De laatste keer dat hij de hond mocht uitlaten, was hij vijf uur spoorloos

Ouderen blijven langer thuis wonen. Ook demente ouderen. Voor hun mantelzorgers is dat een zware belasting. „Ik spreek zijn hallucinaties niet meer tegen.”

Steeds meer ouderen met alzheimer of dementie verdwalen buitenshuis, maakte Alzheimer Nederland onlangs bekend. De man op deze foto komt niet in het artikel voor. Foto Getty Images

De laatste keer dat hij de hond mocht uitlaten, was hij vijf uur spoorloos. Zijn vrouw zat thuis op hem te wachten. Een van zijn zoons, drie politieauto’s en één helikopter zochten naar hem. Hij had bij het bos een verkeerde afslag genomen. Uitgeput had hij bij een café een cola gevraagd en water voor de hond. Ik kan niet meer naar huis lopen, zei hij, waarop de serveerster een taxi belde. Toen zag ze een sms’je van Burgernet: verwarde oude man vermist.

De man met de hond heeft alzheimer. Sinds het incident met de hond laat zijn vrouw hem geen seconde alleen. Als ze er zelf niet is, moet iemand anders op hem passen. Dat is slopend maar het moet wel. Want anders verlaat hij het huis. Of trekt hij zijn kleren uit. Of plast hij in de gang.

Zijn vrouw (76) heeft nog heel lang de schijn kunnen ophouden dat ze een normaal leven leidden. Ze brengt hem drie keer per week naar de geriatrische opvang zodat niemand in de straat het ophaalbusje van de opvang hoeft te zien. Ze noemt het, tegen hem, „de club”. Hij heeft er twee vrienden: een oude kapitein en een voormalige zakenman met wie hij de wereld doorneemt. Met kennissen praat ze niet over de alzheimer, uit schaamte, alleen met haar kinderen en zijn kinderen, uit een eerder huwelijk.

Maar ook de schijn ophouden is vermoeiend. Daarom wil ze nu het verhaal vertellen. Ze vindt dat er een taboe doorbroken moet worden, vooral om andere partners van alzheimerpatiënten te helpen. Maar als ze het verhaal leest, en dat aan haar kinderen laat lezen, vindt ze het toch te pijnlijk. Zo kan haar man niet in de krant komen. Daarom staan hun namen er niet bij.

Alzheimer Nederland meldde onlangs dat steeds meer ouderen met alzheimer of dementie weglopen van huis en verdwalen. 70 procent van die ouderen woont thuis en niet in een instelling. In de toekomst zal dat versterkt worden door de bezuinigingen op verzorgingstehuizen – ouderen worden geacht langer thuis te wonen. Er gebeuren ook andere ongelukken thuis: patiënten laten een pan op het fornuis staan, vergeten de deur op slot te doen.

Op zichzelf wíllen mensen met dementie of alzheimer ook langer thuis wonen, stelt Alzheimer Nederland. Maar ruim de helft van de mantelzorgers (meestal een echtgenoot) voelt zich zwaar belast. „Dit kan ertoe leiden dat thuis wonen niet langer haalbaar is en mensen tegen hun zin toch naar een zorginstelling moeten. Soms gaat het dan meteen om een crisisopname.” Mantelzorgers, zegt Alzheimer Nederland, hebben hulp nodig.

De man met de hond was aannemer en had een groot bedrijf. Zijn vrouw straalt als ze vertelt in welke grote steden hij allemaal bouwde. Een grote, charmante man die zeilde. Op een goed moment had hij 350 man personeel. Hij kreeg een lintje. Ze hebben samen 11 kleinkinderen.

Zes jaar geleden werd bij hem de diagnose alzheimer gesteld, hij was 72. Hij heeft ook de ziekte Lewy Body, waardoor hij hallucineert, en parkinson, waardoor zijn vingers trillen. Zijn motoriek wordt slechter, hij vergeet waar hij is en opdrachten begrijpt hij niet. Als zijn vrouw zegt: ‘doe je pantoffels aan’, dan hij kijkt hij wel vaag in de richting die ze aanwijst maar er gebeurt niets.

In 2008 begon ze te vermoeden dat er iets niet goed was. „Hij botste opeens met de Range Rover, iets wat nooit gebeurde. En hij klapte met de boot keihard tegen de kade.”

De kinderen, die drukke, eigen levens hebben, zagen jarenlang niet hoe hun (stief-)vader achteruitging. „Als ik erover mopperde, zeiden ze ‘mam, zo slecht is hij nog niet’. Dat kwam doordat hij die uren dat ze op bezoek waren, een façade ophield. Dan kon hij nog net meepraten over van alles.” Dat lukte lange tijd.

Sinds kort zien ze het wel, ook al omdat de dagopvang zijn kinderen onlangs belde om te zeggen dat de zorg te veel wordt voor hun (stief-)moeder. Ze slaapt slecht en heeft last van artrose. Een zoon bood prompt aan om een nachtje te komen logeren zodat zij rustig kan slapen.

Ze peinst er niet over haar man naar een verpleeghuis te sturen. „Hij heeft 35 jaar voor mij en mijn kinderen gezorgd. Nee, ik wil dit volhouden.” Voordeel is, zegt ze, dat hij niet agressief is, zoals sommige alzheimerpatiënten. Hij is lief en zelfs grappig. „Van de week kleedde ik hem aan, kamde zijn haren en zette zijn koffer klaar. Ik zei: ‘Ik breng je zo naar de club’. En hij antwoordde: ‘Dan kom ik daar binnen en zeg ik: Zo. Daar ben ik weer!’ Dat vind ik geestig.”

Ze heeft leren omgaan met de alzheimer. „Ik heb me erin verdiept, om het te begrijpen. Ik leef mee, spreek zijn hallucinaties niet tegen.” Soms zitten ze te eten en dan zegt hij bang: „Kijk, er zitten militairen bij de vijver.” Ze heeft geleerd dat ze dat niet moet bestrijden want dat brengt hem in verwarring. Ze kijkt dan naar de vijver en zegt: „Ja, ze bewaken ons.”

Ze heeft ook geleerd voor zichzelf te zorgen omdat ze anders gek wordt. Een avond per week bridget ze en verder gaat ze, soms, met vriendinnen op pad. Een rondvaart in Amsterdam of een polowedstrijd bekijken.

Drie dagen in de week heeft ze hulp in de huishouding en de tuin. Ze kookt zelf, doet de boodschappen, kleedt hem aan en uit, en zit vanaf negen uur ’s avonds naast hem in bed. Anders komt hij steeds naar de woonkamer om te vragen waar ze blijft. Vijf minuten later is hij alweer vergeten dat hij het net vroeg.