Buma, op zoek naar kleur

Sybrand Buma voert nukkig oppositie en wekt verbazing met zijn voorstellen. Maar het CDA begint toch weer mee te tellen.

Als middelgrote oppositiepartij moet je soms met minder courante voorstellen komen om gezien te worden in Den Haag. Dat leek de strategie van CDA-leider Sybrand van Haersma Buma deze zomer.

Te midden van de internationale crises in Oekraïne en het Midden-Oosten verkondigde hij twee opzienbarende standpunten. Buma stelde voor islamitische organisaties te verbieden en individuen te straffen die geweld verheerlijken. Daarnaast riep hij op om Nederland agrarisch zelfvoorzienend te maken, „onafhankelijk van instabiele landen”.

Door politieke tegenstanders werd Sybrand Buma subiet weggezet als de oprichter van een „gedachtenpolitie”; een jurist die „de rechtsstaat om zeep helpt”. Zijn idee van een autarkische heilstaat werd zelfs door boeren met verbijstering ontvangen: „Behalve de thee, koffie en ananas zijn we in bijna alle producten zelfvoorzienend”, reageerde de voorzitter van de land- en tuinbouwlobby LTO.

Was dit een politicus die maar wat riep om aandacht te trekken?

Toen de Tweede Kamer vorige week sprak over de aanpak van Nederlandse jihadstrijders was het niet Geert Wilders maar de CDA-voorman die het debat domineerde. Ook de VVD kwam er niet aan te pas. Buma kwalificeerde het optreden van VVD-minister Ivo Opstelten (Justitie) zelfs als „een minister onwaardig”.

Buma stond in alle kranten en mocht de avond voor het Kamerdebat aanschuiven bij talkshow Pauw, waar hij ook nog eens afdwong dat hij niet in discussie hoefde met de woordvoerder van de Nederlandse tak van Hizb ut-Tahrir, een beweging die islamitische landen wil verenigen in een kalifaat. Aan mensen met dergelijke ideeën, die nauwelijks een achterban vertegenwoordigen, moet je vooral zo min mogelijk aandacht schenken, was zijn redenering.

Buma’s recente stellingname is opmerkelijk, maar niet zo radicaal als het lijkt. CDA-minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken) probeerde in 2005 het verheerlijken van terrorisme al strafbaar te stellen. En de oproep tot „strategisch kiezen voor een Nederlandse landbouwsector” van Buma bleek bedoeld als pleidooi voor het in stand houden van Europese landbouwsubsidies. Allebei vintage CDA dus.

Hoewel het CDA bij de laatste parlementaire verkiezingen slechts 13 zetels kreeg, verliepen zowel de lokale als de Europese verkiezingen boven verwachting voor de partij. Ze is nog altijd de grootste op gemeentelijk niveau en behield de meeste zetels in Brussel. In peilingen zweeft het CDA rond de 20 Kamerzetels, ongeveer evenveel als bij de laatste senaatsverkiezing. Komend voorjaar vindt die weer plaats, via de Provinciale Staten. De afgelopen weken vertrokken twee ervaren CDA-Kamerleden om in hun thuisprovincie lijsttrekker te worden. Dat versterkt het zelfvertrouwen voor die verkiezingen nog eens.

Toch slaagt Buma er maar niet in dé oppositieleider te worden, zelfs niet nu D66 zich financieel aan het impopulaire kabinet gebonden heeft en SP en PVV op alle terreinen in de contramine blijven. Ook in eigen gelederen wordt het electorale herstel als onvoldoende gezien.

Sybrand Buma schippert constant tussen de gouvernementele aard van zijn partij en zijn eigen voorzichtige karakter enerzijds en de compromisloze koers die hij vasthield toen het kabinet kwam bedelen om steun in de Eerste Kamer.

In echte oppositie wordt hij bovendien gehinderd door een senaatsfractie die vaker dan de Tweede Kamerleden instemt met de plannen van het kabinet. Ook eigen standpunten en compromissen uit het verleden maken niet elk tegengeluid even geloofwaardig. En dan is er nog de grote waarschijnlijkheid dat het CDA toch weer aanschuift in een volgende regeringscoalitie.

De afgelopen twee jaar heeft het CDA vooral geprobeerd het kabinet financieel uit te dagen. Maar vorig jaar raakte Buma tijdens de politieke beschouwingen na Prinsjesdag verstrikt in berekeningen van belastingtarieven en belastingdruk. Bovendien roepen bijna alle partijen om lastenverlichting, ook degenen die er wel iets over te zeggen hebben.

De afgelopen weken toonden aan dat Buma succesvoller is wanneer hij een niet-financieel onderwerp als jihadisten aansnijdt. Zeker nu de economische vooruitzichten iets verbeterd zijn, is dat waarschijnlijk ook het terrein waar hij de komende tijd zal proberen te scoren.