Dansen met de chassidiem

In New York wonen een kwart miljoen ultraorthodoxe joden. Ze zijn vaak fel anti-Israël en raken regelmatig in opspraak vanwege seksueel misbruik. Hoe houdt deze enclave stand in het hypermoderne New York?

Het is vrijdagavond en happy hour in Home Sweet Home, een studentenbar in de Lower East Side van Manhattan. Tequilashots worden hier voor vijf dollar achterovergeslagen. Iedereen zingt mee met de muziek. Dan loopt een man in een zwart gewaad de dansvloer op. De stemming slaat om. Mensen stoppen met dansen, kijken verbaasd zijn kant op.

Hij draagt een hoge zwarte hoed en aan beide kanten van zijn gezicht hangen pijpenkrullen. Op zijn neus een bril met dikke ronde glazen. Hij kijkt verstrooid om zich heen. Probeert met andere groepjes te dansen, alsof hij ze kent.

Hij blijft een paar uur hangen. Als hij naar buiten loopt, volg ik hem. Hij blijkt veel jonger dan ik dacht.

„Cigarette?”, vraag ik hem. Hij knikt. We staan tegen een metalen rolluik dat beschilderd is met graffiti. Ik steek zijn sigaret aan.

„Are you from Brooklyn?”, vraag ik. Ik weet dat er een grote ultraorthodoxe joodse gemeenschap in Brooklyn woont. En ik weet ook dat die gemeenschap nauwelijks met de buitenwereld in aanraking komt. Hij knikt weer.

Dan vraagt hij mij om een knuffel. Ik sla mijn armen om hem heen. Enigszins ongemakkelijk. Hij klampt zich aan me vast. Dan beweegt hij, uit het niets, zijn gezicht richting mijn mond. Ik duw hem weg.

What are you doing?”, vraag ik hem. De jongen kijkt me aan met een holle, lege blik. Hij zwijgt.

Daar staan we dan.

We zeggen niets meer. Daarna loopt hij weg. Ik kan hem niet meer vragen wat een ultraorthodoxe jood richting een studentenbar in Manhattan drijft.

Snelst groeiende sekte

Als je vanuit Manhattan de metro naar Brooklyn pakt en uitstapt bij Marcy Avenue, dan zie je zomers geklede Latina’s naast ultraorthodoxe joden de straat oversteken. Aan de ene kant van Marcy Avenue eindigt een Puerto Ricaanse migrantenbuurt. De andere leidt je naar het joodse Zuid-Williamsburg. Joodse mannen lopen in hoog tempo en kijken recht voor zich uit. Volg de hoge hoeden en je belandt in een andere wereld.

In Brooklyn wonen zo’n kwart miljoen chassidiem, volgelingen van een ultraorthodoxe joodse stroming. Na Jeruzalem heeft New York de grootste chassidische gemeenschap in de wereld. Binnen die gemeenschap behoren zo’n 90.000 mensen tot de nog strengere Satmar-tak. Dit is een van de snelst groeiende ultraorthodoxe sektes in de wereld.

Ondanks hun afstand tot de buitenwereld komen ze vaak in opspraak. Zo zijn de Satmars zéér anti-zionistisch. Ze organiseren demonstraties tegen de staat Israël, of tegen de Israëlische dienstplicht. Ze vinden dat ze pas naar Israël, het Beloofde Land, mogen als de Messias er is. En die is er nog niet.

Satmar-rabbijn Aharon Teitelbaum uit Kiryas Joel, een klein plaatsje buiten New York, hield deze zomer vlak na de begrafenis van drie op de Westelijke Jordaanoever vermoorde Israëlische jongens, een toespraak. Hij gaf de ouders van de jongens en de zionisten de schuld van hun dood. De ouders hadden hun kinderen nooit toestemming moeten geven naar de Westbank te gaan, „het hol van de leeuw”. En de zionisten zouden niet het hele land moeten willen innemen.

Aharon Teitelbaum is familie van Joel Teitelbaum, één van de belangrijkste Satmar-rabbijnen. Hij overleed in 1979. Teitelbaum gaf de zionisten zelfs de schuld van de Holocaust, omdat zij vóór de Tweede Wereldoorlog al een eigen staat wilden.

De buren van Jay-Z

De ultraorthodoxe joodse gemeenschap in Brooklyn is een soort eiland op het vasteland. Hun wijk in Zuid-Williamsburg grenst aan de Marcy Houses, het sociale woningbouwcomplex waar rapper Jay-Z opgroeide, en is op loopafstand van het hipstergedeelte van Williamsburg waar jonge kunstenaars spicy lattes drinken.

In Zuid-Williamsburg drinken ze geen spicy lattes. Zoals een bekende oude rabbijn in het begin van de negentiende eeuw zei: ‘Alles wat nieuw is, is verboden in de Thora’. Binnen de moderne stad hebben >> >> deze joden eigen, gescheiden scholen, kosjere eethuizen, ambulances, vastgoedpraktijken, artsen, kranten en gefilterd internet. De sekte heeft een vermogen van een miljard dollar in voornamelijk vastgoed.

Niet naar een gewoon college

Hoogopgeleiden kennen ze niet. Na de ultraorthodoxe middelbare school mogen scholieren niet naar een Amerikaans college of universiteit: die zijn immers gemengd. De jongens gaan werken of naar ‘Rabbinical College’, waar ze worden opgeleid tot rabbijn. Velen werken in B&H, een reusachtige foto- en videozaak in Manhattan die in handen is van de Satmar-gemeenschap. Daar word je in de winkel geholpen door niet-joden, maar reken je af bij de chassidiem. De meisjes werken totdat ze kinderen krijgen, zo tussen hun 17e en 21ste.

In contact komen met de gemeenschap is lastig. De enige spreekbuis van de Satmar-gemeenschap in Brooklyn is rabbijn David Niederman. Praten met journalisten doet hij niet graag en zéker niet als het buitenlandse media betreft.

Ik heb geluk. Omdat hij een oud-docent van mij kent, die voor de New York Times over deze gemeenschap schrijft, mag ik toch even langskomen.

Niederman heeft een grote buik, en een stevige baard die donker begint en aan het uiteinde steeds lichter wordt. Zijn gezicht is bleek. God heeft hem „tien kinderen gegeven”.

Hij zit in een vrijwel lege kamer, met oude meubels en nergens kleur. Na binnenkomst wordt al snel duidelijk dat hij weinig zin heeft in het gesprek. Zijn telefoon gaat om de tien minuten. Hij spreekt in het Jiddisj – de voertaal in de wijk. Kinderen leren op school wel Hebreeuws om de Thora te kunnen lezen. Engels spreekt ook iedereen, meestal met een Oost-Europees accent.

Rabbijn Niederman is voorzitter van belangenorganisatie United Jewish Organizations of Williamsburg. Als een gezin geldproblemen heeft, klopt het op zijn deur. Hij zorgt ervoor dat rijke families binnen de gemeenschap de arme families financieel helpen. Mensen die op zoek zijn naar een advocaat, schoolgeld of een woonruimte, kunnen terecht in het grauwe kantoor van Niederman.

„De mensen hebben hier een ingebouwde verlegenheid naar anderen toe”, zegt Niederman. „Wij zoeken geen contact met mensen die andere regels hebben dan wij. Ook niet met andere joden die minder streng zijn.”

Maar hoe houdt een religieuze enclave stand in een moderne stad als New York?

Als de Messias er is

Kinderen wordt van kinds af aan uitgelegd waarom ze een religieus leven moeten leiden, zegt Niederman. Ritmisch slaat hij met zijn vuist op tafel wanneer hij zegt: „De wereld waar we nu in leven is tijdelijk. Er is nog een belangrijkere wereld die komen gaat als de Messias er is. Dat blijven we onze kinderen duidelijk maken.”

Toch zijn niet alle kinderen overtuigd. In bars in Manhattan tref je nog weleens een jonge ultraorthodoxe jood die naar adem snakt – en sigaretten, en alcohol. Net als die jongeman in de studentenbar.

Sommige jongeren geven het helemaal op, worden geëxcommuniceerd en vluchten naar minder orthodoxe joodse gemeenschappen in de staat New York. Het contact met de familie eindigt dan vrijwel altijd.

Ophef over hun ouderwetse rituelen begrijpt Niederman niet. „We betalen belasting”, zegt hij. „We houden ons aan de wetten in dit land en zijn van alle gemeenschappen in New York het minst vertegenwoordigd in de criminaliteitscijfers.”

Dat laatste valt te betwisten. Misdaad in deze sekte bereikt de New Yorkse autoriteiten niet altijd. Gevallen van seksueel misbruik zijn de afgelopen jaren steeds meer aan het licht gekomen. En dat wordt de slachtoffers niet in dank afgenomen. Toen Mordechai Junreis in 2012 een aanklacht indiende tegen de man die zijn gehandicapte zoon seksueel misbruikte, keek niemand hem op straat meer aan. Ook zijn vrienden niet. Zijn huisbaas gooide hem uit huis. Zijn antwoordapparaat stond vol bedreigingen omdat hij iemand uit de gemeenschap had aangegeven, ‘verraden’, bij seculiere autoriteiten.

Junreis is er nog relatief goed van afgekomen. Een Brooklynse rabbijn die zich inzet voor slachtoffers van seksueel misbruik kreeg een glas bleekmiddel in zijn gezicht geworpen. Een 18-jarig meisje uit de ultraorthodoxe gemeenschap dat sinds haar twaalfde slachtoffer was van seksueel misbruik, en haar misbruiker aanklaagde, werd vorig jaar uitgejouwd tijdens het bidden in een synagoge. Haar misbruiker, een ultraorthodoxe hulpverlener uit de gemeenschap, bood haar eerder 500.000 dollar aan om de aanklacht in te trekken en het land te verlaten. Ze wees het aanbod af. De rechter gaf hem een gevangenisstraf van vijftig jaar.

Niederman zucht als hij een vraag krijgt over het seksueel misbuik in zijn gemeenschap. „De media zijn alleen maar uit op sensatie. En het wordt vaak overdreven. We zijn de braafste burgers.”

Vrouwen scheren hun haren af

De straten van Zuid-Williamsburg zijn, zeker voor New Yorkse begrippen, stil. Je ziet meisjes in lange rokken achter een kinderwagen lopen. Daarnaast huppelen kale jongetjes met keppeltjes op met aan de zijkant dunne pijpenkrullen. Je ziet bijna geen blond haar, wel veel groene en blauwe ogen.

Getrouwde vrouwen dragen pruiken en hoofddoeken. Daarmee verbergen ze hun kale hoofden: hun haar scheren ze af, omdat het andere mannen dan hun echtgenoot zou kunnen verleiden. De mannen gaan gekleed in lange zwarte jassen en kijken niemand aan.

De Satmars in Brooklyn leiden het leven van hun Hongaarse en Roemeense voorouders, die grotendeels zijn vermoord tijdens de Holocaust. Vlak na de Tweede Wereldoorlog vluchtte een deel van de overlevenden naar New York. Sommigen hadden het als enige lid van hun familie overleefd. Ze namen de verse wonden op hun lichamen mee naar het land met vrijheid van religie.

Sinds hun komst, bijna zeventig jaar geleden, is er weinig veranderd in de gemeenschap. Behalve dan dat de groep steeds armer wordt en groter - het gebruik van anticonceptie is verboden. Vrouwen krijgen gemiddeld tussen de acht en tien kinderen.

Vanaf hun geboorte ondergaan de Satmars rituelen die voor de buitenwereld vaak onbegrijpelijk zijn. Ook als ze kritiek krijgen, doen ze – met de hand op de Thora – geen concessies.

Een voorbeeld: in 2005 werd bij een >> >> aantal baby’s uit de gemeenschap genitale herpes ontdekt. De oorzaak? Een ritueel dat door andere orthodoxe joden al lang is verboden. Na de besnijdenis van een baby zuigt de besnijder, een arts of rabbijn, met zijn mond het bloed van de plek waar de voorhuid is verwijderd. Besnijders die sporen van herpes hadden, bijvoorbeeld een koortslip, maakten de baby’s ziek. Twee zijn er tot nu toe aan gestorven, twee anderen liepen hersenschade op.

Oud-burgemeester Bloomberg wilde dit ritueel verbieden. Hij ging in gesprek met de Brooklynse rabbijnen. Het gevolg: sommige leiders dreigden met een gele Davidster op hun kleding Bloombergs volgende inauguratie te onderbreken.

„We gaan hier toch niet mee ophouden”, was de reactie van rabbijn Niederman. „Hoe gaan jullie het controleren?”, zei hij provocerend. Het ritueel is nog steeds niet verboden. De besnijders zijn sinds twee jaar alleen verplicht de risico’s van het ritueel vooraf met de ouders te delen.

Als je joods bent, ben je joods

Niederman blijft tijdens ons gesprek afstandelijk en kortaf. Dan vertelt hij dat hij niet alleen joden in Brooklyn helpt, maar ook die in het buitenland. Jarenlang heeft hij Iraanse joden uit Iran helpen vluchten, vertelt hij.

Kijk. Zelf ben ik als kind uit Iran gevlucht en dat vertel ik hem.

„Echt waar?”, reageert Niederman. Hij bloeit ineens op. „Wat voor religie heb jij dan?”

Ik: „Ik ben niet religieus en mijn ouders zijn dat ook niet.”

Hij: „En wat voor religie heeft je oma, van je moeders kant?”

Toevallig is mijn oma, nadat ze mijn moeder kreeg, hertrouwd met een joodse man en joods geworden. Mijn tantes en oom zijn ook joods. Dat vertel ik hem ook.

„O, dus je oma is joods? Dat maakt je moeder joods en jij bent dus ook joods.”

Ik leg hem nogmaals uit dat ik niet gelovig ben, maar tevergeefs, hij heeft al een glimlach op zijn gezicht. „Als je joods bent, ben je joods”, besluit hij.

De rest van het gesprek verloopt een stuk prettiger. Zonder zijn hand te schudden, dat zou niet mogen van zijn geloof, neem ik afscheid van Niederman. Ik loop verder door Zuid-Williamsburg, voorbij een winkel waar ontelbaar veel zwarte lange jassen hangen, en een elektronicazaak waar je alleen oude mobieltjes kunt kopen.

Voor Flaums, een kosjer eethuis, zie ik een jongeman op een bankje zitten. De felle zon glanst op zijn zwarte hoed. Hij doet me denken aan de jongen op de dansvloer.

Hij is druk aan het telefoneren. Nadat hij ophangt, loop ik zijn kant op. Hij staat netjes op en zegt direct dat hij echt niet met mij kan praten.

Nog voordat hij kan uitleggen waarom loopt een man voorbij die met gefronste wenkbrauwen iets naar hem roept in het Jiddisch. De jongeman knikt beschaamd en terwijl zijn gezicht rood wordt, zet hij een kleine stap naar achter.

„We hebben eigenlijk geen contact met mensen buiten onze gemeenschap”, zegt hij zachtjes. Twee tellen later passeert de volgende voorbijganger. Verbaasd kijkt hij onze kant op en zegt iets, ook in het Jiddisj.

„Hij noemt het een schande dat ik met een ongetrouwde vrouw praat”, zegt de jongen. „Ik moet gaan.” <<