Geluk, dat is: onze hoop gedeeld door verwachting

Kunnen we menselijk gedrag verklaren aan de hand van ‘wijskundige’ formules? Gijsbert van Es deed vorige week een poging. Enkele reacties.

illustratie roel venderbosch

Wiskunde kan helpen menselijk gedrag te doorgronden, om wijsheid te ontwikkelen en tot levenskunst te komen. Dat beweerde ik afgelopen zaterdag op deze pagina’s. Ik verzon er een woord voor: de ‘wijskunde’. Ik presenteerde een ‘wijskundige formule’, over menselijke drijfveren: O = (M x I) - F. Staat voor: Oriëntatie = (Motivatie x Inspiratie) - Frustratie. Het betekent: bewuste keuzes die een mens in z’n leven maakt, zijn ‘het product’ van z’n innerlijke ‘motor’ en dat wat van buitenaf komt ‘aanwaaien’ (inspirare = inblazen), met eventuele lichamelijke en geestelijke beperkingen als remmende factor.

Het was een denkoefening – gevolgd door een oproep aan de lezers ook ‘wijskundige formules’ in te sturen. Hieronder: enkele inzendingen.

G = H : V

Rahul Pandit: ‘Om het leven iets simpeler en daarmee gelukkiger te maken, stel ik de volgende vergelijking voor: G = H : V. Ons Geluk (G) wordt hierin bepaald door Hoop (H), gedeeld door onze Verwachtingen (V). Zo blijven we ‘grounded’. Zolang je op iets hoopt (positief), zonder dat je iets verwacht (negatief), houd je teleurstellingen op afstand.

E= K x A

Marco van Opijnen: ‘Wat een geweldige wijskundige formule! Ik ben trainer/coach en haptonoom. Dit is hoe ik denk en werk; ik had het alleen nog nooit vanuit de wiskunde bekeken, ook al kende ik wel een andere formule. Deze: E = K x A.

Effect = Kwaliteit x Acceptatie. Een plan, idee, product, activiteit, enz., kan nóg zo goed zijn van zichzelf, je hebt óók acceptatie nodig, van jezelf en van de mensen voor of met wie je een bepaald resultaat wilt bereiken.

p = P- i

Marian Spijk, GGZ-psycholoog: ‘Wat dacht je van deze formule? Van Timothy Gallwey, coach van topsporters? p = P – i. Als je je prestaties (kleine p) wilt verbeteren, werk dan niet alleen aan je Potentieel (grote P) maar vooral ook aan je beperkende gedachten (i = innerlijk). Niet alleen trainen, trainen, trainen met je lichaam, doe ook aan mentale training en vitaliteit.

G = K x O

Ronald te Loo: ‘Ik leerde ooit van een klant een prachtige formule, die me al vaak heeft geholpen: G = K x O. Gedrag = Karakter maal Omstandigheden. Graag willen we begrijpen waarom mensen dingen doen en denken. We zoeken de verklaring vaak in iemands karakter. Maar de omstandigheden spelen vaak een veel grotere rol dan we ons realiseren. Als je iemand tot een bepaald gedrag wilt brengen, is het vaak veel effectiever de omstandigheden te beïnvloeden dan het karakter van mensen.

Wat een lariekoek

Tom Meurs, student psychometrie UvA:

‘Het is onbegrijpelijk dat nrc.next deze lariekoek heeft gepubliceerd. De schrijver dekt zich in door eerst te melden dat hij waarschijnlijk niet de eerste is die zoiets heeft bedacht, en vervolgens geeft hij aan dat hij kritiek op zijn wijskundige formule niet serieus neemt.

Er bestaat al zoiets als psychometrie. Vrij vertaald betekent dat het meten van de psyche of geest. Als je dat handig aanpakt, kun je patronen vinden die je kunt gebruiken en manipuleren. Daarmee kun je juist handelen in allerlei omstandigheden. Oftewel: je kunt psychometrie gebruiken om op een wijze manier te handelen, en dat is dan dus eigenlijk al een soort van wijskunde. Dus ja, er bestaat al zoiets.

En ik ga wél roepen dat de ‘Eerste Wet van Gijs’ niet deugt. Laat ik dat doen aan de hand van een voorbeeld. Veel mensen willen afvallen. Ze zijn bereid een dieet te volgen, krijgen na een tijdje een inzinking en vreten zich dan weer vol. Welke letter in die formule zal er dan voor zorgen dat ze weer aan het eten zijn geslagen? Misschien is het de frustratie, omdat ze graag lekker willen eten. Lijkt me sterk, want waarschijnlijk hebben ze gedurende het hele dieet zin in lekker eten gehad. Daarnaast waren ze aan het begin waarschijnlijk gefrustreerd dat ze te dik waren, en die frustratie neemt dan af als je afvalt. Aan de inspiratie en motivatie zal het ook niet liggen, ze waren waarschijnlijk even gemotiveerd en geïnspireerd aan het begin van het afvallen als bij de inzinking. Desalniettemin veranderde hun keuze oriëntatie) om toch weer slecht te gaan eten.

Bovenstaand voorbeeld geeft het belangrijkste probleem aan: de formule werkt alleen als de termen tussendoor veranderen, al naar gelang het beter staaft met de feiten. Daarnaast is het maar de vraag of een verdubbeling van motivatie voor een verdubbeling van oriëntatie zorgt (mits de andere factoren gelijk blijven). En zelfs als dat zou kloppen, wat betekent zo’n verdubbeling van oriëntatie dan? Ben ik dan twee keer zo bewust keuzes aan het maken?

Wiskunde is de meest precieze vorm om verbanden te leggen tussen variabelen. Woorden als ‘motivatie’ en ‘inspiratie’ zijn zo abstract en vaag dat zo’n precies verband nooit mogelijk is. Binnen de natuurkunde hebben ze daar geen last van, deeltjes kennen niet zoiets als ‘motivatie’ of ‘inspiratie’. Binnen de psychologie kennen we dat wel, daarom is het gebruik van wiskundige formules er zo schaars.

De redactie van een kwaliteitskrant behoort niet hersenspinsels die tijdens het afwassen zijn bedacht regelrecht in de krant te publiceren. Een beetje research had alle bovenstaande punten al naar voren gebracht.

Leve de ‘homo ludens’

Naschrift Gijsbert van Es:

‘Ik ben blij met de felle reactie van Tom Meurs. Debat, altijd fijn! Hij wijst op het bestaan van de psychometrie. Bekend, inderdaad. Die tak van wetenschap produceert formules als ‘Cronbachs alpha’, over consistentie in de antwoorden van respondenten bij sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Vol Griekse tekens, te moeilijk voor mij, ik geef het eerlijk toe.

‘Wijskundige’ formules zoeken het in de kracht van de eenvoud. En natuurlijk is het geen exacte wetenschap. Het is speels, ‘inspirerend’ bedoeld, naar een studie van de grote historicus Johan Huizinga (1938), Homo Ludens (De spelende mens), waarin hij betoogt dat spelelementen onmisbaar zijn om tot beschaving, cultuur te komen: ‘De termen waarmee wij de elementen van het spel kunnen aanduiden, liggen voor een groot deel in de esthetische sfeer. Het zijn de termen, waarmee wij ook effecten van schoonheid trachten uit te drukken: spanning, evenwicht, (..) contrast, variatie, binding en ontknoping, oplossing. Het spel bindt en verlost. Het boeit. Het bant, dat wil zeggen, betovert. Het is vol van die twee edelste hoedanigheden, die de mens in de dingen kan waarnemen en zelf kan uitdrukken: ritme en harmonie.” Samengevat: M(ens) = R(itme) x H(armonie). Schitterend, toch!?