Robbert Ammerlaan begint nieuwe uitgeverij: Hollands Diep

Er is een gezegde over oude soldaten: ‘They don’t die, they just fade away’. Dat gaat niet op voor de zeventigjarige Robbert Ammerlaan, gepensioneerd uitgever van De Bezige Bij. Hij begint juist iets nieuws. Vandaag schrijft hij aan zijn relaties dat hij een nieuwe literaire uitgeverij opricht: Hollands Diep. Het bedrijf, dat maandag begint, wordt onderdeel van het concern Dutch Media, waartoe onder andere de literaire uitgeverijen Lebowski en Mistral behoren.

De eerst titel, A Girl Is A Half-formed Thing van de Ierse schrijfster Eimear McBride, verschijnt, in vertaling, in februari. In zijn brief schrijft Ammerlaan: „Hollands Diep wil zich richten op het beste van wat er op het gebied van Nederlandstalige en internationale literatuur en non-fictie is.” De uitgeverij moet behoren tot „de prominentste Nederlandstalige uitgevers”.

Een ambitieus plan in een tijd waarin uitgevers het moeilijk hebben. Daar staat tegenover dat Ammerlaan, die vorig jaar is aangesteld als biograaf van Harry Mulisch, vijftien jaar geleden de noodlijdende uitgeverij De Bezige Bij weer tot bloei bracht. Dat deed hij mede dankzij grote investeringen. De aansluiting bij een groot concern als Dutch Media, dat Hollands Diep financiert, ligt dus voor de hand. Dutch Media zal Hollands Diep bovendien helpen met de backoffice, productie, marketing en verkoop.

Terwijl Ammerlaan zich in zijn beginperiode bij De Bezige Bij vooral stortte op het uitgeven van ‘grote namen’ is de intentie nu anders. Ammerlaan licht via e-mail toe: „Bij de toekomstige auteurs zullen stellig enkele bekende namen zijn, maar het gaat mij vooral om het ontdekken en uitgeven van nieuw talent en het ontwikkelen van eigen ideeën.” Op McBride na geeft hij nog geen auteursnamen prijs. Die volgen in november, als Hollands Diep zijn eerste aanbiedingsfolder uitbrengt. Ammerlaans uitgangspunt is: een beperkt aantal titels (niet meer dan twintig per jaar) uitbrengen „van onomstreden kwaliteit, met een scherpe focus en sterke persoonlijke betrokkenheid.”