Longlist AKO Literatuurprijs. Wat schreef NRC over de genomineerden?

De jury van de AKO Literatuurprijs heeft zojuist haar ‘tiplijst’ (longlist) bekendgemaakt. Wat schreef NRC Handelsblad over de titels die de tiplijst wel gehaald hebben?

Over de lijst schrijft Arjen Fortuin morgen in NRC Handelsblad:

‘De jury van de AKO Literatuurprijs heeft jonge schrijvers relatief ruim bedeeld op de tiplijst van 25 titels, die vrijdagavond bekend werd gemaakt. Tot de kanshebbers van de prijs behoren Merijn de Boer (De nacht) en de debutanten Nina Polak (We zullen niet te pletter slaan) en Anne Eekhout (Dogma). Ook een nog relatief onbekende auteur als Walter van den Berg (Van dode mannen win je niet ) haalde de zogenaamde ‘tiplijst’.
De keuze voor relatief jonge schrijvers – Eekhout, De Boer en Polak werden geboren in de jaren tachtig – sluit aan bij de grote hoeveelheid aandacht dat het literaire tijdschrift Das Magazin weet te trekken voor auteurs van de nieuwe generatie, die zich niet alleen voedt met de literatuur uit het verleden, maar veelal met hedendaagse Amerikaanse boeken en televisieseries.’

Longlist AKO Literatuurprijs

Van de 25 titels die zijn opgenomen in tiplijst van de AKO Literatuurprijs zijn er twee niet gerecenseerd in NRC Handelsblad. De hierboven al aangehaalde romans van Anne Eekhout kreeg geen aparte recensie. Wel werd de roman door Toef Jaeger verwerkt in haar recente artikel over de rol van kunst in recente romandebuten (Boeken, 29-08-’14).

Naar aanleiding van de verschijning van de, ook voor de AKO-genomineerde, titel De laatste kamer (Nijgh & Van Ditmar) en diens 80ste verjaardag verscheen op 3 augustus 2013 een groot interview met Frans Pointl.

De andere, wel besproken, titels die de longlist van de AKO Literatuurprijsd 2014 hebben gehaald vindt u hieronder.

Maarten Asscher - Appels en peren (Atlas|Contact)

4 ballen
Jaap Cohen over het boek van jurist, boekhandelaar en schrijver Maarten Asscher (1957):

‘Lof van de vergelijking op aanstekelijke wijze heeft gedaan. In tweeëntwintig mooie essays toont hij aan dat historische vergelijkingen juist een effectief hulpmiddel kunnen zijn, niet alleen om een bepaalde gedachte te verduidelijken, maar ook om tot originele inzichten te komen.’

Walter van den Berg - Van dode mannen win je niet (De Bezige Bij)

4 ballen
Sebastiaan Kort over de derde roman van Van den Berg (1970):

Van dode mannen win je niet is een roman over een man die voor geen cent deugt. In een tweehonderd pagina’s tellende monoloog, denk aan Dinsdag van Elvis Peeters, richt de hoofdpersoon zich tot Wesley, de zoon van een vrouw met wie hij ooit een relatie had. Hij biecht, hij slijmt, hij lijmt, hij probeert krom recht te lullen, en allemaal om, tja, waarom doet hij het eigenlijk? Een van de grote krachten van dit boek is dat je je de hele tijd blijft afvragen waarom dit hart gelucht wordt.’

Remco Campert - Hotel du Nord (De Bezige Bij)

4 ballen
Kester Freriks over de korte roman van Campert (1929):

‘Camperts korte roman Hôtel du Nord is een intrigerende mengeling van suspense en poëzie. [..] Op subtiele wijze verbindt Campert hoofdpersoon Mannings jeugd als weeskind met zijn latere drang tot afwezigheid, zonder in psychologie te vervallen. De vergeefse zoektocht naar eenzaamheid van Manning raakt de lezer diep. Op het moment dat hij tot het inzicht komt dat hij altijd een leven op de vlucht leidde, neemt hij een verregaand besluit.’

Tijs Goldschmidt - Vis in bad (Athenaeum-Polak & Van Gennep)

n.v.t.
Marko Kamphuis over het boek van gepromoveerd evolutiebiolooog Goldschmidt (1953):

‘Goldschmidts essays zijn elegant geschreven, leerzaam, en je hoort er als vanzelf zijn beminnelijke voordracht bij. Maar op zeker moment kwam het op mij wel érg comfortabel over. Al is het vanuit evolutionair oogpunt slimmer de indruk te wekken alles op je sloffen te doen dan op je tenen te lopen, toch denk ik dat het schrijven van deze stukken Goldschmidt niet ten dode heeft uitgeput.’

Arnon Grunberg - Apocalyps (Nijgh & Van Ditmar)

5 ballen
Toef Jaeger over de tweede verhalenbundel van AKO- en Librisprijswinnaar Arnon Grunberg (1971):

‘Wat Grunberg nog niet echt had laten zien, is dat hij uitstekende en originele verhalenbundels bij elkaar kan schrijven. Apocalyps bevat verhalen die Grunberg tussen 2004 en 2012 schreef voor literaire tijdschriften als De Gids en Hollands Maandblad, maar ook voor opinieweekbladen en kranten. Alle thema’s uit Grunbergs vroegere werk komen er in terug.’

Wessel te Gussinklo - Zeer helder licht (Koppernik)

4 ballen
Arjen Fortuin over de terugkeerroman van ‘denkschrijver’ Te Gussinklo (1941), bijna twintig jaar na zijn vorige roman De opdracht (Van der Hoogtprijs, Bordewijkprijs en genomineerd voor Librisprijs):

‘Ze bestaan nog, de denkschrijvers. Auteurs bij wie een boek niet een uitgeschreven filmscenario is, niet louter een strak gestuurde aaneenschakeling van scènes en gebeurtenissen met een vlotte plot. Een boek waarin daarentegen de hele tekst de weerslag is van de – niet noodzakelijkerwijs van tobberigheid gespeende – reflecties van de hoofdpersoon. Boeken waarvan de kern niet schuilt in wat er gebeurt, maar in wat er wordt ervaren.’

Stefan Hertmans - Oorlog en terpentijn (De Bezige Bij)

n.v.t.
Arnon Grunberg over de WOI-roman van Hertmans (1951):

‘Literair wordt Oorlog en terpentijn pas werkelijk interessant als we de theorie hanteren dat we met een vervalsing te maken hebben, waarbij Hertmans zelfs de schilderijen die van zijn grootvader zouden zijn en die in het boek zijn afgedrukt eigenhandig heeft geschilderd. Er staan namelijk zinnen in Oorlog en terpentijn waarvoor de essayist Hertmans, die ik hogelijk waardeer, zich een beetje zou hebben geschaamd. [..] Pas als vervalsing komt Oorlog en terpentijn echt tot leven, omdat het dan een roman wordt over de vraag hoe de verboden plek af te beelden die je nooit hebt betreden en die je ook niet wilt betreden.’

Jeroen Koch - Willem I (Boom)

5 ballen
Beatrice de Graaf over de koningsbiografie van Koch:

‘Misschien nog wel de grootste verdienste van Kochs magistrale, vloeiend geschreven en voorlopig definitieve koningsbiografie, is dat hij de lezer zowel meezuigt als enigszins verward achterlaat. Koch schotelt ons het raadsel-Willem in al zijn tegenstrijdigheden voor en dwingt ons een eigen Willemsbeeld te vormen.’

Guus Kuijer - De Bijbel voor ongelovigen (2) (Athenaeum-Polak & Van Gennep)

5 ballen
Hendrik Spiering over de tweede bijbelhervertelling van Kuijer (1942):

‘God is grimmig geworden, in het prachtige tweede deel van Guus Kuijers Bijbel voor Ongelovigen, dat loopt van Mozes tot Simson. [..] Kuijers navertelling is genadeloos, zijn beheersing van de verhalen superieur, geen bijbels detail blijft onopgemerkt.’

Guus Kuijer - De Bijbel voor ongelovigen (3) (Athenaeum-Polak & Van Gennep)

4 ballen
Wilfred Takken over Kuijers derde Bijbelhervertelling:

‘Deel 3 is het mooiste deel tot nu toe, om te beginnen omdat Kuijer hier het mooiste bijbelboek navertelt: Samuël. God is hierin slechts vaag op de achtergrond aanwezig – zo zeer dat hij ook voor het toeval kan worden aangezien. Het boek leest als een historische roman. Met zijn groot gevoel voor humor, zijn lichte stijl, zijn eruditie en zijn opvliegende aard heeft Kuijer het boek Samuël verrijkt met duiding en verdieping en ontdaan van zijn vrome laag.’

Tom Lanoye - Gelukkige slaven (Prometheus)

5 ballen
Janet Luis over de roman van de Constantijn Huygens-prijswinnaar Tom Lanoye (1958):

‘Ook in Gelukkige slaven maakt Lanoye in frisse, montere bewoordingen maar weer eens duidelijk dat het leven geen pretje is. [..] Mooi is ook hoe soepel Lanoye zijn vertellersblik over de wereldzeeën, de continenten en de grote rivieren laat gaan.’

Jan van Mersbergen - De laatste ontsnapping (Cossee)

4 ballen
Arjan Fortuin over de zevende roman van BNG Nieuwe Literatuurprijswinnaar en Libris-genomineerde Jan van Mersbergen (1971):

‘In de levensechte weergave van de hitsige dronkemanstochten grijpt Van Mersbergen terug op wat hij in Naar de overkant van de nacht al bewees te kunnen: zijn lezers meevoeren in de roes van de hoofdpersoon. Waar dat verlangen in Van Mersbergens vorige roman tot een (alcoholische) eenheid maakte, is het in De laatste ontsnapping maar een van de bouwstenen. [..] Van Mersbergen grossiert in scènes waarin kleine gebaren en onuitgesproken gedachten je zomaar de adem benemen.’

Marente de Moor - Roundhay, tuinscène (Querido)

4 ballen
Arjen Fortuin over derde roman van oud AKO-prijswinnaar Marente de Moor (1972):

‘Aan het begin verwacht je dat Roundhay, tuinscène een conventionele historische roman is: zo een waarin het verleden verraadt wat de auteur van het heden vindt. Een als terugblik vermomde cultuurkritiek. [..] Maar De Moor heeft haar roman ook de nodige trekjes van een thriller meegegeven. [..] Het heeft een ingenieus ideeënbouwwerk opgeleverd, waarin zij bij vlagen briljant speelt met tijd en vergankelijkheid, licht en donker, roes en droom, dood en wedergeboorte, Amerika en Europa, ouderschap en ouderloosheid.’

Eric Min - De eeuw van Brussel (De Bezige Bij)

n.v.t
Peter Vandermeersch over het Brusselboek van Min (1959):

‘Het meest indrukwekkende recente boek over Brussel is De eeuw van Brussel van de Vlaamse journalist en publicist Eric Min. Hij heeft het over de 66 jaar tussen 1850 en 1914 waarin Brussel zijn intellectuele en artistieke hoogtepunt beleefde. Eric Min beschrijft dit artistieke kruitvat en laboratorium waar de nieuwe maatschappij vorm kreeg met smaak en liefde, met oog voor detail, maar ook met voldoende afstand en perspectief. Hij schonk Brussel wat de stad verdiende: een biografie van zijn mooiste eeuw.’

Arjen Mulder - Wat is leven? (De Arbeiderspers)

4 ballen
Arnold Heumakers over dit essay van Arjen Mulder (1955) dat verscheen ter ere van de Maand van de Filosofie:

‘Mulder doet zich in deze essays kennen als een onverbeterlijke positivo, die het leven bejubelt als dat ‘wat ons waarde geeft in een totaal niet in ons geïnteresseerd universum’. Als we er zelf niet in geloven, wie anders, zal hij gedacht hebben. Maar dan moeten we de natuur en het leven wel opvatten als een zinvol, harmonisch geheel dat ons aanspreekt en inspireert. Het is de lyriek van groei en maakbaarheid inéén die je ook in de Romantiek terugvindt, bij een natuurfilosoof als Schelling, bij een dichter als Novalis en bij Mary Shelley’s echtgenoot Percy Shelley, die in zijn lyrisch drama Prometheus Unbound (1820) onbekrompen de lof zingt van de harmonie tussen mensheid en natuur.’

Willem Otterspeer - De mislukkingskunstenaar (De Bezige Bij)

3 ballen
Arjen Fortuin over Willem Otterspeers (1950) biografie over W.F. Hermans:

‘Mijn gok is dat de biograaf weleens drie delen nodig zou kunnen hebben om zijn hele verhaal te vertellen. Dan openbaart zich misschien ook een strakkere of andere leidraad dan de mislukking. De mislukkingskunstenaar heeft het in zich om een goede, misschien zelfs een uitstekende biografie te worden – maar het boek is nog lang niet af.’

Nina Polak - We zullen niet te pletter slaan (Prometheus)

3 ballen
Recensent Janet Luis over de debuutroman van Nina Polak (1986):

‘In deze roman ontbreekt zoiets als een centrum, een kern, een werkelijk probleem. En dus rijgen de mooie zinnen en de snedige metaforen zich aaneen tot een familieverhaal waarin af en toe wordt gemorft, maar dat op mij toch vooral een wat amorfe indruk maakt.’

K. Schippers - Voor jou (Querido)

4 ballen
Arjen Fortuin over de roman van Schippers (1936):

‘Ziekte en dood van ‘Henk en Gerard’ vormen het verbindende element in Voor jou. Dat boek heeft veel weg van een ‘gewone’ Schippersbundel, met diens hoogst persoonlijke mengvorm van verhaal en essay – maar ook ontkom je er niet aan om het te lezen als een requiem. Niet in anekdotische zin – zo veel kom je niet te weten over de gestorvenen –, maar in de literaire wijze waarop Schippers met omtrekkende bewegingen steeds weer bij zijn vrienden belandt. Hoe je het ook definieert: Voor jou is een heel mooi heel droevig boek geworden.’

Arie Storm - Luisteren hoe de huizen ademen (Prometheus)

2 ballen
Arjen Fortuin over de roman van Parool-criticus Arie Storm (1963):

Luisteren hoe huizen ademen is een boek dat onophoudelijk in beweging blijft, nog los van het feit dat de geamuseerde distantie waarmee Storm over het leven van Voois schrijft, prettig leest. Alles is schijn, zo veel is duidelijk. Maar die poëtica brengt met zich mee dat de distantie op den duur moeilijk van desinteresse te onderscheiden is.’

Peter Terrin - Monte Carlo (De Bezige Bij)

4 ballen
Arjen Fortuin over de zesde roman van AKO-prijswinnaar Peter Terrin (1968):

‘Je hoeft er niet eens een lijstje voor te maken: Peter Terrin behoort tot het handvol écht interessante Nederlandstalige schrijvers. Monte Carlo is de lichtste roman die Terrin tot nu toe schreef en waarschijnlijk ook de toegankelijkste.’

Peter Vermeersch - Ex (De Bezige Bij)

4 ballen
Manon Uphoff over Ex:

‘De eerste hoofdstukken van Ex kraken nog onder het gewicht van iemand die te graag duider wil zijn en daardoor te veel feiten en geschiedenis geeft. Maar al snel leidt Vermeersch’ kritische reflectie tot prikkelende inzichten over oorlog en mannelijkheid. [..] Natuurlijk is Ex niet compleet, maar door alle snippers heen sluimert een groter, knap inzichtelijk gemaakt geheel waarin herinneringen en verhalen van ‘gewone’ mensen zich mengen met grotere verhalen’

Frank Westerman - Stikvallei (De Bezige Bij)

4 ballen
Toef Jaeger over Stikvallei:

Stikvallei is een geslaagd boek met schoonheidsfoutjes. Van ijdelheid is deze keer geen sprake, bevlogenheid staat voorop. De zoektocht naar en het verzamelen van de verhalen was een voortreffelijk plan dat heel goed is uitgewerkt, zeker omdat het gaat over een ramp waarvoor in het land zelf nauwelijks meer aandacht is. De slachtoffers van toen kunnen nog steeds niet terug naar de plek en de verhalen eromheen worden zoveel mogelijk afgekapt. Gelukkig heeft Westerman ze verzameld.’

Merijn de Boer - De nacht (Van Oorschot)

3 ballen
Sebastiaan Kort over De Boers romandebuut:

‘De geslaagde vorm van verdwazing, ook in Nestvlieders aanwezig, is ook in De nacht aan te treffen. Dit komt doordat de verhalen die er bestaan steeds worden bijgesteld, en soms om onduidelijke gronden, worden verzwegen. Het gevolg is dat de beschreven vakantie als een diaserie voorbijkomt: de dia’s hebben met elkaar te maken, maar sluiten niet op elkaar aan.’

Uitreiking op 13 november op Crossing Border

De shortlist (‘toplijst’), bestaand uit 6 titels, wordt op vrijdag 26 september in Nieuwsuur bekendgemaaakt. De uitreiking van de prijs vindt plaats op donderdag 13 november tijdens een speciale Crossing Border avond waarin de genomineerde auteurs geïnterviewd zullen worden door journalist Wim Brands.

De vakjury van de AKO Literatuurprijs 2014 bestaat uit: Job Cohen (voorzitter), Karl van den Broeck, freelance boekenjournalist, Toef Jaeger, redacteur NRC Handelsblad, Daniëlle Serdijn, recensent de Volkskrant, Veerle Vanden Bosch, chef boeken De Standaard en Joost de Vries, redacteur De Groene Amsterdammer. De schrijver van het winnende boek ontvangt naast een sculptuur van Eugène Peters een bedrag van € 50.000.