Sorry, maar het moet écht beter

Nederland heeft schone rivieren, ‘schone’ auto’s, minder files en we wonen fijn en veilig. Maar of dat over dertig jaar nog zo is? De politiek denkt onvoldoende vooruit. „De toekomst is nu.”

Het is eigenlijk best goed uit te houden in Nederland, constateert directeur Maarten Hajer van het Planbureau voor de Leefomgeving. „We hebben onze leefomgeving redelijk op orde.”

Neem alleen al het voedselaanbod, dat in de loop der jaren enorm is verbeterd. „Kijk eens hoeveel goede wijnen er beschikbaar zijn. Heel anders dan in de jaren zeventig, toen we nog wijn uit kartonnen pakken dronken.”

Er is meer. De rivieren zijn tegenwoordig zo schoon dat je er gerust in kunt zwemmen. Milieuvervuiling is voor 5 procent verantwoordelijk voor schade aan onze gezondheid, vooral door fijnstof uit auto’s, terwijl dat enkele decennia geleden 10 tot 15 procent was. De woningen in Nederland zijn volgens internationale maatstaven „van hoge kwaliteit”. Nederlanders zijn al jaren „heel tevreden” over hun woonomgeving. „Bijvoorbeeld omdat een fabriek is verplaatst.” De files op de snelwegen zijn de laatste vijf jaar met 40 procent gedaald, ondanks een toename van het verkeer.

En als klap op de vuurpijl: het gaat sinds kort ook beter met de natuur. Dat wil zeggen: het aantal bedreigde plant- en diersoorten neemt niet langer toe.

Hajer: „De afname van de biodiversiteit is gestopt. Dat is een trendbreuk. Natuurgebieden maken heeft effect. Dat is echt nieuws.”

Zorgelijk laag tempo

Toch heeft het Planbureau, dat gisteravond zijn tweejaarlijkse Balans van de Leefomgeving presenteerde, ook veel te klagen. Het is namelijk de vraag of we over pakweg dertig of vijftig jaar ook zo tevreden kunnen zijn. Voor een „schone, gezonde en veilige leefomgeving” zijn op langere termijn „fundamentele veranderingen in productie- en consumptiestructuren onontkoombaar”. En met die veranderingen gaat het niet goed. Ze gaan te traag. „Zorgelijk zijn het lage tempo en de lage efficiëntie waarmee die transitieprocessen in gang worden gezet”, aldus het rapport.

Onze economie, bijvoorbeeld, draait nog steeds voor bijna 95 procent op kolen, olie en gas. „Ongekend hoog”, zegt Hajer. Dat is „onwenselijk en niet houdbaar”, schrijven zijn onderzoekers. „Niet alleen omdat de CO2-uitstoot drastisch moet worden beperkt, maar ook omdat onze eigen gasvoorraad opraakt en we voor olie en gas afhankelijk blijven van veelal instabiele buitenlandse regimes.”

Om de uitstoot van broeikasgassen in Europa fors te beperken, moet het aandeel schone energie, bijvoorbeeld uit zon en wind, in Nederland vanaf 2020 per jaar 2 procentpunt groeien. „Dat percentage wordt tot op heden bij lange na niet gehaald. Hier ligt dus een enorme opgave”, aldus het rapport.

Transitiepijn

Er is bij de politiek volgens het planbureau onvoldoende aandacht voor de periode na 2020. „De toekomst is nu.” De onderzoekers signaleren bij de politiek een neiging „op de rem te gaan staan” als maatregelen voor „transitie” naar een andere samenleving „pijn” doen. Dan wordt al snel geroepen dat windmolens alleen maar draaien op subsidies en dat ze het landschap ontsieren. En als door subsidies op schone en zuinige auto’s de overheid minder belasting binnen krijgt, dan is er de neiging die subsidies af te schaffen – zeker als blijkt dat veel mensen in hun half-elektrische Mitsubishi Outlander toch vooral op benzine blijven rijden.

Maar we moeten het kind niet met het badwater weggooien. Hajer: „Er is veel transitiepijn. Wij zeggen: neem die pijn maar. Verander de voorwaarden in subsidies. Schroei de gaten in de wet dicht. De toekomst duldt geen uitstel.”