Paupers, pestlijders, pagodes in China

Ook de mens van nu kijkt met open mond naar de 200 foto’s van het straatleven, de opiumschuivers, de openbare executies in 19de-eeuws China. Twee verzamelaars doken ze op in Europa en Amerika.

Negentiende eeuws China. Wie kan zich er een beeld van maken? Sinologen natuurlijk, maar wil je echt zien hoe het leven er in dat ‘Hemelse rijk’ aan toe ging dan is Among the Celestials een eye-opener. Een caleidoscopisch fotoboek, met zo’n tweehonderd landschappen, stadsgezichten, straattaferelen en portretten uit een wereld die 19de-eeuwse westerlingen, nog vertrouwd met gravures, verbijsterd moeten hebben. Ook de 21ste-eeuwse mens overkomt dat: Zie de massa's paupers, de openbare executies, de organische architectuur, de opiumschuivers. Loop langs een bijna droge kreek in Shanghai, zoals hierbij afgebeeld, en prijs je gelukkig dat er uit foto’s geen geuren opstijgen.

De sepia opnamen – van ca. 1860 tot 1950 – komen uit de collecties van Ferry Bertholet (1952) en Lambert van der Aalsvoort (1955). Bertholet schrijft, schildert, restaureert en is al jong verliefd geraakt op Japanse prenten, erotische kunst en historische foto’s van China. Van der Aalsvoort is psycholoog, fotograaf, publicist en antiquaar. Beiden verzamelen afzonderlijk en kochten hun foto’s in Europa en Amerika. In China vonden ze ze niet.

Actieradius

Chinezen waren halverwege de 19de eeuw niet zo happig op vreemd volk, zo blijkt uit de inleiding, die vakkundig de foto-historische achtergrond belicht. De actieradius van de eerste westerse fotografen, die al snel moesten concurreren met Chinese collega’s, bleef beperkt tot havensteden als Shanghai, Hongkong en Nanking in de delta van de Jangtse. Vandaar die riviergezichten, waarin alles wat drijven kan, ronddobbert, met in de verte de waaier-zeilen van de jonken of het pagodedak van een theehuis.

Vrij reizen was nog link. Boeren en buitenlui wantrouwden buitenlanders, zeker die met een camera. Want hoe leg je uit dat mensen bij een te korte sluitertijd in ‘schimmen’ veranderden – op papier althans. De hogere klasse keek daar anders tegenaan. Bij hen waren westerse fotografen wél welkom, vandaar dat we Baron Raimund von Stillfried-Ratenicz tegenkomen. Hij was net als Felix Beato ook in Japan actief. Hun foto’s werden daar zo knap naar de natuur ingekleurd dat hun 19de-eeuwse ‘vintage’-drukken op 20ste-eeuwse vervalsingen lijken. De Chinese opnamen in dit boek geven geen spat kleur te zien. Sterker nog, over landschappen en stadsgezichten ligt een grauwsluier. Maar wie weet hoe blauw de hemelkoepel was boven de ‘Bedelaarsbrug’ in Peking? En hoe rood de banieren, waar een meubelboulevard in Hongkong mee behangen was?

Net als op straat, waar het steeds krioelt van karretjes, draagkoetsjes en sjouwers, ontbreekt op familieportretten elke zweem van modernisme: meisjes met ingebonden lotusvoetjes, vrouwen in traditionele zijde gehuld en zilverachtige oorkapjes, mannen die zich thuis dikbuikig een beetje de broer van de keizer zitten te wanen. Families staan soms net zo frontaal en statisch afgebeeld als op de klassieke rolschilderingen van hun voorouders. Niet zo gek, want zo’n fotomoment kon ook ‘a once-in-a lifetime-experience’ zijn.

Wat op deze pagina ongezien moet blijven, gezien de huidige hobby van sommige moslim-extremisten, zijn de foto’s van openbare terechtstellingen in Peking en elders. Jonge jongens staan geketend in een rij om onthoofd te worden, bij anderen is de straf voltrokken. Het volk kwam er nieuwsgierig op af. Minder zware jongens kregen een houten blok om hun nek geklemd en werden als pestlijders op straat gedumpt. De burger was gewaarschuwd.

Zo te zien is er in de eerste decennia van de 20ste eeuw, waar de laatste foto’s in het boek over gaan, nog niet veel veranderd, al is de keizer vertrokken (1912) en de republiek uitgeroepen. Op de stoep zitten nog steeds rijen naaisters kleren te repareren, kooplui torsen hun jukken en boeren ploegen voort in wegwaaiende stofwolken. Eén foto is visionair: een gezin op weg naar de paardenraces van Shanghai, met meisjes zonder lotusvoetjes en jongetjes met een keurige herenhoed op. China leek een stap vooruit te zetten, ware het niet dat intussen Mao zich warm liep om met zijn Grote Sprong Voorwaarts het rijk terug in de tijd en in de waanzin te katapulteren.