Zweden zijn niet meer gelijk

In Zweden groeien sociale verschillen snel door migratie en vergrijzing. Pal voor de verkiezingen worstelt het volk hiermee.

Stefan Löfven, leider van de sociaaldemocraten met een scholiere

Giebelende pubers staan in de hal van het Grillska Gymnasiet in Stockholm. Het kan zomaar zijn dat de volgende premier van Zweden, Stefan Löfven, nu in hun kantine zit. De invasie van politici, journalisten en cameralieden in Löfvens kielzog is een fijn verzetje. Maar de lol is er snel af. Op een meegebracht scherm geven de Zweedse sociaaldemocaten een powerpointpresentatie van hun verkiezingsprogramma, compleet met grafieken. Alleen de journalisten letten op. Dit is net les, vinden de meeste leerlingen, en druipen af.

Al interesseert het de scholieren zelf weinig, onderwijs is een van de grote twistpunten bij de Zweedse verkiezingen van aanstaande zondag. Tot schrik van de Zweden duikelen hun kinderen de laatste jaren naar beneden in de ranglijsten die de OESO jaarlijks uitbrengt. Eind 2013 bleek dat ze beneden het Europees gemiddelde scoren en – extra pijnlijk – het slechtst presteerden van Scandinavië. En dan was er het schandaal met het Deens private equity fonds dat in april failliet ging, waardoor 10.000 Zweedse leerlingen van de ene op de andere dag zonder opleiding zaten. En in het voorjaar waren er ook berichten dat een keten van voorscholen de kleuters alleen crackers te eten gaf, om de kosten te drukken.

Centrum-links Zweden, dat in de peilingen op voorsprong staat, doet een week voor de parlementsverkiezingen zijn uiterste best de schuld van dit alles op de zittende centrum-rechtse regering van de conservatieve premier Fredrik Reinfeldt te schuiven. Het debat wordt met on-Zweedse heftigheid gevoerd. Zo beschuldigde de partijleider van de linkse partij, Jonas Sjöstedt, Reinfeldt er bijvoorbeeld van „geld van kinderen te stelen”, dat in de zakken van zakenlui verdween.

Sjöstedt wil elke winst in de sociale sector verbieden, terwijl de sociaal-democraten van Löfven de winstmarges alleen willen beperken en op kwaliteitscontroles inzetten. Toch dreigde Raoul Wallenberg, telg uit Zwedens iconische zakenfamilie, al dat ondernemers Zweden zullen ontvluchten als het linkse blok wint.

De Zweden lijken na acht jaar privatiseringsbeleid onder Reinfeldt, en na de in de pers breed uitgemeten schandalen in private scholen en bejaardentehuizen, terug te keren naar de sociaal-democraten die het naoorlogse Zweden de verzorgingsstaat opbouwden. Om aan dat heimwee tegemoet te komen, beloven zelfs politici van rechts sommige belastingen te verhogen.

Ook het Grillska Gymnasiet dreigde ten onder te gaan toen het Deense private equityfonds failliet ging. Nu drijft een stichting de school. Het verschil? Verf op de muren, een kantine, en meer collega’s, zegt leraar Viktor Hejll. „Eerst was er nooit geld, alleen voor reclame.” Toch wil Gun Edberg-Caldwell, de directrice, van de keuzevrijheid in het schoolsysteem niet af. „Ouders moeten kunnen kiezen. Het is niet goed als de staat alle scholen runt.”

Luiers wegen

In de bejaardenzorg was het het private bedrijf Carema dat in 2011 vette krantenkoppen haalde wegens mishandeling van ouderen; zelfs de luiers in een Stockholms tehuis zouden gewogen worden, om ze volledig te benutten. „Grote onzin”, zegt journalist Thord Eriksson die een boek schreef over bejaardenverzorging in zijn land. „Dat tehuis was ook in handen van de staat al een puinhoop.”

Net als Eriksson kwalificeert ook Karin Svanborg-Sjövall, een onderzoekster bij de liberale denktank Timbro, het politieke gevecht over privatisering als zuiver symbolisch. De Zweden weten niet eens wat echte privatisering ís, zegt ze. „Ook privéscholen en -bejaardentehuizen worden met publiek geld gefinancierd. Het gaat dus eerder om outsourcing.”

Dat de gemoederen toch zo hoog oplopen, is een teken aan de wand, zeggen Eriksson en Svanborg-Sjövall. Zweden worstelt met de snelle veranderingen die het doormaakt. Enerzijds hebben de Zweden moeite met de snel groeiende ongelijkheid. „We ontdekken dat er een keerzijde zit aan keuzevrijheid”, zegt Svanborg-Sjövall. „Meer verschil, ook in welvaart. Moeilijk te verkroppen voor een samenleving die begon als homogene, boerengemeenschap in een onbarmhartig klimaat.”

Anderzijds komt Zweden erachter dat dit nog niks is. Het beroemde Zweedse Model – de mix van voorzichtige privatisering en een sterke, breed gedragen staat waarvoor de grondslagen in de jaren negentig werden gelegd – zal alleen nog maar verder scheuren. Niet alleen door de razendsnelle vergrijzing, maar ook vanwege een door migratie steeds minder homogene bevolking. Welvaarts- én herkomstverschillen zullen alleen maar verder groeien.

Achttien procent van de 9,7 miljoen Zweden is nu ouder dan 65, in 2030 zal dat twintig procent zijn. Vooral het aantal mensen van ouder dan 85 jaar zal sterk toenemen. Volgend jaar zal Zweden 80.000 migranten toelaten, tegen 30.000 dit jaar.

Nog steeds is een meerderheid van de Zweden vóór migratie, tegelijk broeit de onvrede. In augustus vroeg premier Reinfeldt de Zweden hun „harten te openen” voor de stromen Syriërs en Eritreeërs die Zweden wil opnemen. Partijleider Jimmie Åkesson van de Zweden-Democraten, de rechts-populistische partij die als enige tegen migratie is, noemde die speech „een cadeautje”. Naar verwachting zullen de Zweden-Democraten zondag opnieuw rond de tien procent van de stemmen halen.

Op een regenachtige middag in de multiculturele wijk Fruängen in het zuiden van Stockholm legt Åkesson, omgeven door meer politie dan toeschouwers, een verband tussen migratie en de verzorgingsstaat. Hij schetst hoe ouderen verkommeren in bejaardentehuizen, waar ze Thais moeten eten en waar de verzorgers hun taal niet spreken. „Ontzettend dom”, concludeert Alex Alvina, een jongen met roze lippenstift die uit protest het bord ‘Transfeministen tegen racisme’ omhoog houdt. „Zonder migranten zou de hele bejaardenzorg in elkaar donderen.”

In een privaat bejaardentehuis op het Stockholmse eiland Lidingö wordt de 93-jarige Hans Enqvist inderdaad verzorgd door Filippijnsen, Eritresen en Somalischen. Dat maakt hem en zijn 91-jarige Nederlandse vrouw Anneke helemaal niks uit – zolang de vrouwen maar Zweeds spreken. Wat vindt de voormalig ingenieur Enqvist, behorend tot de generatie die de verzorgingsstaat hielp bouwen, van alle snelle veranderingen? „Vroeger”, zegt hij moeizaam, „verwachtten de mensen niet zoveel.”