Masaï drinken koeienbloed. Wij drinken melk

Een lucifervlammetje in helder daglicht: Het gebroken woord begint met een bescheiden beeld. Alsof de Britse romanschrijver en dichter Adam Foulds (1974) voorzichtig, wat defensief inzet.Hij kiest niet voor de machtige wapens, maar voor gebroken woorden en kleine vlammetjes .

Toch heeft Foulds met zijn dichtbundel een onderwerp te pakken waaraan meestal romans gewijd zijn – en zijn ambities zijn niet gering. Het gebroken woord is één lang gedicht over de opstand van de Kikuyu-stam tegen de Britse bezetter. Het vlammetje uit de eerste scène is dat van een butler die de sigaret van Jenkins, een Britse militair in Kenia, aansteekt. Jenkins raakt in de trein in gesprek met Tom, een jongeman die in Engeland onderzoek gaat doen naar de gruwelijke gevolgen van de Kikuyu-opstand (1950-1956). Foulds schrijft dus over zijn vaderlandse geschiedenis.

Hoewel poëzie daarvoor een weinig voor de hand liggend medium lijkt, maakt hij effectief gebruik van de mogelijkheden van lyriek. Het gebroken woord staat vol prachtige regels en passages – vooral over bloedige gebeurtenissen. De beheersing en samenhang contrasteren met de gruwelen die hij beschrijft. Om een voorbeeld aan te halen:

De rituelen, de beloften:

Meedoen of je keel door.

Of erger. Hier niet ver vandaan

waren er twee die niet wilden.

Aan stukken gesneden, begraven, weer opgegraven

waarna anderen, om ze in het gareel te houden,

werden gedwongen stukken van ze te eten.

En dat afgewisseld met beschrijvingen van het alledaagse leven in een kolonie:

Kate in bad voor etenstijd.

Warm, zeepbewolkt water. Melodieus gedruppel.

Haar haar deinde zwaar op haar schouders.

De tegenstelling samengevat: ‘De Masaï drinken koeienbloed, bracht Tom naar voren / Wij drinken melk, zei Kate’. Tom raakt in zijn laatste zomer in Kenia betrokken bij de gevechten. De beschrijvingen daarvan zijn zo indrukwekkend dat ze doen denken aan de war poets uit WO I: plastisch en toch poëtisch, optimistisch en toch berustend. En aan Amerikaanse veteranenromans. Sneller dan hij kon voorzien, wordt Tom volwassen (‘het wordt tijd, / ben ik bang, dat je een man / wordt en zo’).

Misschien is het juister om te zeggen: verliest hij zijn onschuld, of nog beter: realiseert hij zich dat hij schuldig is. Het valt hem dan ook niet makkelijk om in Engeland zijn studie op te pakken. Engeland is óók schuldig, maar niemand wil dat daar weten.

Het was Foulds’ bedoeling om een vergeten koloniale oorlog onder de Britse aandacht te brengen – en met zijn poëzie iets teweeg te brengen. In de zes jaar sinds het Engelse origineel verscheen, heeft de Britse regering schadevergoeding betaald aan de slachtoffers van martelingen, vertelt Foulds graag in interviews. Niet dat hij dat in zijn eentje voor elkaar heeft gekregen, maar het stilzwijgen is verbroken. Foulds wilde heel graag geloven, én laten zien, dat het grote vuur met één vlammetje in het daglicht kan beginnen. En dat is gelukt.