Een zorgreus met de omvang van V&D

Terwijl de Kamer debatteert over de hervormingen in de langdurige zorg, meldt zich een nieuwe reus in de geestelijke gezondheidszorg.

Het kleinste academische ziekenhuis van Nederland. Zo omschrijft bestuursvoorzitter Stephan Valk van Parnassia Groep gekscherend de fusie waaraan hij werkt. Deze week maakte twee instellingen uit de geestelijke gezondheidszorg bekend hun krachten te bundelen.

Parnassia en het Rotterdamse Antes gaan samen en creëren zo in balanstotaal de grootste ggz-instelling (geestelijke gezondheidszorg) van Nederland. De combinatie stevent af op een totaal van meer dan 600 miljoen euro aan bezittingen en een vergelijkbaar bedrag aan jaarlijkse omzet. Geen kleine jongen in een ‘markt’ waar jaarlijks 5 miljard euro omgaat. De combinatie telt straks ruim 10.000 medewerkers. Ter vergelijking: omzet en werknemersbestand zijn net zo groot als van de V&D.

Even voor het perspectief. Los van de ziekenhuizen zijn de laatste jaren enorme zorginstellingen ontstaan die een mix van jeugdzorg, thuiszorg, verpleging, gehandicaptenzorg, psychiatrische hulp en nog veel meer bieden. Er zijn ook combinaties met woningcorporaties ontstaan zoals Espria (836 miljoen euro omzet).

Waarom kruipen al die zorginstellingen bij elkaar? Bestuursvoorzitter Stephan Valk van Parnassia benadrukt dat omvang niet de drijfveer is om te fuseren. Wel de bezuinigingen en besparingen in de zorg. Landelijk is afgesproken dat het aantal bedden in de ggz binnen een paar jaar met een derde afneemt. Dat vertaalt zich in saneringen en ontslagen. Vakbonden komen al met speciale ranglijsten om het aantal ontslagen in de zorg te inventariseren.

De hervormingen van staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) zullen tot minder inkomsten leiden voor zorginstanties. Want de gemeentes die door de hervormingen straks dagbesteding en begeleiding van psychiatrische patiënten inkopen, krijgen straks minder geld dan dat daar nu beschikbaar voor is.

Volgens Valk vereist de begeleiding van patiënten met ernstig psychiatrische aandoeningen schaalgrootte. Dus omvang is tóch belangrijk. „Wij hebben te maken met verslaafden of mensen met psychoses. Omdat het streven is steeds minder mensen op te nemen in de kliniek en juist thuis te behandelen, vergt dat veel afstemming. Met de woningbouwvereniging, met de sociale dienst, met de gemeente. Daarvoor hebben wij een uitgebreid fijnmazig netwerk van wijkteams nodig. Als het slechter gaat met een patiënt kom je vaker aan huis. Wij proberen juist zo decentraal mogelijk te werken. Wij opereren bijvoorbeeld vanuit vierhonderd huisartspraktijken.”

Parnassia en Antes zijn beide actief in de regio Rijnmond. Probleem is dat daar het aantal patiënten toeneemt, terwijl geld en opvangcapaciteit noodgedwongen slinken. De prijs per patiënt moet dus omlaag, zeggen ze bij Parnassia. „Er zijn relatief veel zware psychiatrische problemen in Rotterdam. Met onze krachtenbundeling kunnen wij jaarlijks 6.000 patiënten extra behandelen.”

De besparingen worden volgens Valk vooral achter de voorpui gerealiseerd: gebouwen delen, opleidingen samen doen, ict-systemen bundelen. Valk: „Samen kunnen we zo 1 miljoen euro per jaar besparen op de ict-kosten van het elektronisch patiëntendossier.”

Een jaarverslag over 2013 heeft de instelling nog niet gepubliceerd. Accountants geven geen goedkeurende verklaringen af omdat er te veel onzekerheid bestaat over de omzetverantwoording in de sector. Dat komt omdat de regelgeving te complex is geworden, zegt Valk.

Klein voorbeeld. Wil je de gemaakte kosten bij de verzekeraar declareren, dan heeft een psychiatrische patiënt een verwijzing van de huisarts nodig. „Maar een deel van de patiënten komt hier gewoon aanzetten”, zegt Valk. De instelling mag dan niet weigeren. De Inspectie voor de Gezondheidszorg eist dat hulpverleners direct behandelen. Als het verwijsbriefje een paar dagen later wordt geregeld, gaan verzekeraars zeggen dat ze de eerste dagen niet betalen. Daardoor worden veel cijfers bijgesteld en zijn ze onzeker.