Neem toekomstvisies serieus, maar bouw naar nood van nu

Aan kantoorruimte stond begin dit jaar in Nederland 8 miljoen vierkante meter leeg, 16 procent van het totaal; de leegstand bij winkels bedroeg 2,4 miljoen vierkante meter, 8 procent. Dat zijn zorgwekkende cijfers, te meer daar ze het resultaat zijn van een opwaartse trend die moeilijk of misschien wel niet te keren zal zijn.

Het Planbureau voor de Leefomgeving gebruikte deze gegevens in zijn tweejaarlijkse overzicht. De Balans van de Leefomgeving 2014 kreeg als motto: ‘de toekomst is nú’. Wat het planbureau betreft betekent dit dat overheden zich wel tweemaal moeten bedenken voordat ze nu iets laten bouwen dat straks waarschijnlijk leegstaat.

Prognoses over de toekomstige ontwikkeling van de bouw zijn dit jaar een opvallend onderdeel van de rapportage, die verder een breed spectrum aan onderwerpen analyseert: energie, natuur, voedsel, de rol van de overheid en nog meer. Daar is het Planbureau voor: het is de onafhankelijke, nationale ‘denktank’ die ten behoeve van politiek en bestuur strategische beleidsanalyses opstelt.

De cijfers over de leegstaande kantoren en winkels zijn geen verrassing voor wie om zich heen kijkt, maar ze zijn desondanks een waarschuwing, die ook van belang is voor de woningmarkt. Want hoezeer voorspellingen voor de lange termijn vaak een sprong in het heelal lijken, met name demografische ontwikkelingen zijn een behoorlijk betrouwbare indicator. En die zegt bijvoorbeeld dat het aantal jonge huishoudens zal afnemen en dat de babyboomgeneratie er straks voor zorgt dat een flink aantal bestaande (koop)woningen in de aanbieding komt. Dit noopt dus tot terughoudendheid met nieuwbouw. Dat er nog steeds kantoren worden gebouwd, is al onverstandig en dat de behoefte aan fysieke winkelruimte bij de groei van internetshoppen daalt, heeft ook consequenties.

Toch passen voor wat betreft de woningbouw wel een paar kanttekeningen bij de vergezichten van het planbureau. Neem de verschillen per regio: in de ene gemeente is al een woningoverschot; in de andere is het lang zoeken naar (betaalbare) woonruimte. Dan is er de onzekere factor van migratiestromen. En de vraag hoe de woonruimtebehoefte zich ontwikkelt: mensen zijn de laatste jaren naar steeds meer vierkante meters onder hun dak gaan verlangen. Praktisch gezegd: het woningtekort hier en nu is een urgenter probleem dan de waarschijnlijke leegstand in de toekomst.

Het is aan politiek en bestuur om maatwerk te leveren. Dus te voorzien in de actuele behoefte die van meer betekenis is dan de, toch onzekere, ontwikkelingen op lange termijn. Het is goed dat er planbureaus zijn die daar schetsen van geven. Intussen hebben de overheden hun handen vol aan vandaag.