Kiezen tussen de keel of een gat in het hoofd

Hoe is het om ontvoerd te worden door terroristen, zoals James Foley en Steven Sotloff overkwam? Arjan Erkel maakte het 12 jaar geleden mee. Hij overleefde, Foley en Sotloff niet. „We hebben liggen slapen in het Westen. Dit zullen niet de laatste slachtoffers zijn.”

Arjan Erkel over zijn ontvoering: „Soms wilde ik dood. Ik zou mijn laatste dagen in een kamertje van 1,5 bij 2 meter doorbrengen, tussen torren en muizen in een grot. Het was wel mooi geweest.” Foto Peter de Krom

Arjan Erkel (44) kan als een van de weinigen een beetje begrijpen wat de ontvoerde journalisten James Foley en Steven Sotloff moeten hebben meegemaakt. Foley en Sotloff werden voor de camera door leden van de Islamitische Staat onthoofd. Erkel bleef leven, maar werd wel ontvoerd en gefilmd door terroristen.

In dat filmpje zagen we hem destijds op een stoel, met een cameralens op zijn gezicht gericht, omringd door bewapende moslimrebellen. Het was een ‘ultimatumfilm’ van zijn ontvoering. Erkel zat twintig maanden gevangen. Als hij de onthoofdingsvideo ziet, schudt hij zijn hoofd en denkt: we hebben hier liggen slapen, dit zal niet het laatste slachtoffer zijn.

Het is onduidelijk hoeveel mensen door IS-leden gevangen zijn genomen. De ontvoerders van Erkel waren Dagestaanse moslimrebellen. Ze eisten geld maar hadden ook een groot aantal doden op hun geweten toen ze hem twaalf jaar terug ontvoerden. Erkel, toen 32 jaar, werkte voor Artsen Zonder Grenzen in Dagestan, een deelrepubliek van Rusland. Hij zat die dag in de auto toen drie mannen in de auto vóór hem uitstapten en op hem afliepen. Erkel liep hun kant op, kreeg een klap van een pistool tegen zijn achterhoofd en viel neer. De mannen sloegen hem in elkaar en sleepten hem naar de achterbank van de auto, daar zat hij met zijn hoofd tussen zijn benen. Hij voelde zijn warme bloed over zijn gezicht druipen. Hij had geen idee wat er aan de hand was. Later bleek hij al een maand in de gaten te worden gehouden.

„Ze spraken over geld dus ik dacht: misschien is het alleen een beroving en word ik zo weer vrijgelaten.” En dat zijn de ergste momenten van zo’n ontvoering, zegt Erkel. „Wanneer je hoopt vrijgelaten te worden en niets verandert.”

Had je die erge momenten vaak?

„Ze zouden mij eerst na twee maanden vrijlaten. Samen zouden we het einde vieren door een schaap te slachten en als vrienden uit elkaar gaan, maar dat geloofde ik niet. Ik wist dat de gemiddelde gijzeling in Dagestan zes maanden duurde, maar ook na zes maanden werd ik niet vrijgelaten. Het ultimatumfilmpje kwam na tien maanden. Ik moest daarin zeggen dat de rebellen binnen tien dagen geld wilden zien en mij anders zouden vermoorden. Dat laatste was op dat moment geen slechte uitweg. Ook hoopte ik stiekem tijdens Kerst of de verjaardag van mijn moeder ineens vrijgelaten te worden. Maar die hoop had ik zelf gecreëerd.”

Hoe hield je het vol?

„Ik moest tactisch met de rebellen omgaan. De eerste week na mijn ontvoering was ik heel boos en voelde ik dat de hele wereld tegen mij was. Daarna accepteerde ik de situatie en besloot ik een band met ze op te bouwen. Het waren zes mannen met een bivakmuts op. Ik herkende ze aan hun lippen, stem en lengte. Ik ging aardig doen. Te aardig was niet goed, dan was ik een mietje en zouden ze over me heen lopen. Te afstandelijk en agressief zou ook slecht zijn, want dan vormde ik een bedreiging. Ik liep op mijn tenen.”

Hoe was jullie band?

„Na een paar maanden vrij goed. We hadden het over auto’s, vrouwen en politiek. Ze vroegen mij wat orale seks was, want dat was taboe. Ik was bang dat ik het voor moest doen, maar dat gebeurde gelukkig niet. Een van de gijzelnemers ging het daarna bij zijn vrouw doen en bedankte mij voor de uitleg, dat was wel bijzonder.”

Leverde die openheid ook iets op?

„Na een tijdje mocht ik één dag per week koken en kreeg ik wat boeken. Na een paar maanden namen ze me mee naar buiten en mocht ik een half uur luchten. Ook vroegen ze welk merk tandpasta ik het liefst wilde, en daarna gebruikten ze zelf ook Aquafresh. Ze zagen hoe ik de tube helemaal oprolde totdat hij leeg was. Dat vonden ze dan heel goed van mij.”

Een tube Aquafresh bracht je dichter bij hen? Waarom?

„Wij hebben een beeld van hen en zij van ons. Ze dachten dat wij veel verspillen in het Westen. Dat ik zuinig het tandpastatubetje oprolde en leegmaakte vonden ze leuk. Ik was vaak hun negatieve beeld over het Westen aan het rechtzetten.”

Voelde je jezelf steeds veiliger bij hen?

„Het vertrouwen groeide, maar ik bleef onveilig. Ze hielden altijd gedisciplineerd hun kalasjnikov in de aanslag. Als ze de opdracht kregen mij te vermoorden zouden ze het doen. Ik vertelde ze in dat geval het liefst door mijn hoofd geschoten te worden. Zij zeiden dat een gat in mijn hoofd er niet goed uit zou zien voor mijn nabestaanden. Ze vonden het eerbiediger om mijn keel door te snijden. Ook vroeg ik ze mijn lichaam langs de kant van de weg te leggen zodat mijn familie niet naar me zou zoeken. Dat waren wel moeilijke gesprekken. Later zeiden ze niet meer in staat te zijn mij te doden. Ze zouden dan iemand inhuren.”

Dacht je gedood te worden?

„Iedere keer als ik tóch niet werd vrijgelaten voelde ik de dood dichterbij komen. En soms wílde ik ook dood. Je hebt weinig energie, je ziet geen daglicht, je doet je behoefte in een plastic zak, je kunt niet fatsoenlijk douchen. Ik zou mijn laatste dagen in een kamertje van 1,5 bij 2 meter doorbrengen, tussen torren en muizen in de grot van een berg. Het was wel mooi geweest.”

Denk je terug aan die tijd als je de onthoofdingsbeelden van IS ziet?

„Ja, maar ik voel die pijn niet meer. Wel voor de familieleden van de slachtoffers. Toen ik werd ontvoerd was ik bang dat mijn moeder het niet zou overleven.”

Wat is het heftigst aan die beelden?

„Het allerergste is dat de laatste woorden van de journalisten niet hun eigen woorden zijn. Ze moeten het wel heel zwaar hebben gehad, denk ik dan. Zelfs hun mentale vrijheid is hun ontnomen.”

Je zei eerder dat we hier hebben liggen slapen.

„Ja, als ik die beelden zie, denk ik dat wij als land veel beter moeten opletten. Vroeger vochten Nederlandse jongeren mee in Tsjetsjenië en Afghanistan. Nu gaan ze naar Syrië en Irak. Waarom zetten deze mensen zich niet in voor Greenpeace of het Rode Kruis? Waar komt die behoefte vandaan? Daar hebben we als samenleving niet genoeg over nagedacht.”

Wordt het gevaar gebagatelliseerd?

„Ja, al jaren. En nog steeds zegt iemand als Pechtold dat het wel meevalt. Ik weet dat Wilders het meteen weer extreem brengt, maar hij zégt het wel. Mensen die zich achter IS scharen denken echt dat zij goed doen. Mijn ontvoerders dachten dat ook. Ze vechten als kameraden voor hun geloof. Er is niets mooiers dan dat. Ze zijn van binnen niet eens zo verschrikkelijk. Een van de rebellen sloeg een keer bijna een arm om me heen toen ik verdrietig was. Maar ze zijn tot extreme dingen in staat. Juist daarom zijn ze zo gevaarlijk.”