Een heerser over alterego’s

De door zijn moeder met onstuitbare liefde begeleide John Updike bleef altijd een ‘plattelandsjongen’. Zijn loopbaan verliep opmerkelijk soepel, laat biograaf Adam Begeley zien. Eén weduwe werkte niet mee.

John Updike, in Boston, vermoedelijk in 1988: ‘narcistische trekken’ Foto Hollandse Hoogte

Op pagina tien van zijn meesterlijke biografie Updike lanceert Adam Begley een zin die lijkt op een waarheid als een koe: John Updike schreef over zichzelf. Iedereen die het oeuvre van deze Amerikaanse auteur heeft gevolgd weet dit al decennia. Maar het is een van de grote verdiensten van Begley dat hij aantoont dat door leven en werk van de veelzijdige auteur nog veel meer parallellen liepen dan kon worden verondersteld.

Updike (1932-2009) werd geboren in Shillington, een klein stadje in Pennsylvania, waar hij in zijn romans tot op hoge leeftijd met onverholen nostalgie naar zou terugkeren. Hij werd als enig kind overladen met liefde door zijn moeder, die zelf ook literaire ambities had. ‘You will fly’, hield ze haar zoon al van jongs af aan voor en ze bleef hem aanmoedigen, ook toen hij al een van de meest gelauwerde auteurs van het land was.

Freuds uitspraak ‘een man die de onvoorwaardelijke favoriet van zijn moeder is geweest zal zijn leven lang het gevoel van een heerser behouden’ is niet voor niets het motto van het eerste hoofdstuk. Updike had narcistische trekken, die zich ook openbaarden in een opmerkelijke gekwetstheid als hij weer een negatieve kritiek oogstte, zoals van Harold Bloom, die hem een ‘minor novelist with a major style’ noemde, of als het Nobelprijscomité hem weer eens had gepasseerd.

Eerste huwelijk

Updike schreef niet zozeer autobiografische romans en verhalen, maar legde een dun laagje vernis over gebeurtenissen uit zijn eigen leven. Een van zijn zoons merkt op dat zijn vader ‘al op jonge leeftijd had besloten dat schrijven voorrang zou moeten krijgen boven zijn relaties met echte mensen.’ Begley is vooral uiterst consciëntieus in het aanwijzen van de autobiografische achtergronden, en hoe Updike die verdeelde over zijn drie alter-ego’s.

Zijn eerste huwelijk en de scheiding waar dat op uitliep, werden beleefd door Richard Maple, een leeftijdsgenoot die de door Begley ‘een bijna exact facsimile’ wordt genoemd. De bijna twintig verhalen met Richard Maple vormen samen met The Centaur het hoogtepunt van Updike’s oeuvre.

Zijn provincialisme, behoudzucht en vaderlandsliefde – ‘Amerika is één grote samenzwering om je gelukkig te maken’ – vergrootte hij uit in Harry Angstrom, hoofdpersoon van de vier Rabbit-romans. En naarmate hij als succesvol auteur vaker op literaire bijeenkomsten en signeersessies verscheen, en met zijn tweede vrouw meer ging reizen, werd Henry Bech belangrijker, de New Yorkse schrijver, die hij zorgvuldig een zeer on-Updikeaans uiterlijk meegaf – ‘met zijn dunnende krulhaar en melancholieke Joodse neus.’

Een van de opmerkelijkste kenmerken van Updike’s literaire loopbaan was hoe moeiteloos die verliep. Al gauw verschenen zijn verhalen in The New Yorker, een blad dat hij al vanaf zijn twaalfde adoreerde en hem een staffunctie aanbood. Anderhalf jaar verbleef hij in New York, schrijvend voor de rubriek ‘Talk of the Town’, tot hij halsoverkop weer de provincie opzocht met zijn jonge gezin. Hij was te veel een plattelandsjongen, met de geveinsde onverschilligheid van wat Begley een ‘aw-shucks pose’ noemt. Grote steden zou hij mijden, een korte periode in Boston na zijn scheiding daargelaten.

Geprikkeld door de dikwijls niet malse kritiek (‘he has nothing to say’) begon Updike zijn onderwerpen buiten zijn eigen leven te zoeken, maar dat leidde, enigszins voorspelbaar, niet tot zijn beste werk. Romans als The Coup (gesitueerd in Afrika) en Brazil waren ronduit mislukkingen. Opvallend is wel dat hij naar mate de jaren vorderden steeds meer werk begon te maken van het invullen van levensechte details in de professie van zijn hoofdfiguren – zo verdiepte hij zich in het Toyota-dealerschap voor Rabbit is Rich, in kosmologie en theologie voor Roger’s Version, in de islam voor Terrorist – en kregen zijn romans steeds nadrukkelijker een actuele setting. Maar zijn eigen leven bleef het vliegwiel voor zijn verbeelding.

De meest geruchtmakende illustratie daarvan was natuurlijk Couples, de megaseller over het promiscue leven in Tarbox, een stadje gemodelleerd naar Updike’s eigen woonplaats Ipswich, Massachusetts. Ook de inwoners kregen met door elkaar gehusselde eigenschappen een plaats in de roman – zonder dat daar noemenswaard bezwaar tegen werd gemaakt. De biograaf is uitvoerig en discreet over de andere bewoners van dit ‘post-pill paradise’ van Updike. Saillant is wel dat maar twee huwelijken van de grote groep jonge ouders die volleyballend, barbecuend en vooral partnerruilend hun tijd doorbrachten, deze episode overleefden.

Advocaat

Ook het huwelijk van de Updikes strandde – al zou het lang duren voor dat definitief werd bezegeld. De auteur stond op het punt te scheiden en met stadsgenote Joyce Harrington te trouwen, maar bij de advocaat die dit moest regelen veranderde hij van gedachten. Daarop eiste de bedrogen echtgenote dat de Updikes Ipswich zouden verlaten. Ze gingen op een lange Europese reis, die weer enkele fraaie Maples-verhalen zou opleveren.

Begley schreef deze biografie met de volledige medewerking van Updike’s eerste vrouw Mary en zijn vier kinderen uit dat huwelijk. Zijn tweede vrouw Martha, met wie hij in 1977 trouwde, deed dat niet. Met als spijtige consequentie dat er over zijn laatste jaren weinig bekend is. Martha blijkt de spreekwoordelijke schrijversweduwe in overtreffende trap: ze liet Mary en een van haar dochters maar twintig minuten toe aan zijn ziekbed, toen al duidelijk was dat Updike ging sterven. Toen Mary zei dat ze graag nog een keer wilde komen, kreeg ze te horen dat dat niet mogelijk was. Nadat Updike in een hospice lag weigerde ze ook zijn kinderen toegang. Bij een herdenkingsbijeenkomst in de Kennedy Library in Boston, was Martha afwezig.

Een niet onbelangrijke reden voor het feit dat Updike voor Martha had gekozen, zo suggereert Begley, was dat zij colleges had gevolgd bij de door hem zeer bewonderde Vladimir Nabokov aan Cornell University, en door hem in een ongetwijfeld olijke bui ‘een genie’ was genoemd.

Updike is een voorbeeldige biografie, bewonderend maar verre van kritiekloos, geschreven in de aangename en zelfverzekerde stijl van iemand die boven op zijn onderwerp zit, alle details kent van oeuvre en leven – op die laatste jaren na.