Catalanen vrezen dat ze nog wel even aan Spanje vastzitten

Betogers eisen op hun feestdag een referendum over onafhankelijkheid.

Honderdduizenden betogers in Barcelona zwaaien met de Catalaanse vlag. Ze eisen een referendum waarin ze zich mogen uitspreken over onafhankelijkheid. Foto AP

Guillermo Nicolás en zijn vrouw María hebben het er thuis maar niet meer over: Catalonië. Het gepensioneerde stel drinkt enkele uren voor de grote pro-onafhankelijkheidsmanifestatie, gisteren in Barcelona, een glas fris in het buurthuis. Hij werd geboren in het zuidelijke Murcia, maar woont sinds zijn vierde in Barcelona. Zij komt uit een familie die al generaties in Catalonië woont. Hij vindt een referendum over afscheiding van Spanje niet nodig. Zij zou enthousiast voor onafhankelijkheid stemmen.

Maar over één ding is het echtpaar het wel eens. Zelfs na de massale demonstratie van gisteren, waarbij circa een half miljoen mensen de straat opging om een referendum te eisen, zal het niet snel tot zo’n volksraadpleging komen. „Daarvoor moet eerst de hele politieke klasse opzouten. Hier in Catalonië en in Madrid. Eerder verandert er niks voor Catalonië”, stelt Guillermo. „We zitten nog wel even aan Spanje vast”, vult María aan.

Datum al geprikt

Schotland mag donderdag kiezen of het tot het Verenigd Koninkrijk blijft behoren. Een verzoek tot een referendum van het Schotse regioparlement werd vorig jaar ingewilligd door Londen. Het Catalaanse parlement vroeg hetzelfde en prikte alvast een datum. Op 9 november zouden Catalanen de dubbelvraag moeten beantwoorden of ze vinden dat hun relatief rijke regio van 7,5 miljoen inwoners een ‘eigen staat’ verdient. En zo ja, of deze ‘onafhankelijk’ moet zijn.

Maar anders dan Londen is Madrid mordicus tegen een consulta. De regerende centrum-rechtse Volkspartij en de centrum-linkse oppositie wezen het meteen af. De Catalanen willen doorzetten, maar zullen vrijwel zeker stuiten op een veto van het Constitutioneel Hof, dat loyaal is aan Madrid. Een erkend, legaal referendum is daarmee voorlopig ver weg.

De bekende Catalaanse schrijver Albert Sánchez Piñol vindt die onwrikbare houding „ridicuul”. Catalonië is als een vrouw die haar man al jaren probeert te veranderen, maar nu de hoop heeft opgegeven, zegt hij, terwijl hij zich opmaakt om naar de demonstratie te gaan. „Spanje hoort nu dat zijn vrouw van hem wil scheiden en zegt alleen maar: scheiden is illegaal. Zo kan hij misschien bij haar blijven, maar zijn huwelijk redt hij er niet mee.”

Catalanen klagen dat Madrid het staatsbestel wil centraliseren. Dat hun eigen taal en cultuur niet veilig zijn. Dat ze als relatief rijke regio veel afdragen aan de nationale schatkist en weinig terugkrijgen. Deze sentimenten leven al decennia, maar de economische crisis heeft ze fors aangewakkerd.

Bijna dagelijks maken de echtelieden knallende ruzie. Vorige week was Sánchez zelf middelpunt van zo’n relletje, in Nederland. Ter promotie van zijn vertaalde bestseller Victus was hij uitgenodigd op het Instituto Cervantes te Utrecht. Maar dit overheidsinstituut ter bevordering van de Spaanse taal en cultuur blies de bijeenkomst ’s ochtends onverwachts af. Want „de lezing had een politieke lading kunnen krijgen”.

Sánchez’ boek vertelt vanuit nationalistisch oogpunt het verhaal van de belegering en val van Barcelona, aan het einde van de Spaanse successieoorlog. Verschillende landen vochten om de vrijgevallen Spaanse troon. Catalonië gokte op de verliezende pretendent en werd in 1714 door een Spaans-Franse troepenmacht verslagen. Catalonië – tot die tijd geen eigen staat, maar wel relatief zelfstandig – kwam definitief onder de Spaanse kroon en leverde veel autonomie in.

Die ‘ramp’, gisteren precies 300 jaar geleden, wordt herdacht op de Catalaanse nationale feestdag. Sinds drie jaar grijpen nationalisten die Diada aan voor massaprotesten. Ook deze middag: 1,8 miljoen mensen zijn op de been, aldus de lokale Catalaanse politie; een half miljoen volgens de Spaanse autoriteiten. Gekleed in het rood en geel van hun vlag vullen ze twee verkeersaders die schuin toelopen. Vanuit de lucht gezien vormt de mensenmassa zo een kilometerslange V. Die staat voor Volem Votar: we willen stemmen. Om 17 uur 14 precies stopt een schoolmeisje symbolisch een papiertje in een witte doos.

Toch gaan weinig demonstranten er vanuit dat ze over krap twee maanden mogen stemmen. „Waarschijnlijk zullen we na 9 november opnieuw de straat op moeten. En acties van burgerlijke ongehoorzaamheid organiseren. Een algemene staking of geen belastingen meer betalen”, zegt Arcadi Oliveres, universiteitsdocent. „Om druk te zetten op onze eigen Catalaanse politici.”

Vechtscheiding

Veel demonstranten wantrouwen regiopresident Artur Mas. Hij zegt geen illegaal referendum te willen houden. Mas is van de centrum-rechtse, gematigd nationalistische regeringspartij CiU, die van oudsher op de Catalaanse bourgeoisie leunt. En die laatste wil om zakelijke redenen geen vechtscheiding met Madrid. Ondertussen is CiU ook nog verwikkeld in een rap uitdijend corruptieschandaal rond Jordi Pujol, partijoprichter en een legendarische ex-regiopresident.

Linkse nationalistische partijen hebben nu het tij mee. Zij ageren niet alleen tegen Madrid, ook tegen het Catalaanse politieke en zakelijke establishment. Volgens schrijver Sánchez Piñol is het duidelijk dat Mas heeft gepoogd op het oplaaiend nationalisme „te parasiteren” om zo zijn harde bezuinigingen en alle corruptie te verbloemen. „Maar als ze in Madrid denken dat deze golf van nationalisme slechts een rookgordijn is, begrijpen ze ons helemaal verkeerd. Het zijn niet de politici die de burgers manipuleren, maar andersom.”