Kroniek van een plundertocht

In zijn nieuwe boek vertelt de Britse historicus Martin Meredith de lange geschiedenis van Afrika aan de hand van de eeuwige zoektocht naar rijkdommen. Tot op de dag van vandaag werd zoeken altijd roven.

Koningin Máxima sprak vorig jaar december lovende woorden aan het adres van bierbrouwer Heineken toen ze op bezoek was in Ethiopië. Dankzij Heinekens investeringen in het land zijn de Ethiopische keuterboeren verzekerd van een koper voor hun gerst. Zo kunnen ze ook toegang krijgen tot betaalbare financiering.

Maar een paar weken later liep de bierbrouwer een publicitaire zeperd op in hetzelfde land. Omoro’s, de grootste bevolkingsgroep van Ethiopië, protesteerden tegen het voornemen van Bedele Brewery, de lokale dochteronderneming van Heineken, om een tournee van de populaire, maar ook omstreden zanger Teddy Afro te sponseren.

De Omoro’s namen het de zanger kwalijk dat hij in een interview zijn bewondering had uitgesproken voor Menelik II, de negentiende-eeuwse keizer die met harde hand Ethiopië verenigde. Teddy Afro had het over ‘een heilige oorlog’ voor de eenwording van zijn land. De protesterende Omoro’s hadden het over ‘een Ethiopische Hitler’ door wiens toedoen miljoenen Omoro’s om het leven waren gekomen.

Aanvankelijk zei Heineken de controverse te betreuren, maar niet van plan te zijn de sponsorplannen te wijzigen. Binnen een week haalde het concern alsnog bakzeil, in het nauw gedreven door een steeds verder uitdijende protestcampagne op de sociale media. Die werd vooral gevoed door de Omoro’s in diaspora.

De les die uit deze affaire kan worden getrokken, is dat geschiedenis er toe doet. Misschien wel juist in het tijdsgewricht van digitale media.

Olifant

Dit is ook de overtuiging van de Britse journalist, schrijver en historicus Martin Meredith, die de afgelopen decennia een vijftiental boeken over Afrika heeft gepubliceerd. In 1999 verscheen zijn alom geprezen biografie over Mandela. Daarna heeft hij geschreven over uiteenlopende onderwerpen, variërend van de machtsgreep van Mugabe in Zimbabwe tot de uitroeiing van de olifant en andere bedreigde diersoorten op het continent, en van de geschiedenis van Afrika na de onafhankelijkheid tot de zoektocht naar de bron (in Afrika) van het menselijk leven op aarde.

De invalshoek van Merediths nieuwste boek, het ruim 700 bladzijden tellende De Schatten van Afrika, is de permanente jacht op de rijkdommen van het Afrikaanse continent. Graan, katoen, koffie, rubber, goud, diamanten, koper, olie – om dat soort materiële rijkdommen ging en gaat het. En om slaven, miljoenen slaven die in handen van Afrikaanse, Arabische en Europese handelaren door de woestijn werden geleid of vanuit de west- en oostkust naar verre landen werden verscheept.

Meredith schat dat tussen 800 en 1900 7,2 miljoen slaven werden verhandeld via de trans-Saharaanse route, 2,4 miljoen over de Rode Zee, 2,9 miljoen in oostelijk Afrika, en tussen 1500 en 1900 11,3 miljoen via de trans-Atlantische route naar Amerika, Brazilië voorop. Bij elkaar bijna 24 miljoen mensen werden losgescheurd van bloedverwanten, weggerukt uit hun dorpen en weggevoerd.

In de 19de eeuw was die handel groter in omvang dan in alle voorgaande eeuwen bij elkaar, schrijft Meredith. Nadat de langeafstandshandel langzaam maar zeker ten einde kwam, bleef binnenlandse slavernij tot ver in de twintigste eeuw diep verankerd in veel Afrikaanse samenlevingen.

Tegen die achtergrond is het een gotspe om te spreken over een ‘zoektocht’ naar de Afrikaanse rijkdommen. Ook als het niet gaat om de slavenhandel, leest De Schatten van Afrika als de kroniek van een langgerekte plundertocht, die in feite tot de dag van vandaag voortduurt. Vreemde mogendheden speelden (en spelen) een hoofdrol, maar vlak de kwalijke rol van lokale tirannen, kooplieden en krijgsheren niet uit. De koloniale mogendheden zijn al decennia verdwenen, maar het eeuwenoude patroon van zelfverrijking en uitbuiting door lokale elites en dictators als Mobutu staat nog recht overeind. Buitenlandse investeerders, tegenwoordig vooral uit China, spelen daar graag op in. Tussen 2000 en 2010 vertienvoudigde de handel tussen China en Afrika, tot maar liefst 115 miljard dollar. ‘China aasde op de rijkdommen van Afrika en was bereid daarvoor deals te sluiten met dictators, despoten en onverkwikkelijke regimes van welke aard ook, zonder voorwaarden te stellen’, schrijft Meredith.

Die investeringen leidden niet per definitie tot lotsverbetering van de bevolking. In zijn boek over de stand van zaken in Afrika na vijftig jaar onafhankelijkheid, The State of Africa (2006), schetste Meredith al een niet te florissant toekomstperspectief voor Afrika. Net als andere waarnemers denkt hij dat het idee van ‘Africa Rising’ voorlopig een wensbeeld is, geen realiteit.

Scorelijsten

‘Ondanks de verbeterde economische prestatie bleef Afrika [...] op de meeste wereldwijde scorelijsten onderaan staan’, schrijft Meredith. ‘Het was nog altijd de armste regio van de wereld, met een grotere armoede en lagere levensverwachting dan waar ook. Het onderwijsniveau was er laag en de werkloosheid groot. Hoewel de mijnbouw-, olie- en gassector voor enorme inkomsten zorgden, leverden ze nauwelijks werkgelegenheid op – er werkte minder dan 1 procent van de actieve beroepsbevolking’, aldus Meredith op het eind van zijn nieuwe boek. ‘Als poortwachter van de economische activiteit waren het vooral de Afrikaanse machthebbers die van de snelle groei in de eenentwintigste eeuw profiteerden. Elke mogelijkheid voor zelfverrijking grepen ze aan door geroofd kapitaal op buitenlandse rekeningen te storten, onroerend goed in het buitenland te kopen en van een ‘platina levensstijl’ te genieten.’

Sterke leiders, zwakke instituties – dat is het fundamentele probleem, zoals onder anderen ook politicoloog en econoom James Robinson en zijn collega Daron Acemoglu analyseerden in hun Why Nations Fail (besproken in Boeken, 05.10.12). In dit baanbrekende boek stellen Robinson en Acemoglu het axioma centraal dat duurzame welvaart in een land – waar ook ter wereld – alleen maar kans van slagen heeft als iedere burger politieke en economische vrijheid kent, inclusief rechtsbescherming en de mogelijkheid zich te ontplooien.

Zo’n alomvattend analytisch vertrekpunt ontbreekt in De Schatten van Afrika, dat meer beschrijvend van karakter is. Maar Merediths vertellingen voegen wel historische gelaagdheid toe aan het gegeven van opkomende en vervolgens weer tekortschietende staten.

Overwinning

Keizer Menelik II (1844-1913), een van de vele ijzervreters die de loop der geschiedenis op het Afrikaanse continent hebben gekneed en die Heineken een eeuw na zijn dood nog publicitair pootje lichtte, ontbreekt natuurlijk niet in De Schatten van Afrika. Menelik, ‘Koning der Koningen’, versloeg in 1896 het Italiaanse leger in Adwa, een stad in het noorden van Ethiopië. Het is nog steeds de grootste overwinning van een Afrikaanse troepenmacht op een Europese mogendheid. Het vernederde Italië moest Abessinië als onafhankelijke soevereine staat erkennen.

Meredith begint zijn boek iets noordelijker, in Egypte. Hij neemt de lezer mee op reis door het land van de farao’s, langs de cataracten van de Nijl, en trekt zo verder Afrika door, in tijd en in afstand. Meredith is een consciëntieus chroniqueur met een vlotte pen. Dat laatste is ook wel een voorwaarde, wil je de lezer zevenhonderd bladzijden vol jaartallen, gebeurtenissen en namen bij de les houden. Meredith slaagt er wonderwel in. Hij gaat details niet uit de weg maar weet de grote lijn goed vast te houden en hij verlevendigt zijn verhaal met anekdotes, daarbij citerend uit onder andere logboeken, brieven en dagboeken van zeelieden, handelaren, missionarissen, diplomaten en avonturiers.

Zo beschrijft een overheidsdienaar hoe Mansa Moussa, de negende koning van Mali, in 1324 zijn heilige pelgrimstocht naar Mekka onderbrak in Kaïro. Hij werd voorafgegaan door vijfhonderd slaven en in zijn entourage bevonden zich honderd met goud beladen kamelen. ‘Deze man overspoelde Caïro met zijn gulle gaven: er was niemand, geen enkele ambtenaar aan het hof of functionaris van het sultanaat die niet een som goud van hem kreeg.’ Tien jaar later, aldus de Arabische schrijver Ibn Fadl Allah al-Omari, had de markt zich nog steeds niet hersteld en waren de inwoners nog altijd verbaasd over die ongekende rijkdom.

Helemaal aan de andere kant van het continent, op de zuidelijke punt van Afrika, probeerde de Verenigde Oost-Indische Compagnie ruim drie eeuwen later een Nederlandse nederzetting van de grond te krijgen op de weidegronden bij de Tafelberg. ‘Ze spraken er uitgebreid over dat wij ons elke dag voor eigen gebruik meer land toe-eigenden dat hun eeuwenlang had toebehoord en waar zij gewoon waren hun vee te hoeden. Ze vroegen ook of zij, als ze ooit in Nederland zouden zijn, op dezelfde manier zouden mogen handelen’, beschreef de Nederlandse zeevader Jan van Riebeeck de onderhandelingen die hij in 1659 voerde met Khoikhoi-leiders die in verzet waren gekomen.

Meredith heeft monnikenwerk verricht door al deze wederwaardigheden in een samenhangend verhaal te plooien. Zijn aanpak kent wel een beperking, waarover hij zelf ook niet zwijgt. ‘Het algemene karakter van dit boek bracht met zich mee dat ik heb voortgebouwd op het werk van vele anderen’. Met andere woorden: voormalig krantencorrespondent Meredith heeft voor De Schatten van Afrika meer dan vijfhonderd boeken over Afrika geraadpleegd, afgaande op de bijgevoegde noten en bibliografie, maar hij is niet op reis gegaan voor zijn nieuwe boek. Dat doet niets af aan de kwaliteit ervan, maar bepaalt wel het karakter.

Dat is anders dan Congo, het vier jaar geleden verschenen meesterwerk van David van Reybrouck over de geschiedenis van Congo. Van Reybrouck put zijn kracht uit het reportage-element, in combinatie met de geschiedkundige verslaggeving. Reybrouck heeft op locatie de sporen van de geschiedenis gezocht en met ooggetuigen of nazaten van hen gesproken. Die aanpak voegt werkelijk iets nieuws toe, namelijk het Afrikaanse perspectief, verteld door Afrikaanse mannen en vrouwen. Op bescheidener schaal ging ook Marcel van Engelen te werk toen hij ter plekke onderzoek deed voor zijn vorig jaar gepubliceerde boek Het kasteel van Elmina over Nederlandse slavenhandelaren aan de Afrikaanse Goudkust.

Turbulentie

Die directe connectie met het onderwerp ontbreekt in De Schatten van Afrika. Maar dat was niet de opzet van Meredith toen hij zijn uitputtende overzicht samenstelde. In strakke lijnen schetst hij het verleden van het Afrikaanse continent. Alleen op het einde van zijn boek, waar de geschiedenis de turbulentie van het heden raakt, lijkt de regie hem enigszins uit de hand te glippen. Hij somt een boel ontwikkelingen op – de Arabische Lente en de daarop volgende chaos in Libië, de opkomst en de val de moslimfundamentalist Morsi in Egypte, de opmars van jihadistische strijdgroepen, de verspreiding van hiv, corruptie –, maar blijft bij de uitwerking aan de oppervlakte. En als hij het heeft over de recente opmars van islamitische strijdgroepen in het noorden van Mali, schrijft hij dat Timboektoe tijdens de opstand duizenden documenten verloor, maar dat het grootste deel van het Malinese erfgoed door de grote moed van de inwoners kon worden veiliggesteld. Op welke wijze de inwoners van Timboektoe hun moed toonden, vertelt Meredith er evenwel niet bij. Hij is vast al materiaal aan het verzamelen voor een volgend boek.