slotte modeontwerpers laten zich inspireren door tribale kunst, maar daartegenover staat dat talloze tribale gemeenschappen zich westerse ideeën, technieken, of christelijke symboliek toe-eigenden.

In zijn boek Who Owns Native Culture behandelt de antropoloog Michael Brown de kwestie van tribaal copyright van Hopi First Nations, dat grof geschonden zou zijn door hun buren de Navajo First Nations. Hopi hechten groot belang aan hun traditionele religie en zijn geneigd alles wat Hopi is voor het gemak sacraal te noemen. Dat geldt ook voor de eerder genoemde geestenbeelden, bron van inspiratie voor zowel de Duitse kunstenaar Max Ernst als Van Beirendonck. Religieuze leiders van de Hopi maken er dan ook bezwaar tegen dat kachina door Navajo worden gekopieerd en verkocht aan toeristen, zonder toestemming, laat staan compensatie, voor de Hopi-gemeenschap.

Ook over het vermeend onrechtmatig gebruik van traditionele symbolen van Australische Aboriginals zijn rechtszaken gevoerd. Veel Aboriginal-symbolen spelen een rol in de lokale religie. Vaak zijn het visuele representaties van traditionele mythen. Ze hebben betrekking op het gezond houden van de relaties tussen de geesten waarin deze mensen geloven en het land waarop zij wonen. Het is voor hen sacrale kennis die onvervreemdbaar eigendom is van de clan. Verhaal, representatie van de mythe en het land zelf zijn naar hun idee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Commerciële exploitatie van die symbolen, tekeningen en schilderingen zou de relatie in hun ogen kunnen beschadigen en is daarom ongewenst.

Een voorstelling als ‘waterlelies bij de waterbron’ is daarvan een voorbeeld. Australische fabrikanten en textielhandelaren, vermeldt Brown, kopieerden deze voorstelling zonder toestemming. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw, voerden Bulun Bulun en verschillende andere Aboriginal-schilders uit Arnhem Land een succesvolle rechtszaak tegen textielfirma’s die sacrale symbolen van deze clan kopieerden en commercieel exploiteerden zonder hen te laten meeprofiteren. Hoe zit het met het gebruik van tribale symboliek en kennis door Van Beirendonck?

Van Beirendonck is opvallend open en eerlijk over zijn belangstelling voor tribale kunst en zijn bronnen van inspiratie. Ze komen in publicaties over zijn werk uitgebreid aan bod en een catalogus als Dream the World Awake bevat foto’s en beschrijvingen van talloze tribale objecten. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat Australische Aboriginals, Papoea’s, Maori of Hopi er aanstoot aan zouden nemen. Want vaak zou je een dergelijke invloed niet eens hebben vermoed als hij er zelf niet nadrukkelijk op had gewezen. Tribale bronnen van inspiratie worden in zijn brein vermengd, opgeschud, veranderd en in een verrassende, glasheldere vorm teruggegeven. Een onstuitbare stroom van beelden, vormen, en nieuwe combinaties van materialen. Lelijk, mooi, schokkend, geestig, geëngageerd, ongedacht. De Marind-anim hadden hem er vast graag bij gehad.