Alles is een hoed

Prinses Beatrix staat nog hoog op zijn verlanglijst. Een fantastische vrouw, die als geen ander weet hoe ze een hoed moet dragen. Iemand van wie hij nog iets zou kunnen leren. Maar over klanten heeft de Brit Stephen Jones (57) niet te klagen. Hij maakte hoeden voor Prinses Diana, Johnny Depp, Mick Jagger, Beyoncé. Hij werkt samen met vernieuwende modeontwerpers als Walter Van Beirendonck en Rei Kawakubo van Comme des Garçons, en voor grote huizen als Louis Vuitton.

In de wereld van de hoeden zijn nog maar een paar grote namen, en de allergrootste is Stephen Jones, een beminnelijke, mollige man met pretogen, een geduldige stem en met bijna altijd een hoed op zijn haarloze hoofd. Hij verstaat de kunst zich te voegen naar de ideeën van een ontwerper, zonder zijn eigen identiteit te verliezen. Tegen een jonge modeontwerper met een klein budget zegt hij zelden nee. Iemand als de Nederlandse Iris van Herpen kan hem een interessante nieuwe wereld laten zien.

Toen John Galliano nog de hoofdontwerper bij Dior was, verwerkte hij complete opgezette fazanten in de hoeden die hij voor het huis maakte. Maar een Stephen Jones-hoed kan ook een simpel papiertje of stukje plastic zijn. Er is geen materiaal waarvan hij geen hoed kan maken, zegt hij. Zodra je iets op je hoofd zet, is het immers een hoed.

Jones koos nooit voor hoeden. Hoeden kozen hem. Op de modeopleiding die hij volgde, was iedereen meer geïnteresseerd in zijn hoeden dan in zijn kleren. In de avonduren hing hij rond in clubs; het was de tijd van de New Romantics; jongeren voor wie mode vooral een vorm van zelfexpressie was. Uitbundige kleren, kleurrijke make-up. En ja, hoeden. Jones opende een klein winkeltje in een kelder van een hippe modewinkel in winkel.

Met een zelfgemaakte rode fez figureerde hij in 1982 in de clip van Do you really want to hurt me van The Culture Club. Jean Paul Gaultier vroeg hem daarop mee te lopen in een show die was geïnsipireerd door die hoed. Dat ging niet door, omdat hij net een brommerongeluk had gehad. Maar een maand later ging hij alsnog langs bij de ontwerper – met een paar hoeden. De stap naar de Parijse catwalk was gemaakt.

Eenmaal had Jones een bestseller: een gebreide beanie met een netje eraan. Het modehuis Jil Sander verkocht er een paar jaar geleden wel duizend, een unicum voor een hoed. Zijn meeste creaties komen niet verder dan een catwalk, een podium, een museum. Of een huwelijk, de paardenraces; de weinige gelegenheden waarbij nog hoeden worden gedragen.

Als we over 500 jaar terugkijken naar deze tijd, denkt Jones, dan zullen we zeggen: wat een rare periode – de mensen waren gestopt met het dragen van hoeden. Hij denkt dat het door de Tweede Wereldoorlog komt. De hoed werd daarna het symbool voor het oude Europa. Casual Amerika werd het voorbeeld.

Hij is ervan overtuigd dat het een fase is. Niets dat zo’n stempel zet als een hoed. Simpele kleren worden er mode van, en je kan een hoed gebruiken als masker. Een werkende moeder wordt een prinses, een verlegen tiener een stoere rapper. Er zijn stammen die geen kleren dragen, maar wel altijd hun hoofd decoreren. Een hoed maakt van ieder mens degene die hij wil zijn.

Milou van Rossum