Aangifte tegen Opstelten in zaak-Demmink wegens ‘ambtsmisdrijf’

Oud-directeuren van justitiële inrichtingen hebben aangifte gedaan tegen Opstelten vanwege zijn opstelling in de zaak-Demmink. Foto ANP / Martijn Beekman

Zes voormalige directeuren van justitiële inrichtingen hebben bij de politie aangifte gedaan tegen minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD). Volgens de aangevers heeft de bewindsman een ambtsmisdrijf gepleegd omdat hij nalatig zou hebben gehandeld inzake de beschuldigingen van pedofilie aan het adres van zijn voormalige hoogste ambtenaar Joris Demmink.

In een aangifte die vandaag ook is verstuurd naar de Tweede Kamer en de procureur-generaal bij de Hoge Raad schrijven ze dat Opstelten schuldig is aan “het vertragen in plaats van voortvarend afhandelen van aangiften tegen Demmink”. Hij was van 2002 tot zijn pensioen in 2012 secretaris-generaal op het ministerie van Justitie. In die jaren doken er voortdurend beschuldigingen op van het seksueel misbruik maken van minderjarige jongens door Demmink.

Opstelten wordt er door de zes voormalige justitiefunctionarissen van beschuldigd het Openbaar Ministerie “op een ontoelaatbare manier te beïnvloeden en een juiste uitvoering van de wet te frustreren”. De Kamercommissie voor Verzoekschriften en Burgerinitiatieven wordt gevraagd om de procureur-generaal bij de Hoge Raad opdracht te geven minister Opstelten strafrechtelijk te vervolgen.

Ondertekenaars boos over uitspraken Opstelten in april

Twee van de zes aangevers, Bart Molenkamp en Jacques van Huet, hebben eerder dit jaar bij civiele verhoren voor de rechtbank in Utrecht onder ede verklaard over pedofiliebeschuldigingen ten aanzien van Demmink. In die verhoren bleek ook dat een eerder onderzoek naar pedofilie van hooggeplaatste justitiefunctionarissen in de jaren negentig was mislukt doordat het geheime onderzoek uitlekte.

De ondertekenaars van de aangifte zijn kwaad dat Opstelten na de verhoren in Utrecht in april over de zaak-Demmink verklaarde: “Het was niks, het is niks en het zal niks worden”. Met deze en andere uitspraken frustreerde Opstelten, zo staat in de aangifte, de tenuitvoerlegging van de wet of internationaal bindende verdragen:

Nederland ondertekende in 2007 het Verdrag van Lanzarote waarin is bepaald dat strafrechtelijke onderzoeken en procedures betreffende seksueel kindermisbruik prioriteit moeten krijgen en zonder onnodige vertraging door de lidstaten dienen te worden uitgevoerd.

Opstelten zou met opstelling uitvoering wetten frustreren

Door geen gedegen onderzoek naar de zaak Demmink te gelasten zet Opstelten volgens de aangevers de integriteit van de strafrechtspleging op het spel. “Wanneer de minister hier geen verantwoordelijkheid neemt en erger, de boodschappers van het plaats gevonden kwaad en public laat weten dat er niets aan de hand ‘was en is’ frustreert hij intentioneel de uitvoering van de wetten die aan zijn ministerie zijn opgedragen”, zo staat in de aangifte.

De andere vier aangevers zijn Kees Boeij, Klaas de Graaff, Jos Poelmann en Peter Scheffelaar Klots. “Er zijn zes aangevers maar het hadden er 30 kunnen zijn”, zegt Molenkamp om de omvang van verontwaardiging onder justitiemedewerkers te schetsen.

Op het ambtsmisdrijf (art. 355 Strafrecht) staat een maximale straf van drie jaar. Overigens is het OM, op last van het gerechtshof in Arnhem, bezig met een strafrechtelijk onderzoek naar Demmink. Het gaat om beschuldigingen dat hij in de jaren negentig in Turkije jongens zou hebben verkracht.