Column

‘All the way’ tot aan de poorten van de hel

xsdfasdfasdfasdf

De beste vrienden van Obama wonen in Nederland. In Amerika mag zijn populariteit dramatisch zijn geslonken, nog altijd driekwart van de Nederlanders is blij met zijn buitenlandse beleid. Dat bleek deze week uit een internationale opiniepeiling van het German Marshall Fund of the United States.

Waar het precies aan ligt werd er niet bij gezegd. Aan zijn succesvolle Midden-Oosten-beleid? Aan de innovatieve werkwijze van de inlichtingendienst NSA? Of toch aan zijn waardering voor De Nachtwacht en voor zijn ontvangst in Nederland (‘truly gezellig’)? Hoe het ook zij: in geen enkel Europees land is Obama populairder.

En dat niet alleen. Zelfs nog voor hij woensdagnacht in een tv-toespraak had uitgelegd hoe hij in Irak en Syrië de zogeheten Islamitische Staat wil gaan oprollen, verklaarde een grote meerderheid van de Tweede Kamer al dat we vooral met deze nieuwe oorlog moeten meedoen. „Het gaat om onze beschaving tegenover hun barbarij”, zei VVD-Kamerlid Ten Broeke. „Als daar behoefte aan is, moeten we all the way gaan.”

Ook andere Kamerleden leken wel op cursus te zijn geweest bij Joe Biden. De Amerikaanse vicepresident is een meester in stoere taal die krachtig beleid suggereert en het ontbreken daarvan maskeert. „We zullen ze volgen tot aan de poorten van de hel”, zei hij vorige week over de strijders van de Islamitische Staat. „Want in de hel zullen ze zich ophouden.” Dat is nog eens een duidelijke missie. En het moet gezegd: de wrede moordenaars, verkrachters en hoofdenafhakkers van IS verdienen niet beter.

Maar als het toch om onze beschaving gaat, kan het misschien geen kwaad nog even te kijken wat Obama nou eigenlijk van plan is, voor we ons halsoverkop in een nieuwe War on Terror storten. Want Nederland heeft zich, om het voorzichtig te zeggen, toch niet altijd helemaal kunnen vinden in de manier waarop de Amerikanen sinds 9/11 het terrorisme hebben bestreden.

Neem de liquidaties die de Amerikanen met behulp van onbemande vliegtuigjes uitvoeren in onder meer Somalië en Jemen. Het doel is terroristen uit te schakelen. Soms wordt de verkeerde getroffen. Soms wordt de dood van omstanders of medepassagiers voor lief genomen. Een rechtzaak komt er niet aan te pas voor wordt vastgesteld of iemand een raket op zijn hoofd verdient. En daarna trouwens ook niet.

Geen wonder dat er in Den Haag – de ‘juridische hoofdstad van de wereld’, City of Peace and Justice – altijd bedenkingen zijn geweest over deze vorm van oorlogvoering. Maar nu zegt Obama dat de ‘succesvolle’ aanpak in Jemen en Somalië een model is voor de strijd tegen IS – de strijd dus van een coalitie waarvan Nederland deel wil uitmaken.

Obama noemde nog een andere andere praktijk uit de oorlog tegen terreur die van Nederland enige gewenning zal vragen – of aanpassing van zijn principes. „Terroristen die ons land bedreigen zullen we pakken, waar ze zich ook bevinden.” Waar ook ter wereld? Waarschijnlijk wel. In elk geval in Syrië, al zegt dat land daar geen toestemming voor te geven. De VN-Veiligheidsraad zal vermoedelijk evenmin akkoord gaan. Vetomacht Rusland heeft al gezegd dat zo’n aanval zonder resolutie van de Veiligheidsraad een ernstige schending van het internationaal recht is. Ontken dat maar eens.

Maar als je all the way gaat, neem je dat allemaal voor lief. Dan sta je niet te lang stil bij de vraag of bombardementen het probleem misschien niet erger maken. Of bij de vraag in welk wespennest je je eigenlijk steekt. Dan trek je vastberaden op tegen de barbarij – wat er ook van komt.