Pinnen moet geen luxe worden

Eerst werden het aantal bankfilialen gereduceerd. Het vertrouwde kantoor in de buurt werd opgeheven. De mensen die prijs stelden op persoonlijk contact – geldzaken zijn voor velen een intieme aangelegenheid – moesten eraan wennen om hun geld ‘uit de muur’ te halen. Geld pinnen bij de pinautomaat werd gewoon. En nu beginnen de banken tersluiks ook daar een eind aan te maken. De pinautomaten „waar weinig gepind wordt’’ zullen worden opgeheven, kondigen zij aan.

Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer deed aanbevelingen om de bereikbaarheid van geldautomaten in landelijke gebieden te waarborgen. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) vindt het niet aan hem om de banken te verplichten ervoor te zorgen dat iedere Nederlander „in een straal van vijf kilometer” terecht kan bij een pinautomaat. Die norm van vijf kilometer is nogal ruim. Twee kilometer is reëler: fietsafstand, ook doenlijk voor de minder valide mens. Los daarvan, de minister heeft gelijk. Het pinnen is een verantwoordelijkheid van de banken. Maar het is op termijn weer wel aan hem om het belang van zulke automaten te beseffen. En zich zonodig het lot aan te trekken van de klanten die afhankelijk zijn van de beslissing van de banken daarover.

Wonen Nederlanders buiten de steden, in kleine gemeenten, dan lopen ze dus de kans dat de pinautomaat in hun directe omgeving wordt weggehaald. Wie slecht ter been is heeft dan pech. De banken zetten in op het pinnen bij de lokale supermarkt. Indirect verplichten ze zo iemand zijn boodschappen daar te doen, opdat dan bij de kassa gevraagd kan worden of er „iets meer” kan worden gepind. En zonder de anonimiteit die de pinautomaat garandeert.

Het terugdringen van pinautomaten is een bezuinigingsmaatregel. De banken wijzen op de toename van elektronisch betalingsverkeer – wat voor hen goedkoper is, en inderdaad steeds gangbaarder. Maar het afrekenen per smartphone is nog verre van algemeen. En de thuisbankier kan van alles, maar geld uitprinten niet.

Uiteindelijk is het opheffen van cash geld de bedoeling. Nóg goedkoper voor de banken, maar het hangt aan tegen de minachting voor hun doorsnee rekeninghouders. Banken vergeten steeds weer dat geldzaken ook gewone-mensenzaken zijn. Emotionele zaken, een bron van zorg. Ze willen niet zien dat er minder vermogende mensen bestaan die het overzicht in hun portemonnee prefereren. Ze wuiven weg dat ook veel thuisbankiers graag beschikken over een bedrag aan contant geld. Consumenten die hechten aan cash, worden bekeken als ouderwets. Maar ouderwetse mensen in de achterhoede, of die nu oud zijn of jong, tellen ook mee.