Leux

Onderweg naar de spiksplinternieuwe bioscoop De Filmhallen in West moest ik denken aan hoe ik toen ik klein was altijd mijn ogen dicht deed als ik bij mijn moeder achterop zat en we door de Kinkerstraat fietsten. Soms kroop ik zelfs onder haar jas. Ik vond het een akelig stukje stad. Geen idee waarom.

Toevallig was mijn eerste studentenkamer er om de hoek, op de Bilderdijkstraat, boven de apotheek, schuin boven de Dirk. De buurt was inmiddels een stuk gezelliger geworden en toch nog ruig genoeg – met belwinkels, vage juweliers en obscure groentewinkels – om me als meisje uit Zuid heel tof te voelen over het feit dat ik naar een (in mijn ogen) semi-getto was verhuisd, het echte Amsterdam.

Ik was er op slag gelukkig.

De Hallen, het complex waar ook de Filmhallen zit en waar ook nog een bibliotheek, een ‘foodcourt’ en een restaurant moeten komen, ziet er veelbelovend uit. Het is nog wat kaal, het galmt er en in de fietsenstalling (een bioscoop met gratis fietsenstalling!) is nog meer dan genoeg plek, maar je voelt dat het er binnenkort bomvol zal worden. Dat de hallen straks ook zullen galmen, maar dan juist door al dat geroezemoes. West is sowieso hip en happening aan het worden. En dat is fijn, maar het baart me ook zorgen. De obscure, authentieke groente- en belwinkels lijken nagenoeg verdwenen en tot mijn grote ontzetting zag ik dat de apotheek is vervangen door een cadeaushop die ‘Leux’ heet.

Gentrificatie, een dubieuze zegen. Het viel me voor het eerst op in Londen. Wijken als Hackney, Shoreditch en Brockley, die vroeger echt unheimisch waren, werden de laatste jaren ineens enorm the place to be. Maar uiteindelijk ‘verhipsterden’ ze dusdanig dat ze inmiddels alweer passé zijn. Mensen slaan op de vlucht voor de veganistische cupcakestores en de arti fairtrade coffeebars en settelen zich dan maar weer een wijk verderop. Momenteel moet je volgens ingewijden in Dalston wezen voor een goeie balans tussen veilig (dat willen we allemaal) en toch nog een beetje shabby, wat wel zo gezellig is.

In Amsterdam is volgens mij hetzelfde aan het gebeuren. Als we niet oppassen zorgt straks alleen de architectuur (smalle straatjes, grachten of juist nieuwbouw) nog voor onderscheid, maar is de sfeer uiteindelijk overal min of meer hetzelfde: netjes, veilig, braaf. En is dat dan nog wel Amsterdams? Of lijkt ‘Bolo’ (Bos en Lommer) straks ook op Brockley?

Vrienden van mij, waar ze ook wonen – Bos en Lommer, de Indische Buurt, Westerpark, Noord of Zuidoost – zeggen allemaal hetzelfde: „Hier moet je zijn, hier gebeurt het, hier wonen nog echte Amsterdammers, het is hier gezellig en veilig.” Om er vervolgens fronsend aan toe te voegen: „maar er komen wel steeds meer yuppen bij”. Ja, denk ik dan, wij wonen er!

Van de week hoorde ik vriendinnen zeggen dat De Pijp (vroeger een schemerig stukje stad, daarna de hippe studentenstek bij uitstek) zo ordinair geworden is. Veel gelal, viezig, te druk. Op een bepaalde manier gaf dat me hoop.