Collaborateurs bedachten namen van gevangenissen

In Veenhuizen zaten na de oorlog ‘politieke gevangenen’. Ze wilden moderne namen voor de gestichten.

Esserveen en Norgerhaven. Bankenbosch en Bergveen. De oer-Hollandse namen voor de strafinrichtingen in gevangenisdorp Veenhuizen zijn in 1948 bedacht door oorlogsgevangenen. Zij wilden af van de genummerde ‘gestichten’ die verwezen naar de tijd dat Veenhuizen nog een armenkolonie was.

Dat blijkt uit onderzoek van schrijfster Mariët Meester (1958) en filmmaker Jaap de Ruig. Meester groeide op in het Drentse Veenhuizen toen het nog een besloten gemeenschap was voor 1.000 gevangenen en 1.000 bewoners. Het werd omgeven met bordjes ‘verboden toegang’. Er werd dag en nacht gepatrouilleerd door gestichtwachters. Pas in 1983 is de enclave Veenhuizen vrij toegankelijk geworden.

Meester voerde tientallen gesprekken met oud-inwoners van Veenhuizen. Direct na de oorlog, in 1945, werden in het Drentse dorp honderden collaborateurs en nazimisdadigers opgesloten, ‘politieke delinquenten’ werden ze genoemd. Jaap Eleveld werkte in die tijd op de administratie van ‘de gestichten’. Hij herinnert zich dat deze politieke delinquenten nieuwe namen mochten bedenken voor de strafinrichtingen waarin ze verbleven.

Eleveld, inmiddels negentig jaar, weet dat nog precies. In 1823, vertelt hij, zijn er in Veenhuizen drie grote armengestichten neergezet die later rijkswerkinrichtingen werden voor verschoppelingen, landlopers en drinkebroers. „Maar de ‘politieke delinquenten’ die er na de oorlog belandden vonden ‘gesticht’ een vreemde naam. Zij hebben toen gevraagd of ze moderne namen mochten bedenken die beter pasten bij de tijd. Onder hen werd een prijsvraag uitgeschreven en zo heten de gestichten sinds 1949 Esserheem, Nogerhaven, Bankenbosch en Bergveen.” Alleen de eerste twee inrichtingen zijn nu nog als gevangenis in gebruik.

Onder de ‘politieke gevangenen’ in Veenhuizen bevond zich ook de Duitse nazimisdadiger Franz Fischer, later werd hij bekend als één van de ‘drie van Breda’. Zijn bijnaam was ‘Judenfischer’, verantwoordelijk voor het transport van de Joden uit Holland naar Westerbork. Hij schoffelde de tuin van de oppercommandant van de gestichtwacht voordat hij samen met anderen werd overgeplaatst naar de koepelgevangenis in Breda.

In de documentaire Het gevangenisdorp – Veenhuizen in de twintigste eeuw vertellen (ex-)dorpsbewoners daarover. Na de oorlog beschikten we ineens over een enorm potentieel aan mankracht op velerlei gebied, vertelt voormalig gevangenisdirecteur Pannebakker: „Er zaten een dokter, een arts en een politiecommissaris. Dat was een heel ander ‘volk’ – politiek en ook maatschappelijk – dan wat we gewend waren .”

De film wordt zondag uitgezonden op RTV Drenthe. Gisteren verscheen ook de roman Hollands Siberië van Mariët Meester, die zich afspeelt in Veenhuizen. Het dorp heeft de voorlopige Werelderfgoedlijst gehaald, in 2018 valt er een definitief besluit.