De VS willen wel, maar wie gaat hen helpen?

John Kerry zoekt dezer dagen bondgenoten voor de strijd tegen IS. Gisteren wist hij zich verzekerd van steun van de Arabische Golfstaten. Maar de meeste landen staan niet te trappelen. Ze vinden Obama naïef.

In de ‘Situation Room’ van het Witte Huis besprak Obama deze week met zijn adviseurs de strategie tegen IS. Foto Reuters

In het Midden-Oosten is er weinig vertrouwen in de leiderschapskwaliteiten van de Amerikaanse president Barack Obama. Veel sunnitische landen vinden dat hij zich tot dusverre zwak en naïef heeft opgesteld in de Syrische burgeroorlog.

Ze vinden dat de opmars van de Islamitische Staat in de hand is gewerkt door de aarzeling van Obama om agressief op te treden en de gematigde rebellen in Syrië te steunen met geld en wapens. Ze weten nog goed dat Obama na de gifgasaanval in Damascus op het laatste moment afzag van luchtaanvallen op het regime van president Assad.

Desondanks verzekerde minister van Buitenlandse Zaken John Kerry zich gisteren van steun van de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten voor de strijd tegen IS. Kerry, dezer dagen in de regio op zoek naar bondgenoten, sprak gisteren in de Saoedische stad Jeddah met de leiders van de sunnitische landen. Net zo cruciaal worden vandaag en morgen, als Kerry in Turkije zal praten met onder meer president Erdogan. Turkije wordt gezien als een belangrijke doch terughoudende bondgenoot in de strijd met IS.

Niemand staat te trappelen

De twijfel van Turkije is in de regio geen uitzondering. Hoewel veel landen zich bedreigd voelen door de jihadisten, staan ze niet te trappelen om zich aan te sluiten bij de coalitie. Want daarmee helpen ze in feite Assad en Iran. Daarbij vrezen ze onrust binnen hun eigen grenzen. Veel burgers en geestelijken koesteren sympathie voor de strijd van IS. Experts schatten dat er 12.000 buitenlanders meevechten in Syrië, van wie 70 procent uit het Midden-Oosten komt.

Saoedi-Arabië heeft alvast toegezegd een militaire basis ter beschikking te stellen voor de training van gematigde Syrische rebellen. Het Saoedische koningshuis ziet de strijd tegen Assad als cruciaal onderdeel van zijn regionale machtsstrijd met Iran. De Saoediërs vrezen dat als Assad overleeft, Iran zijn invloed in de regio zal uitbreiden totdat hun sunnitische koninkrijk omringd is door shi’itische landen. Deze machtsstrijd blijft niet beperkt tot Syrië, beiden mengen zich ook in Irak, Libanon, Bahrein en Jemen.

De VS houden weinig rekening met deze machtsstrijd. In Syrië steunen ze de sunnitische rebellen, in Irak de door shi’ieten gedomineerde regering. Deze spagaat leidt tot onbegrip en frustratie bij de sunnitische bondgenoten.

Want achter de schermen zullen de VS ook met aartsvijand Iran praten. Het land is te veel een paria om openlijk deel uit te maken van de coalitie, maar zijn invloed is ook te groot om te negeren. Dat is de afgelopen weken gebleken in Noord-Irak. De VS voerden luchtaanvallen uit op IS, waarna door Iran gesteunde milities gebied heroverden.

Zo fungeert IS als een soort superlijm die tijdelijk de breuklijnen in het Midden-Oosten vasthecht. Maar dit vormt een wankele basis voor een jarenlange strijd tegen een machtige terreurgroep.