Voor Juncker is zijn Commissie de ‘laatste kans’ voor Europa

Jean-Claude Juncker zet de Europese Commissie op zijn kop. Een ‘kernkabinet’ van supercommissarissen moet voor slagkracht zorgen en onnodige regelgeving voorkomen.

Het is niet de zware economische post geworden waar de Nederlandse regering zich sterk voor maakte. Maar het is ook geen troostprijs. Frans Timmermans wordt in de nieuwe Europese Commissie een hele grote meneer. EU-baas Jean-Claude Juncker noemde de Nederlander gisteren zijn „rechterhand” en „waakhond”.

Tijdens een persconferentie presenteerde Juncker het team waarmee hij op 1 november aan de slag wil. De namen waren al bekend, de vraag was op wat voor manier hij Europa wil gaan leiden. Het antwoord: als een revolutionair. De Luxemburger ontvouwde een ambitieus plan dat de commissie efficiënt, daadkrachtig en zichtbaar moet maken. Juncker sprak van „een laatste kans” om Europa te redden uit de klauwen van de eurosceptici die in mei in enkele landen verpletterende zeges boekten.

Timmermans, nu nog minister van Buitenlandse Zaken, krijgt een hoofdrol in de reddingsactie. Hij wordt geen gewone, maar ‘eerste’ vicepresident én plaatsvervanger van Juncker. Zijn opdracht: de EU ontdoen van onnodige wetgeving en ervoor zorgen dat de commissie zich richt op de essentie, en niet langer op bijzaken. Europa, zegt Juncker, moet „minder beter doen”. Een wat afgeknauwd adagium, dat al jaren in Brussel klinkt, maar waar nooit veel werk van is gemaakt.

De Nederlandse reacties op Timmermans’ benoeming zijn overwegend positief. Volgens premier Rutte gaat de nieuwe eurocommissaris „een centrale rol spelen bij de modernisering van Europa”. Bij de oppositie is wel twijfel over hoe zwaar Timmermans’ portefeuille echt is. „Dit is niet de supercommissaris zoals het kabinet die voorschotelde aan de Kamer en het Nederlandse publiek”, zegt D66-leider Alexander Pechtold. Volgens GroenLinks-leider Bram van Ojik stuurt het kabinet met Timmermans „een linkse minister met een rechtse agenda” naar Brussel.

Aan Timmermans nu de lastige opgave om te bewijzen dat het ook echt kan. Hij krijgt twaalf maanden om met een plan te komen. Daarnaast wordt hij ook verantwoordelijk voor het optuigen van een verplicht lobbyregister en voor de ‘inter-institutionele dialoog’, onder meer met nationale parlementen.

De „revolutie en innovatie”, zoals Juncker het zelf noemt, schuilen in de manier waarop hij de commissie wil organiseren. Of beter gezegd: op z’n kop wil zetten. Er komt een nieuw bestuursmodel, met onder Juncker zeven vicepresidenten die de overige, in zeven clusters gegroepeerde commissarissen moeten coördineren. EU-lidstaten hebben zich altijd verzet tegen het aanbrengen van hiërarchie in de commissie. We zijn toch allemaal even belangrijk?

Weinig soeps

Die houding zorgde voor een haast onwerkbare situatie, helemaal na de uitbreiding van de EU met nieuwe lidstaten. Om alle lidstaten (intussen 28) wat te kunnen geven, werden portefeuilles eindeloos opgeknipt, totdat er weinig soeps overbleef. De commissie raakte verkokerd: iedereen werkte in zijn eigen zuil. „Zonder rangorde die inhoudelijk zinvol was”, aldus Juncker. Jarenlang kon de commissie hierdoor dienen als weerloze boksbal van de lidstaten. Wat goed ging was nationaal succes, wat niet deugde kwam uit Brussel.

Juncker kaatst de bal nu terug. Met steun van het Europarlement daagde hij lidstaten uit om hun beste mensen te sturen. Er zitten daardoor meer zwaargewichten dan ooit in de commissie. En hij zei: als jullie bepaalde issues hebben, los ze dan zélf op. Nederland, dat de afgelopen jaren hamerde op het terugdringen van onnodige EU-bemoeienis, mag daarom nu kampioen dereguleren worden. Frankrijk, dat worstelt met Europese begrotingsdiscipline, krijgt de post Economische Zaken. En voor de Britten, die in alles een bedreiging zien van hun Londen als financieel centrum, is financiële dienstverlening uitgekozen.

„Wellicht dat de Britten het commissiebeleid beter begrijpen, als dat in de taal van Shakespeare wordt uitgelegd”, zei Juncker gisteren. Hij had ook kunnen zeggen: „Be careful what you wish for.” Dit zou wel eens de sterkste, meest politiek geëngageerde Commissie in jaren kunnen worden.

De vorige commissie had ook vicepresidenten, maar die functie had weinig om het lijf. Nu krijgen ze echte macht. Zo moeten ‘lagere’ eurocommissarissen die een kwestie willen agenderen eerst groen licht krijgen van hun clusterhoofd. Lukt dat, dan kan het voltallige college zich er pas over buigen. En daarin heeft elke eurocommissaris in overeenstemming met EU-verdragen weer gewoon één stem.

Juncker noemde zijn vicepresidenten gisteren „filters”. Hij verwierp de suggestie dat er hoge en lage eurocommissarissen zijn. Het motto luidt ‘collegialiteit’ en uiteindelijk heeft iedereen evenveel te zeggen. Maar hij zei ook dat een vicepresident, uiteraard met goede argumenten, „elk initiatief kan stoppen van een eurocommissaris in zijn team”. Daarmee krijgt Junckers ‘kernkabinet’ in feite een vetorecht.

De supercommissarissen hebben geen traditionele portefeuille, maar krijgen een van de grote projecten onder hun hoede waarmee Juncker campagne voerde tijdens de EU-verkiezingen. Zoals de ‘energie-unie’, de ‘digitale markt’, de ‘euro en sociale dialoog’ en dus ‘betere regulering’ voor Timmermans.

Recept voor hoofdpijn

De clusters overlappen elkaar deels en dit betekent dat een eurocommissaris soms aan drie of vier vicepresidenten verantwoording moet afleggen. Een recept voor hoofdpijn? Niet volgens Juncker. Hij dwingt commissarissen om „breed” te opereren en na te denken. Het recept, kortom, tegen oogkleppen.

Behalve buitenlandcoördinator Federica Mogherini hebben de vicepresidenten straks geen eigen staf. En dat is een risico, want wat kan een eurocommissaris zonder ambtenaren nu echt klaarspelen? Maar Juncker verzekerde gisteren dat de vicepresidenten „direct toegang hebben” tot alle ambtenarendiensten van hun collega’s, een recht dat voorheen alleen was weggelegd voor de commissievoorzitter. Hij benadrukte dat hij zijn eigen macht „delegeert” aan de vicepresidenten.

Saillant is dat door deze nieuwe opzet de belangrijke en felbegeerde functie van ‘begrotingstsaar’ (Economische Zaken) minder belangrijk is geworden dan in de vorige commissie. De Franse regering lobbyde hard voor de post en haalde die ook binnen, voor ex-minister van Financiën Pierre Moscovici. Maar boven hem zetelt straks een vicepresident, de Letse oud-premier Valdis Dombrovskis. Moscovici mag dus ‘in de taal van Molière’ uitleggen aan zijn landgenoten waarom hij minder te zeggen heeft dan zijn voorganger Olli Rehn.