Alles is al gezegd

Rei Kawakubo zal bij nader inzien geen vragen beantwoorden, mailt haar man en zakenpartner Adrian Joffe. Vlak nadat hij het had toegezegd, blies ze alle interviews af. Ze wil niks meer uitleggen, schrijft hij. Ze heeft alles al eens gezegd, en haar ideeën veranderen niet.

Geen modeontwerper zo eigenzinnig als Kawakubo (71), de vrouw achter het Japanse avant-gardelabel Comme des Garçons. Alle ongeschreven regels over hoe een modeontwerper zich dient te gedragen, lapt ze aan haar laars. Ze komt na afloop van haar shows nooit op om een applaus in ontvangst te nemen, ze kleedt geen celebrity’s, ze vertelt na haar shows zelden iets over haar collecties – dat laat ze liever over aan de zestigjarige Joffe, een beminnelijke Zuid-Afrikaan die van huis uit linguïst is.

De rauwe, rafelige, wijde, voornamelijk zwarte kleren die Kawakubo in 1981 tijdens haar eerste Parijse show liet zien, waren een radicale breuk met het glamoureuze, sexy modebeeld van die dagen. Hiroshima chic, doopten gechoqueerde toeschouwers haar stijl. Of: armoedelook. Maar het duurde niet lang voor haar ideeën waren doorgedrongen tot de meest commerciële confectiecollecties.

Nog altijd maakt ze totaal autonome mode. Neem haar vrouwencollectie voor dit najaar: monumentale, gebreide kledingstukken die niets met comfort te maken hebben; uit de kledingstukken komen allerhande tentakels, waardoor zicht en beweging van de modellen vaak behoorlijk werden belemmerd.

Monsters waren haar inspiratiebron, zo liet ze weten in een persbericht dat slechts aan een select aantal moderedacteuren werd uitgereikt. Niet de monsters uit sciencefiction of videogames, maar de gekte van de mensheid, iets buiten het gewone, iets groots dat lelijk of mooi kan zijn, monsters als een manier om de heersende schoonheidsidealen ter discussie te stellen.

Voor modeontwerpers is het een taboe toe te geven dat ze zich laten inspireren door een collega. Maar voor Kawakubo maken ze een uitzondering. Haar extreme ontwerpen zetten hen vaak op een totaal nieuw spoor. Binnen de mode is zij de ultieme artist’s artist.

Het knappe is dat Comme des Garçons ondanks die totale eigenzinnigheid een bloeiend bedrijf is: er zijn succesvolle lijnen met mannenoverhemden, portemonnees, T-shirts en parfums en ook draagbare kleding. In Londen, New York en Tokio heeft het merk warenhuizen, Dover Street Market, waar ook mode van andere ontwerpers wordt verkocht.

Vorig najaar gaf ze een van haar laatste interviews, aan het cultmodemagazine System. De interviewer is een gelauwerde Zwitserse kunstcurator. Joffe fungeert als vertaler, terwijl het Engels van Kawakubo toch behoorlijk goed schijnt te zijn. De interviewer gooit, om haar werk te plaatsen, een complete boekenkast om, maar Kawakubo laat zich niet één keer verleiden tot een welwillend antwoord. „Rei denkt dat er geen relatie is.” „Ze verzamelt niks.” „Geen muziek.” Het interview eindigt na zeven pagina’s aldus: „Ze verwacht dat niks van dit alles erg nuttig voor je is geweest.”

Nadien stuurde ze een statement waarin ze haar principes voor eens en altijd op een rijtje had gezet. Beeldende kunst, het gedrag van mensen op straat, films, ‘onnozele tijdschriften’, nieuwe winkels, reizen, gesprekken, de modegeschiedenis, niets van dat alles helpt haar in haar zoektocht naar het nieuwe, simpelweg omdat dat allemaal al bestaat. In die zoektocht laat ze zelfs het idee van kleding los.

Er is maar één regel die ze zichzelf oplegt: niets nieuws kan voortkomen uit een situatie waarin geen sprake is van lijden.

Walter Van Beirendonck wordt verkocht bij Dover Street Market, het warenhuis van Comme des Garçons. Dirk Van Saene wijdde in 2001 een expositie aan Rei Kawakubo en Coco Chanel.