Column

De rijken beschermen de kunst in Rusland

‘Licht op Rusland: machtsstaat of broedplaats?” heet de bijeenkomst in het Amsterdamse debatcentrum Spui 25. Veel antwoord op die vraag bieden de aanwezigen niet, eerder nauw verholen verbijstering over de snelheid waarmee, zoals de discussieleider het uitdrukt – „de politieke ruimte in Rusland steeds kleiner wordt”, en Rusland zich politiek en cultureel van het Westen verwijdert.

Het was zo’n mooi idee: net zoals in het Westen culturele broedplaatsen nieuw elan geven aan verwaarloosde steden, zo kon ook de westerse ‘creatieve klasse’ een bijdrage leveren aan het oppeppen van Rusland, nadat de bedompte en censurerende Sovjet-ideologie daar in de jaren negentig de geest gaf. Het zou een culturele revolutie worden in een groot land met heel veel talent en enthousiasme, een feest van vrijheid, multiculturalisme en tolerantie.

Maar in de repressieve sfeer van nu, waarin de overheid nationalistische ideeën over cultuur pousseert en censuur steeds sterker wordt, geldt westerse culturele invloed al weer vlug als „culturele subversie” – constateert Wierd Duk, kenner van de Russische pop-scene. Hij is de enige die dat vanavond zo duidelijk zegt: de overige debaters lijken eerder beducht hun positie niet al te pessimistisch af te schilderen.

„Ik verzet mij tegen een al te somber beeld van ‘de Rus’”, zegt Ellen Rutten, hoogleraar letterkunde aan de UvA. De ‘creatieve klasse’ in Rusland, meent zij hoopvol, behoort grotendeels tot de 10 procent Russen die de Kremlin-propaganda niet serieus neemt. Bart Goldhoorn, die in Rusland drie architectuurtijdschriften heeft opgericht, zegt dat kunst in Rusland nu weliswaar „ideologisch gemarginaliseerd” is, maar nog wel vertoond wordt. Hij benadrukt de zonzijde: het humanitair konvooi van 280 witte Russische vrachtwagens naar Oekraïne, veelal als een verkapte invasie gezien, vergelijkt hij met een „conceptuele performance”.

Veel hangt af van protectie door rijken of machtigen, zo blijkt. Roel van Herpt, adviseur stedenbouw, werkte aan het hippe Strjelka Institoet in Moskou, dat kan bestaan dankzij de invloed van oligarch/oprichter Aleksandr Mamoet. Hedwig Fijen, directeur van de nu in Sint-Petersburg lopende internationale kunstmanifestatie Manifesta 10, had aanvankelijk protectie gezocht bij oligarch Roman Abramovitsj. Maar die had haar gezegd dat de directeur van de Hermitage, Michail Pjotrovski, de enige was met voldoende beschermende contacten om een avant-gardistische manifestatie als Manifesta in Rusland mogelijk te maken.

Fijen heeft eerder oproepen uit Nederland weerstaan om de Manifesta af te blazen, bijvoorbeeld uit protest tegen nieuwe Russische anti-homowetgeving. Zij benadrukt het regime-kritische karakter van de Manifesta, de afwezigheid van censuur en het feit dat er al meer dan 800.000 Russische bezoekers zijn geweest.

Zijn de westerse culturele contacten een beetje zuurstof in een sfeer van toenemende benauwdheid en repressie? Misschien, maar van opstandigheid of zelfs verontwaardiging is bij deze Nederlanders met een cultureel belang in Rusland vanavond in ieder geval niets te merken. Eerder van de vurige wens, dat het door hun vermogen tot aanpassing nog een beetje mee zal vallen.