Boosheid is niet genoeg voor ingrijpen tegen IS

Er is geen volkenrechtelijk mandaat voor Nederlandse deelname aan de coalitie tegen IS. Verontwaardiging van de Kamerleden is ook niet genoeg. IS creëert wel een humanitaire noodsituatie en dat is een rechtvaardiging, vindt Ko Colijn.

Geen zinnig mens zal bestrijden dat de Islamitische Staat – die volgens president Obama islamitisch noch staat is – maar beter snel uit de wereld moet verdwijnen. De gruwelijkheid van zijn strijders sluit iedere tolerantie uit. De onverzoenlijkheid van zijn waarden en doelstellingen met die van de internationale rechtsorde en de staten, plaatsen haar buiten de internationale gemeenschap.

Dat wil niet zeggen dat die overtuiging alleen al reden is om je verder niet om een goede grondslag van een militaire interventie te bekommeren. Het feit dat een beweging zichzelf geen staat noemt maar een kalifaat plaatst het IS-fenomeen weliswaar buiten de gevestigde orde, maar institutionele aberratie levert nog geen reden om tot verdelging over te gaan. Internationaal wordt al flink geworsteld met de vraag hoe een interventie in Syrië moet worden onderbouwd.

Veel Nederlandse politici zijn in hun afkeer van het IS-fenomeen zo willing geweest om bij de coalitie te horen die het varkentje gaat wassen, dat ze zich afgelopen woensdag in het kamerdebat nog niet zulke zorgen om die grondslag leken te maken. Wel begrijpelijk, IS is te abject, maar het handvat moet nog wel worden gevonden. Het niet-zijn van een staat was bij vrijwel elke politicus onderdeel van de retoriek om IS uit te roeien. CDA-woordvoerder Omtzigt begon zijn betoog woensdagavond met het argument dat IS ‘geen staat in traditionele zin’ is. SP-woordvoerder Van Bommel vond IS een ‘beweging’, en ‘niet enkel een groep radicalen die tot vreselijke gruweldaden in staat is’ maar vooral ‘ook de voorhoede van een onder soennieten breed gedragen opstand tegen het gezag’. De lijst-Bontes definieert IS simpel weg als ‘tuig’ bestaand uit ‘shariaterroristen’.

De PVV labelt IS als ‘onheil’ , en voor VVD-woordvoerder Ten Broeke gaat het om ‘de barbaren’ uit een ‘haatkalifaat’ . PvdA-woordvoerder Servaes noemde IS bovenal een ‘dianegatief’. En ook minister Timmermans sprak van ‘nihilistische, barbaarse groepen als ISIS’. Dat is allemaal natuurlijk waar, maar als zodanig zijn het toch stille verwijzingen naar een natuurlijk mandaat om elke entiteit die geen staat is buiten de orde te verklaren. Dianegatieven, de barbaren en tuig zijn antimaterie.

Moderne normen zeggen dat je legitimiteit niet ontleent aan wat je bent, maar wat je doet. Je moet erkenning verdienen, en IS schendt alle normen die haar legitiem maken als een soevereine speler. Terecht hanteren alle Nederlandse politici ook dat criterium in hun bijna unanieme drang om zich bij de coalition of the willing aan te sluiten, respectievelijk in hun verontwaardiging daar in eerste instantie niet voor uitgenodigd leken te zijn.

Maar ook die verontwaardiging moet passen in een deugdelijke grondslag voor ingrijpen. Zo’n grondslag zou zelfverdediging kunnen zijn. Maar van een directe bedreiging van Nederland door IS is geen sprake, volgens de AIVD. Indirect via uitzaaiing van het conflict naar Nederlandse wijken misschien wel. Blowback door terrorisme kan ook, maar zou juist een argument tegen bemoeienis moeten zijn omdat deze wraak zou kunnen uitlokken.

„Het is volkenrechtelijk op zich niet zo ingewikkeld om in Irak op te treden op het moment dat de Iraakse regering internationale steun vraagt bij het aanpakken van dat probleem”, zei minister Timmermans. Maar dat geldt niet voor Syrië, want Assad beschouwt een interventie buiten zijn toestemming om als illegaal. Ingrijpen op grond van genocide (of ‘vermoedelijke genocide’ zoals onze regering zegt) lijkt gemakkelijker dan een beroep op het controversiële argument van preventieve zelfverdediging.

Maar het recente advies van Timmermans’ volkenrechtelijk adviseur prof. André Nollkaemper werkt niet mee en zegt dat de Nederlandse verbinding met IS niet sterk genoeg is om van een verplichting tot ingrijpen te kunnen spreken. Ingrijpen kan alleen met instemming van de regering van Irak of de VN-Veiligheidsraad. Uit het regeerakkoord-Bruggen Bouwen komt wel wat hulp. Maar het is niet meer dan een Hollands regeerakkoord. Daarin staat: voor een bijdrage aan internationale crisisbeheersingsoperaties is een volkenrechtelijk mandaat vereist of dient sprake zijn van een humanitaire noodsituatie.

Als het niet mogelijk is om in het Syrische deel van de Islamitische Staat op grond van een volkenrechtelijk mandaat in te grijpen, dan moet het wat Nederland betreft komen van de politieke redenering dat er nu sprake is van een humanitaire noodsituatie. Het is een beetje wrang dat die tot nu toe kennelijk niet ernstig genoeg werd geacht (200.000 doden, bijna 7 miljoen vluchtelingen), maar het is ook onloochenbaar dat het IS-fenomeen die rechtvaardiging wel heeft geschapen.