Witte smurrie

Er is iets banaal belangrijks gebeurd. Mijn hele leven al zoek ik naar de juiste gezichtscrème, één voor de droge, rossige huid. De afgelopen maand smeerde ik een wondermiddel uit een glazen pot. De crème rook helend, naar sauna. Aan logés vroeg ik om er niet teveel van te nemen, want het spul kwam helemaal uit Israël.

Het etiket is in het Hebreeuws, maar gisteren viel mijn oog opeens op enkele Engelse woorden: ‘Therapeutisch masker om uit te wassen’ en ‘Essentieel voor droog haar’.

Ik smeer al vier weken een haarmasker op mijn gezicht.

Ik heb het overleefd. Sterker nog: nooit was ik zo blij met een gezichtscrème.

Maar nu ik het weet, brandt ineens mijn huid. En het spul dat ik al jaren voor mijn haar gebruik (duidelijk voorzien van Nederlands opschrift), zal ik nimmer op mijn neus smeren, zelfs al is ‘pro-krul’ waarschijnlijk niet anders dan ‘anti-puist’. Want hoewel we ook wel weten dat merken gewoon geld willen verdienen, vertrouwen we toch op labels, waarschuwingsetiketten en de strikte indeling van schappen bij de drogist.

Ik dacht terug aan een uitgaansavond, jaren geleden. Met vriendinnen belandde ik in het appartement van een volleybalteam uit Polen. Al gauw werd het saai en wilden we gaan. Als een souvenir, of uit dronken kleptomanie, jatte ik een potje van hun wastafel die vol stond met deo’s voor ‘sexy attraction’ en ‘dominant smell’.

Even later stonden we beneden voor hun verblijf, wachtend op een taxi. Ik pakte mijn Nokia 3310 uit mijn tas om te kijken hoe laat het was. Het ding zat onder de witte smurrie. Eén van de jongers zag een ridderlijke rol voor zichzelf weggelegd en veegde de telefoon af, maar niet zonder verbaasd te vragen wat er in godsnaam over al mijn spullen zat.

De volgende ochtend struinde ik katerig over een vlooienmarkt, toen er een stem klonk: ‘I want my face cream back.’

Ik draaide me om. Daar stond de ridder.

‘You said it was yoghurt.’

Zijn teleurstelling richtte zich niet zozeer op het feit dát ik van hem had gejat. Het stelen begreep hij wel, zoiets expliciet asociaals kon je verwachten van nachtelijk bezoek dat je drankvoorraad plunderde. Maar dat hij de substantie zelf van mijn telefoon had geveegd en deze had waargenomen als de realiteit die ik hem had voorgeschoteld, dát ontgoochelde hem.

In Niet alles is te koop schreef bestsellerfilosoof Michael Sandel over de totale vermarkting van waarden. Hij noemt een bedrijf dat advertentieruimte huurt op het voorhoofd van studenten. Welke gek doet dat, denk je dan.

Maar ieder die een gezichtscrème aanschaft en opsmeert, omdat er ‘gezichtscrème’ op staat, gaat eigenlijk net zo bekocht over straat.