‘Als we elkaar willen zien, gaan we met de hond wandelen’

Victor van den Broek (34) en Erik van den Broek-Klinkvis (35) zijn getrouwd en wonen in Arnhem. Ze hebben allebei twee banen.

Victor: „Soms kom ik om 12 uur ’s nachts thuis na een optreden en dan gaat om 6 uur de wekker.” Foto David Galjaard

‘Als zzp’er zeg je geen nee’

Erik: „Werk en privé zijn voor ons behoorlijk lastig te combineren. Dat komt doordat we allebei twee banen hebben. Victor heeft een baan in het onderwijs en is zanger bij herinneringsbijeenkomsten. Ik heb een management- en adviesbureau en werk elke zondag en sommige doordeweekse avonden in een brasserie.”

Victor: „Als we in de vakantie op een terras zitten, gaat vaak de telefoon of ik ergens kan optreden. Als zzp’er zeg je dan geen nee. Bovendien ben ik de enige zanger van uitvaartorganisatie Dela, dus ik voel me verantwoordelijk.”

Erik: „Optredens gaan altijd voor. Boven familiebijeenkomsten, boven vakantie, ja, zelfs boven begrafenissen. Of Victor gaat optreden en ik neem de honneurs waar.”

Victor: „Wij vinden zo’n druk leven leuk. Je ontmoet veel mensen en je komt op veel verschillende plekken.”

Erik: „Als we elkaar willen zien, gaan we samen met de hond wandelen.”

Victor: „Of naar de kroeg of uit eten. Of we nodigen vrienden uit om te komen eten.”

‘Leven van de kunst’

Victor: „Ik zie veel overeenkomsten tussen mijn werk als stagecoördinator en als zanger. In beide gevallen ontmoet je mensen met een eigen verhaal en moet je aansluiting zoeken bij bijzondere doelgroepen. Het is mensenwerk en dat ligt me. Het liefst zou ik alleen zingen, ik ga nu ook één dag minder werken. Maar leven van de kunst is niet voor iedereen weggelegd.”

Erik: „Ik kwam anderhalf jaar geleden zonder werk te zitten. Ik voelde me niet meer happy bij het telecombedrijf waar ik werkte. Na gesprekken met een loopbaancoach heb ik besloten mijn bedrijfje verder uit te bouwen en alleen dingen te doen die ik echt leuk vind. Ik overweeg wel eens om mijn werk in de brasserie op te geven, maar het is daar zo leuk. Bovendien hou ik van koken en is de brasserie ook ontspanning.”

Victor: „Ik wil mijn werk als zanger echt nooit opgeven. Al kan ik wel eens doordraven. Dan kom ik om 12 uur ’s nachts thuis na een optreden en gaat om 6 uur de wekker. Erik remt mij gelukkig wel af. Ontspannen doe ik door dagelijks te zwemmen en door mijn maandelijkse zanglessen in Amsterdam.”

Erik: „Het aantal herinneringsbijeenkomsten is enorm gegroeid. Hadden we acht jaar geleden twee of drie bijeenkomsten per jaar, nu zijn dat er wel veertig. We komen in het hele land. Soms gaan we op zondag om 7 uur ’s morgens de deur uit en zijn we pas tegen zessen weer thuis.”

Victor: „Maar ik ben er apetrots op dat we dit werk mogen doen.”

‘De keuken wordt een bende’

Victor: „Over de taakverdeling thuis hebben we eigenlijk nooit discussie. Erik is van het eten. Ik doe de tuin.”

Erik: „Het koken geef ik niet graag uit handen.”

Victor: „Ik mág niet eens koken van jou.”

Erik: „Als hij kookt, verandert hij van alles in het recept. Dan wordt het het nét niet. Bovendien wordt het een enorme bende in de keuken.”

Victor: „Onze discussies gaan vaak over het feit dat ik wel eens heel druk ben in mijn hoofd en vergeet om aandacht te geven aan Erik. Daar kan hij wel pissig over worden. Dat is niet leuk voor mij, maar wel goed.”

‘Bloemen én een fles wijn’

Erik: „Sinds ik niet meer in de telecom werk, moeten we het met minder inkomen doen. We hebben geleerd dat dat ook best kan. Geld is de buitenkant, je kunt er leuke dingen mee doen, maar het is niet de essentie.”

Victor: „Nou, ik werk heel hard en vind het wel fijn als dat goed beloond wordt. We vragen ons wel eens af: missen we iets? Maar nee, we komen niets tekort. De tuin zou van mij alleen iets groter mogen zijn.”

Erik: „Als we vroeger bij vrienden gingen eten, namen we én bloemen én een fles wijn mee. Dat beperken we nu tot een fles wijn.”

‘Doorgelicht door Jeugdzorg’

Erik: „Dit najaar ga ik een cursus Frans doen. Ik wil al die Franse chansons waar ik naar luister wel eens kunnen verstaan. Ooit zou ik wel een huis in Frankrijk willen hebben, maar Victor wil niet. Hij is een huismus.”

Victor: „Ik ben niet zo’n reiziger. Ik vind het buitenland mooi, maar ik vind Arnhem ook prima.”

Erik: „Alleen tijdens de vakantie kamperen we twee weken in Frankrijk.”

Victor: „Dat is lang zat.”

Erik: „Toen we in 2008 trouwden en een huis kochten, hebben we ons ook ingeschreven voor adoptie.”

Victor: „We hebben een verplichte cursus gevolgd. Je ziet dan in dat aan adoptie veel haken en ogen zitten waar je niet gelijk aan denkt.”

Erik: „We hebben ons hele hebben en houden op tafel moeten leggen, we zijn doorgelicht door Jeugdzorg. Maar de adoptie zou nog heel veel voeten in de aarde hebben, veel geld kosten en heel lang gaan duren. Toen hebben we uiteindelijk besloten om met z’n tweeën te blijven. Maar ik vond het wel confronterend toen Victors zus een baby kreeg.”

Victor: „We hebben een leuke band met onze neefjes en kinderen van vrienden. Het leven is goed zo.”