Achteroverleunen op de A2 zit er nog even niet in

Snelwegen vol zelfrijdende auto’s: het zit er voorlopig niet in, zegt TNO-onderzoeker en hoogleraar verkeersgedrag Marieke Martens van de Universiteit Twente. Ze hield gisteren haar oratie over menselijk gedrag en zelfrijdende auto’s. Ze bespreekt de problemen met auto’s die zelfstandig rijden.

1. De automobilisten, begrijpen nog niet hoe het werkt

En dat is logisch, volgens Martens. „Het onderwerp doet het goed op feesten en partijen, maar niemand heeft er een helder beeld bij. Wat doet de auto zelf, en wanneer wordt de bestuurder geacht in te grijpen? Zelfrijdende auto’s kennen verschillende gradaties van zelfstandigheid. Sommige remmen voor een stilstaand object, andere niet. Dat moet compleet duidelijk zijn, anders ontstaan er ongelukken. Die situational awareness is er nu nog niet.” Dat geldt ook mist bij regen. „Als de auto hier niet mee om kan gaan, moet de rijtaak worden teruggegeven aan de bestuurder. En die moet dat wel wéten.” Al kan het ook gevaarlijk zijn wanneer bestuurders de auto té goed kennen. „Zodra ze het systeem helemaal begrijpen, gaan ze achterover zitten. Dan grijpen ze niet meer op tijd in.”

2. Het mag nog niet volgens de wet

„In 1968 is in de Vienna Convention on Road Traffic besloten: de mens moet het voertuig altijd zelf besturen. Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu zoekt momenteel uit hoe deze wet kan worden aangepast.”

Er moet de komende jaren namelijk wel alvast geoefend worden. Deze oefenritten moeten allereerst op de snelwegen plaatsvinden. „Daar zijn de verkeerssituaties het meest voorspelbaar. Want om nu in een woonwijk te gaan oefenen, met overstekende kinderen…”

3. Op onvoorspelbare verkeerssituaties zijn ze niet voorbereid

Het uiteindelijke plan: auto’s in treintjes achter elkaar laten rijden. Dit zorgt voor een snellere doorstroom op de snelwegen, en zo voor minder files. De zelfrijdende auto herkent de belijning op de snelwegen en medeweggebruikers. Door de auto’s onderling informatie uit te laten wisselen, kan worden ingeschat op hoeveel afstand andere voertuigen zich bevinden. Op onverwachte verkeersomstandigheden is dat communicatiesysteem alleen nog niet voorbereid. “Bij plotselinge wegwerkzaamheden bijvoorbeeld.” Of bij ineens opduikende motorrijders.

4. Het is nu vooral een dure grap

Bijna alle grote autofabrikanten werken aan een auto met slimme snufjes. En Google is van plan er voor 2020 een te ontwikkelen. „Maar dit zijn allemaal eerste versies met ontzettend hoge ontwikkelkosten.” Conclusie? Een betaalbare, volledig zelfrijdende auto laat volgens Martens nog wel even op zich wachten.