‘Er is geen respect voor privacy van de Palestijnen’

Vandaag deserteren 43 Israëlische militairen. Zij willen meer rechten voor Palestijnen.

‘Refuseniks’ D. (links) en A. willen niet meer strijden tegen Palestijnen. Foto Yoray Liberman

‘De omslag kwam toen ik de film Das Leben der Anderen zag, over een Oost-Duitse Stasi-officier die een toneelschrijver afluistert. Ik sympathiseerde met de afgeluisterde burgers, met de onderdrukte mensen aan wie basale rechten worden ontzegd. Aan de andere kant realiseerde ik me dat ik in het Israëlische leger precies heb gedaan wat de geheim agent in de film doet – maar dan veel efficiënter.”

Aan het woord is ‘D.’, voormalig kapitein van Unit 8200 van het Israëlische leger. Zijn eenheid is het legeronderdeel dat onder meer communicatie onderschept, vergelijkbaar met de Amerikaanse inlichtingendienst NSA. Samen met 42 medeveteranen heeft D. gisteren een brief geschreven aan premier Netanyahu, aan de chef-staf en de inlichtingendirecteur van het leger en aan de bevelhebber van zijn eenheid. Israëlische media publiceerden de brief vanmorgen. De boodschap van de zogenoemde refuseniks: ze willen niet meer deelnemen aan acties tegen Palestijnen, omdat ze vinden dat die niets meer te maken hebben met de zelfverdediging van Israël.

Het is niet de eerste keer dat een groep Israëlische veteranen collectief medewerking weigert aan de bezetting van de Palestijnse gebieden. Wel is het de grootste groep deserteurs in elf jaar tijd. En, misschien nog belangrijker, de Palestijnse gebieden vormen de kern van hun werkgebied. Een soldaat kan nog zeggen dat hij in Tel Aviv wil dienen, en niet meer op de Westelijke Jordaanoever. Voor een inlichtingenofficier ligt dat wat moeilijker.

D. – blauw-wit gestreepte polo, jongensachtig postuur – wilde zelf best met zijn voornaam in de krant, zegt hij tijdens een gesprek in Tel Aviv samen met mede-refusenik sergeant eerste klasse ‘A.’ Maar de Israëlische geheimhoudingswetten verbieden hem dat. De 29-jarige man vertelt dat hij heeft gediend van 2003 tot 2011 en dat hij daarna informatica studeerde aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. En dat hij in zijn jaren bij eenheid 8200 nog het gevoel had dat hij zijn land diende.

D. vertelt: „Je hebt twee soorten inlichtingen. In de eerste plaats de inlichtingen die militair van aard zijn. Je verzamelt informatie over je vijanden om hen zo goed mogelijk te kunnen bestrijden. Hiervoor gelden niet zo veel regels. Dat ligt anders met inlichtingen die een staat verzamelt over zijn eigen burgers. Burgers hebben rechten, vijanden niet.”

„Palestijnen krijgen het slechtste van twee werelden. Ze zijn de vijand en we controleren hun territorium. Militaire inlichtingen beïnvloeden hun leven. Ze worden vervolgd zonder proces. Israël heeft al zo veel over hen te zeggen, bijvoorbeeld of ze een werkvergunning krijgen. Gecombineerd met de inlichtingen heeft de Israëlische staat veel te veel macht over hen.”

D. geeft een voorbeeld: „Als er iemand verdacht wordt, al is het vaag, is het mogelijk dat het kruisje achter zijn naam nooit verdwijnt en hij te maken krijgt met sancties. Onze database bevatte niet alleen veiligheidsgerelateerde inlichtingen, maar ook persoonlijke en politieke informatie. Er is geen respect voor Palestijnse privacy.”

D. en zijn 42 lotgenoten zijn veteranen. Sommigen zijn reservist, wat betekent dat ze nog opgeroepen kunnen worden. Dit weigeren ze, schrijven ze in hun brief, als dat werk Palestijnen schade toebrengt. Dienstweigering door reservisten is strafbaar in Israël. Waarschijnlijk worden ze oneervol bedankt voor hun diensten. Ook lopen ze het risico op maximaal 35 dagen cel.

Refusenik D.: „Israël heeft recht op zelfverdediging. Maar het doel in de bezette gebieden is om de Palestijnen te verzwakken en het militaire regime te handhaven. Dat is het deel waarmee we het niet eens kunnen zijn.”

Een legerwoordvoerder zegt in een reactie dat Unit 8200 getraind wordt „met een nadruk op ethiek en waarden”. Hierop wordt toezicht gehouden „door voortdurende inspectie van bevelhebbers van uiteenlopende rangen”. Het feit dat de refuseniks de media hebben opgezocht alvorens hun klachten met het leger te delen, doet „afbreuk aan de geloofwaardigheid”.