Politie en zwarte bevolking weer tegenover elkaar in Ferguson

In Ferguson blijft het onrustig na het doodschieten van tiener Michael Brown. Grief zijn de vele boetes voor de inwoners.

De politie in Ferguson heeft gisteren 35 mensen gearresteerd die een snelweg probeerden te blokkeren. In deze voorstad van St Louis, waar op 9 augustus de ongewapende 18-jarige zwarte tiener Michael Brown werd doorgeschoten door een blanke politieagent, is de situatie nog steeds gespannen en onrustig. De rellen na het doodschieten van Brown haalden het wereldnieuws en vestigden de aandacht op de woede van de merendeels zwarte bevolking jegens de vrijwel geheel blanke bestuurders en politiemacht. De demonstranten eisten het aftreden van de aanklager die de dood van Brown onderzoekt. Deze zou bevooroordeeld zijn.

Gisteren maakte het gemeentebestuur bekend dat ze het boetesysteem, dat één van de grote grieven van de zwarte bevolking is, wil hervormen. Voortaan mag niet meer dan 15 procent van Fergusons inkomsten uit boetes afkomstig zijn.

In het voorbije fiscale jaar brachten boetes de gemeente 2,6 miljoen dollar op, twee keer zoveel als het jaar daarvoor, en een toename van 44 procent sinds het instellen van een nieuwe strategie van de verkeerspolitie in 2010. Vorig jaar werden ruwweg drie boetes per gezin uitgedeeld.

Uit onderzoek bleek dat zwarten twee keer zo vaak worden aangehouden als blanken, en vervolgens in hoog tempo nieuwe boetes van de rechtbank krijgen als ze niet op zittingen verschijnen, die onder werktijd worden ingeroosterd. De confrontatie tussen Brown en de agent die schoot begon volgens getuigen ook met de aanloop naar zo’n boete. De agent zou Brown en zijn vriend gesommeerd hebben op de stoep te lopen.

Het quotum van 15 procent zou het aantal boetes moeten terugdringen. Maar uit documenten waarop The Guardian beslag legde blijkt dat het inkomstenpercentage uit boetes nu 11,8 procent bedraagt. Dat zou betekenen dat het quotum aan boetes de facto verhoogd wordt.