Te bescheiden Yo-Yo Ma wil niet swingen

Wie woensdagavond voor de cellokleuren van Yo-Yo Ma naar het Concertgebouw kwam, moet teleurgesteld zijn. De meestercellist, die een dag eerder de Concertgebouw Prijs kreeg uitgereikt voor zijn „belangrijke bijdrage aan het artistieke profiel” van de zaal, speelde met zijn Silk Road Ensemble, waarmee hij artistieke tradities langs de oude oosterse handelsroutes verkent. Het ensemble, met naast Europese strijkers veel Aziatische instrumenten, vierde zijn 15-jarig bestaan.

Maar Ma leek zich niet thuis te voelen op zijn eigen feestje. Hij nam bescheiden aan de zijkant plaats en speelde slechts een paar solo’s. Niet vreemd ook: hij mag dan geweldig Bach en Brahms kunnen spelen, hij is niet de grootste improvisator.

Ma heeft uitstekende musici om zich heen verzameld en een indrukwekkend scala aan klankkleuren (met onder meer de Chinese, aan de luit verwante pipa, tabla, doedelzak en oosters mondorgel), toch ontbreekt er iets: verrassing, het gevoel dat het ook mis kan gaan. Het is allemaal zo afgemeten en uitgekiend dat het lijkt alsof de musici een draaiboek afwerken. De meeste composities (in het bijzonder Cut the Rug van David Bruce) klinken erg zoetsappig, alleen Vijay Iyers kruidige Playlist for the Extreme Occasion (nota bene gespeeld zonder Ma) heeft een welkom rafelrandje.

In het ensemble is de percussie dominant. Alles wordt uitversterkt, je moet de klappen kunnen voelen. Maar echt swingend wordt het niet, daarvoor zit dit ensemble meer aan de theatrale dan aan de jazzkant. Dat Ma zichzelf zo wegcijfert, is sympathiek, maar vooral zonde van zijn talent.